Scroll to top
mei 2019

Van TextielMuseum aan Fries Museum

mei 2019

Van TextielMuseum aan Fries Museum

AAN: Kris Callens, directeur Fries Museum, Leeuwarden

VAN: Errol van de Werdt, algemeen directeur TextielMuseum, TextielLab en Stichting Mommerskwartier, Tilburg

AAN: Kris Callens, directeur Fries Museum, Leeuwarden

VAN: Errol van de Werdt, algemeen directeur TextielMuseum, TextielLab en Stichting Mommerskwartier, Tilburg

Beste Kris,

Kortgeleden kreeg ik een openhartige brief van Marieke van Bommel, directeur van het MAS in Antwerpen, waarin ze haar overpeinzingen met mij deelde. Deze collegiale ervaringen scherpen ook je eigen denken. Het zijn mooie spiegels die je laten zien hoe een ander naar je kijkt en welke inzichten dat weer oplevert.


PER SLOT VAN REKENING
MAKEN WE ALLEMAAL DEEL UIT
VAN EEN WERELD WAARIN
WE OP STEEDS MEER MANIEREN
MET ELKAAR VERBONDEN RAKEN.

Ik ben vaak in het MAS in Antwerpen geweest, niet alleen vanwege het fantastische gebouw en zijn ligging, maar ook vanwege de interessante mix van collecties en tentoonstellingen die me meestal op een ander been zetten door een bijzondere invalshoek. En ja, ik begrijp Mariekes worstelingen met identiteit, die eigenlijk gaan over de veelzijdige complexheid van Antwerpen. Een stad die altijd een open houding en een venster had en nog steeds heeft op de wereld dichtbij en veraf. Die houding spreekt me aan en daarom voel ik me er thuis en op mijn gemak. Daar komt nog bij dat mijn familie van moederszijde Belgische en Franse roots heeft. Zo had je mijn Luikse oma, waarbij we op bezoek gingen. En waar ik als kind dan steevast dacht van mijn moeder: waarom spreek je ineens een andere taal die ik niet begrijp? Mijn overgrootouders waren afkomstig uit het land van Aalst en Lede, en hun voorvaderen uit Frankrijk. Dat bourgondische spreekt me ook in Brabant aan. Desondanks heb ik alle hoeken van ons land gezien, qua wonen. De verbinding van Antwerpen met de wereld en van de wereld met Antwerpen vind ik mooi. In mijn vorige baan in Utrecht heb ik die verbinding ook gemaakt en nu in Tilburg doe ik dat weer. Per slot van rekening maken we allemaal deel uit van een wereld waarin we op steeds meer manieren met elkaar verbonden raken – en dat zal alleen maar sterker worden. Daarin ligt een mooie uitdaging voor musea. Inclusie is niets voor niets een belangrijk thema in de museumwereld. Je bezoek moet zeker ook een afspiegeling zijn van de gemeenschap waarin je als museum een plaats inneemt.

Marieke noemde ook de identiteit van onze erfgoedkoepel, de stichting Mommerskwartier. Die bestaat uit het Regionaal Archief Tilburg, het stadsmuseum-zonder-huis dat samenwerkt met erfgoedgemeenschappen in de stad en Vincents Tekenlokaal (Van Gogh ging hier naar school). We hebben geprobeerd een gezamenlijke identiteit te bedenken, maar die voelde geforceerd. Onze samenwerking is vooral pragmatisch, vanuit de sharedservice-gedachte. HRM, ICT, bedrijfsvoering en bestuur… allemaal zaken die we samen doen. En waar mogelijk en zinvol gaan we met elkaar de diepte in, met programma’s.

En ja, ik vind wel dat de grotere musea een taak richting kleinere hebben. Tilburg en Helmond hebben inderdaad vergelijkbare geschiedenissen. De no-nonsense benadering van deze steden spreekt me aan. Nuchterheid, zoals ik die ken van mijn vader, gecombineerd met een bourgondische houding. Soms slaat het een beetje door in een te grote bescheidenheid – dat werkt dan als een rem op plannen. Die beteugeling gooit Tilburg zo langzamerhand van zich af, zoals met een prachtige LocHal waar wij als TextielMuseum aan mochten meewerken.

