Scroll to top
april 2019

Van MAS Antwerpen aan TextielMuseum

april 2019

Van MAS Antwerpen aan TextielMuseum

AAN: Errol van de Werdt, algemeen directeur TextielMuseum, TextielLab en Stichting Mommerskwartier, Tilburg

VAN: Marieke van Bommel, MAS I Museum aan de Stroom, Antwerpen

AAN: Errol van de Werdt, algemeen directeur TextielMuseum, TextielLab en Stichting Mommerskwartier, Tilburg

VAN: Marieke van Bommel, MAS I Museum aan de Stroom, Antwerpen

Beste Errol,
Vanuit het Vlaamse mag ik inpikken in de briefwisseling over cultuur in jullie prachtige provincie. Marianne Splint – van het gemeentemuseum Helmond – die mij een brief schreef, kent mijn liefde voor het Brabantse (culturele) landschap. Mijn ouders trouwden ooit in haar kasteel en ik studeerde in jouw stad Tilburg. Vlaanderen en Brabant zijn goede buren en er zijn zeker gelijkenissen en lessons to be learned over en weer.


IDENTITEIT WORDT
VAAK MEDE BEPAALD DOOR
DE LOCATIE VAN
DE INSTELLING.

Naast ons kenmerkende gebouw en onze collecties wordt de identiteit van het MAS bepaald door onze werking. Het MAS wil Antwerpen met de wereld verbinden en de wereld met Antwerpen. Dat doen wij vooral door zo veel als mogelijk samen te werken met de bewoners van deze stad. Bij alles wat we doen stellen we de vraag: wie betrekken we en hoe? Zo maakten we samen met drie geloofsgemeenschappen een gemeenschappelijke Tafelberg waarop de verschillende tradities rondom het leven en de dood belicht worden. We brachten de winkel om de hoek in beeld door met de winkeliers in hun eigen geschiedenis te duiken en die in kaart te brengen voor het grote MAS publiek. Maar het gaat om ook kleinschalige projecten, zoals die waarbij Afghaanse vrouwen met DOEK vzw bij ons textielen bekijken en er kennis wordt overgedragen over specifieke borduurtechnieken. Hoe brengen jullie oude en nieuwe ambachten bij elkaar, Errol? En hoe waarborg je die kennis daarna voor de toekomst?

Met zulke samenwerkingen proberen we de lat ook steeds hoger te leggen en steeds vaker te kiezen voor een verregaande vorm van participatie. Dat is omdat ik wel geloof dat een grote betrokkenheid leidt tot een duurzame relatie. Die duurzame relatie betekent bezoekers voor vandaag maar ook voor de toekomst. Een mooi voorbeeld was natuurlijk onze vorige tentoonstelling Instinct, volledig gemaakt door onze groep jonge vrijwilligers ‘MAS in Jonge Handen’. We leerden loslaten en te vertrouwen. Maar ik stel me ook vragen. Hoe bewaak je de kwaliteit als je die uit handen geeft? Hoe zorg je dat Kunst en Cultuur met hoofdletters niet verloren gaan?


DE DAGELIJKSE VAAT
MET DESIGN.
MOOIER KAN HAAST NIET.

Marianne prijst het MAS voor de verbinding tussen het lokale en het internationale. Iets waar denk ik veel musea naar op zoek zijn. Ik kijk daarvoor ook met heel veel bewondering naar het TextielMuseum in Tilburg. De manier waarop jullie grote ontwerpers engageren om een ontwerp te maken voor huishoudelijk textiel, die vervolgens bij jullie in het museum als bedrijf geweven wordt, is voor mij een prachtig voorbeeld over hoe grote en kleine K’s en C’s verbonden worden. De dagelijkse vaat met design. Mooier kan haast niet.

De wisselwerking tussen het TextielMuseum als bedrijf, het TextielLab en de shop is denk ik bij jullie een knap uitgedachte werking. Een voorbeeld van cultureel ondernemerschap dat ik met interesse, en een vleugje positieve jaloezie, volg. En zo bekeek ik ook jullie bidboek met daarin een heel duidelijke missie en visie én een ambitie waar jullie tegen 2018 wilden staan. Mijn raad aan cultuurmakers zou zijn om zo’n plan op te stellen en openbaar te maken. Maar eigenlijk kan jij deze vraag beter beantwoorden, Errol: was dat bidboek inderdaad de basis voor de transformatie en de successen van het TextielMuseum?