Ons TextielLab. Ja, dat neemt een actieve en ondernemende positie in binnen de creatieve industrie. Het is inmiddels wereldwijd erkend als broedplaats om te onderzoeken, te experimenteren, te ontwikkelen en te produceren. Voor kunstenaars, designers en modeontwerpers én veelbelovende jongeren. Zij kunnen er een eigen signatuur ontwikkelen en hun talenten laten bloeien. Met oude en nieuwe technologie, high- en low-end-ontwerpen, kunstobjecten, prototypes, design en modeontwerpen of een toepassing binnen de architectuur. Je kunt er volop experimenteren en onderzoek doen. Het ambacht wordt geëerd, in stand gehouden en doorontwikkeld. Herinterpretatie van erfgoed en innovatie in textiel staan centraal. En dat allemaal volgens het meester-en-gezel-concept. Aan dat ‘museum in bedrijf’ hebben we een nieuwe wereld toegevoegd: die van de bezoeker. Je komt binnen als bezoeker en vertrekt als maker. Samen met de partners kijken we hoe we het maken van textiel tegelijkertijd laagdrempelig maar professioneel kunnen aanbieden.


MUSEA KUNNEN BAKENS
ZIJN IN DE HAVENS
DIE ONS LEVEN EN
ONZE WERELD ZIJN.

We zijn erin geslaagd kunstenaars en designers van over de hele wereld naar ons toe te trekken. Dat vind ik mooi om te zien. En door opdrachten aan jonge designers te geven houden we de collectie actueel.

Ons bidbook krijgt dit jaar een tweede versie. Een ambitieus vernieuwingsplan waarin we onze gedachten over het museum van de toekomst willen beschrijven. Een museum dat inspeelt op actuele thema’s rondom duurzaamheid en inclusiviteit, dat aandacht geeft aan de wondere wereld van smart textiles. De vraag die me daarbij steeds bezighoudt, is: hoe kunnen we het museum maatschappelijk steviger positioneren om zo meer een integraal onderdeel van de samenleving te worden? Wat zouden we daarvoor (anders) moeten gaan doen? Ik ben enorm benieuwd hoe andere musea dit oppakken, hoe jullie dat in Friesland hebben aangepakt en doen. Kris, kun je ons een inkijkje geven in jouw zoektocht en vertellen welke oplossingen je zoal gevonden hebt?

Onze gedachte is dat musea bakens kunnen zijn in de havens die ons leven en onze wereld zijn. Als plekken in de samenleving waar je even stilstaat, reflectie zoekt en nadenkt. Die gedachte willen we vormgeven met een netwerk van partijen die bij ons gaan samenwerken. Zoals start-ups, onderwijs en het bedrijfsleven. Zo willen we inspelen op de wereld om ons heen, die razendsnel verandert. Volgens mij kunnen musea daar een sterke rol in spelen. Als baken, als change agent. En daardoor een compleet nieuwe, belangrijke plek in de samenleving gaan innemen.

Hartelijke groet,

Errol

Beste Kris,

Kortgeleden kreeg ik een openhartige brief van Marieke van Bommel, directeur van het MAS in Antwerpen, waarin ze haar overpeinzingen met mij deelde. Deze collegiale ervaringen scherpen ook je eigen denken. Het zijn mooie spiegels die je laten zien hoe een ander naar je kijkt en welke inzichten dat weer oplevert.


PER SLOT VAN REKENING
MAKEN WE ALLEMAAL DEEL UIT
VAN EEN WERELD WAARIN
WE OP STEEDS MEER MANIEREN
MET ELKAAR VERBONDEN RAKEN.

Ik ben vaak in het MAS in Antwerpen geweest, niet alleen vanwege het fantastische gebouw en zijn ligging, maar ook vanwege de interessante mix van collecties en tentoonstellingen die me meestal op een ander been zetten door een bijzondere invalshoek. En ja, ik begrijp Mariekes worstelingen met identiteit, die eigenlijk gaan over de veelzijdige complexheid van Antwerpen. Een stad die altijd een open houding en een venster had en nog steeds heeft op de wereld dichtbij en veraf. Die houding spreekt me aan en daarom voel ik me er thuis en op mijn gemak. Daar komt nog bij dat mijn familie van moederszijde Belgische en Franse roots heeft. Zo had je mijn Luikse oma, waarbij we op bezoek gingen. En waar ik als kind dan steevast dacht van mijn moeder: waarom spreek je ineens een andere taal die ik niet begrijp? Mijn overgrootouders waren afkomstig uit het land van Aalst en Lede, en hun voorvaderen uit Frankrijk. Dat bourgondische spreekt me ook in Brabant aan. Desondanks heb ik alle hoeken van ons land gezien, qua wonen. De verbinding van Antwerpen met de wereld en van de wereld met Antwerpen vind ik mooi. In mijn vorige baan in Utrecht heb ik die verbinding ook gemaakt en nu in Tilburg doe ik dat weer. Per slot van rekening maken we allemaal deel uit van een wereld waarin we op steeds meer manieren met elkaar verbonden raken – en dat zal alleen maar sterker worden. Daarin ligt een mooie uitdaging voor musea. Inclusie is niets voor niets een belangrijk thema in de museumwereld. Je bezoek moet zeker ook een afspiegeling zijn van de gemeenschap waarin je als museum een plaats inneemt.

Marieke noemde ook de identiteit van onze erfgoedkoepel, de stichting Mommerskwartier. Die bestaat uit het Regionaal Archief Tilburg, het stadsmuseum-zonder-huis dat samenwerkt met erfgoedgemeenschappen in de stad en Vincents Tekenlokaal (Van Gogh ging hier naar school). We hebben geprobeerd een gezamenlijke identiteit te bedenken, maar die voelde geforceerd. Onze samenwerking is vooral pragmatisch, vanuit de sharedservice-gedachte. HRM, ICT, bedrijfsvoering en bestuur… allemaal zaken die we samen doen. En waar mogelijk en zinvol gaan we met elkaar de diepte in, met programma’s.

En ja, ik vind wel dat de grotere musea een taak richting kleinere hebben. Tilburg en Helmond hebben inderdaad vergelijkbare geschiedenissen. De no-nonsense benadering van deze steden spreekt me aan. Nuchterheid, zoals ik die ken van mijn vader, gecombineerd met een bourgondische houding. Soms slaat het een beetje door in een te grote bescheidenheid – dat werkt dan als een rem op plannen. Die beteugeling gooit Tilburg zo langzamerhand van zich af, zoals met een prachtige LocHal waar wij als TextielMuseum aan mochten meewerken.

Ons TextielLab. Ja, dat neemt een actieve en ondernemende positie in binnen de creatieve industrie. Het is inmiddels wereldwijd erkend als broedplaats om te onderzoeken, te experimenteren, te ontwikkelen en te produceren. Voor kunstenaars, designers en modeontwerpers én veelbelovende jongeren. Zij kunnen er een eigen signatuur ontwikkelen en hun talenten laten bloeien. Met oude en nieuwe technologie, high- en low-end-ontwerpen, kunstobjecten, prototypes, design en modeontwerpen of een toepassing binnen de architectuur. Je kunt er volop experimenteren en onderzoek doen. Het ambacht wordt geëerd, in stand gehouden en doorontwikkeld. Herinterpretatie van erfgoed en innovatie in textiel staan centraal. En dat allemaal volgens het meester-en-gezel-concept. Aan dat ‘museum in bedrijf’ hebben we een nieuwe wereld toegevoegd: die van de bezoeker. Je komt binnen als bezoeker en vertrekt als maker. Samen met de partners kijken we hoe we het maken van textiel tegelijkertijd laagdrempelig maar professioneel kunnen aanbieden.


MUSEA KUNNEN BAKENS
ZIJN IN DE HAVENS
DIE ONS LEVEN EN
ONZE WERELD ZIJN.

We zijn erin geslaagd kunstenaars en designers van over de hele wereld naar ons toe te trekken. Dat vind ik mooi om te zien. En door opdrachten aan jonge designers te geven houden we de collectie actueel.

Ons bidbook krijgt dit jaar een tweede versie. Een ambitieus vernieuwingsplan waarin we onze gedachten over het museum van de toekomst willen beschrijven. Een museum dat inspeelt op actuele thema’s rondom duurzaamheid en inclusiviteit, dat aandacht geeft aan de wondere wereld van smart textiles. De vraag die me daarbij steeds bezighoudt, is: hoe kunnen we het museum maatschappelijk steviger positioneren om zo meer een integraal onderdeel van de samenleving te worden? Wat zouden we daarvoor (anders) moeten gaan doen? Ik ben enorm benieuwd hoe andere musea dit oppakken, hoe jullie dat in Friesland hebben aangepakt en doen. Kris, kun je ons een inkijkje geven in jouw zoektocht en vertellen welke oplossingen je zoal gevonden hebt?

Onze gedachte is dat musea bakens kunnen zijn in de havens die ons leven en onze wereld zijn. Als plekken in de samenleving waar je even stilstaat, reflectie zoekt en nadenkt. Die gedachte willen we vormgeven met een netwerk van partijen die bij ons gaan samenwerken. Zoals start-ups, onderwijs en het bedrijfsleven. Zo willen we inspelen op de wereld om ons heen, die razendsnel verandert. Volgens mij kunnen musea daar een sterke rol in spelen. Als baken, als change agent. En daardoor een compleet nieuwe, belangrijke plek in de samenleving gaan innemen.

Hartelijke groet,

Errol

Top