Tot binnenkort, bij een kopje koffie hoop ik.
Hartelijke groet,
Marieke

Beste Errol,
Vanuit het Vlaamse mag ik inpikken in de briefwisseling over cultuur in jullie prachtige provincie. Marianne Splint – van het gemeentemuseum Helmond – die mij een brief schreef, kent mijn liefde voor het Brabantse (culturele) landschap. Mijn ouders trouwden ooit in haar kasteel en ik studeerde in jouw stad Tilburg. Vlaanderen en Brabant zijn goede buren en er zijn zeker gelijkenissen en lessons to be learned over en weer.


IDENTITEIT WORDT
VAAK MEDE BEPAALD DOOR
DE LOCATIE VAN
DE INSTELLING.

Naast ons kenmerkende gebouw en onze collecties wordt de identiteit van het MAS bepaald door onze werking. Het MAS wil Antwerpen met de wereld verbinden en de wereld met Antwerpen. Dat doen wij vooral door zo veel als mogelijk samen te werken met de bewoners van deze stad. Bij alles wat we doen stellen we de vraag: wie betrekken we en hoe? Zo maakten we samen met drie geloofsgemeenschappen een gemeenschappelijke Tafelberg waarop de verschillende tradities rondom het leven en de dood belicht worden. We brachten de winkel om de hoek in beeld door met de winkeliers in hun eigen geschiedenis te duiken en die in kaart te brengen voor het grote MAS publiek. Maar het gaat om ook kleinschalige projecten, zoals die waarbij Afghaanse vrouwen met DOEK vzw bij ons textielen bekijken en er kennis wordt overgedragen over specifieke borduurtechnieken. Hoe brengen jullie oude en nieuwe ambachten bij elkaar, Errol? En hoe waarborg je die kennis daarna voor de toekomst?

Met zulke samenwerkingen proberen we de lat ook steeds hoger te leggen en steeds vaker te kiezen voor een verregaande vorm van participatie. Dat is omdat ik wel geloof dat een grote betrokkenheid leidt tot een duurzame relatie. Die duurzame relatie betekent bezoekers voor vandaag maar ook voor de toekomst. Een mooi voorbeeld was natuurlijk onze vorige tentoonstelling Instinct, volledig gemaakt door onze groep jonge vrijwilligers ‘MAS in Jonge Handen’. We leerden loslaten en te vertrouwen. Maar ik stel me ook vragen. Hoe bewaak je de kwaliteit als je die uit handen geeft? Hoe zorg je dat Kunst en Cultuur met hoofdletters niet verloren gaan?


DE DAGELIJKSE VAAT
MET DESIGN.
MOOIER KAN HAAST NIET.

Marianne prijst het MAS voor de verbinding tussen het lokale en het internationale. Iets waar denk ik veel musea naar op zoek zijn. Ik kijk daarvoor ook met heel veel bewondering naar het TextielMuseum in Tilburg. De manier waarop jullie grote ontwerpers engageren om een ontwerp te maken voor huishoudelijk textiel, die vervolgens bij jullie in het museum als bedrijf geweven wordt, is voor mij een prachtig voorbeeld over hoe grote en kleine K’s en C’s verbonden worden. De dagelijkse vaat met design. Mooier kan haast niet.

De wisselwerking tussen het TextielMuseum als bedrijf, het TextielLab en de shop is denk ik bij jullie een knap uitgedachte werking. Een voorbeeld van cultureel ondernemerschap dat ik met interesse, en een vleugje positieve jaloezie, volg. En zo bekeek ik ook jullie bidboek met daarin een heel duidelijke missie en visie én een ambitie waar jullie tegen 2018 wilden staan. Mijn raad aan cultuurmakers zou zijn om zo’n plan op te stellen en openbaar te maken. Maar eigenlijk kan jij deze vraag beter beantwoorden, Errol: was dat bidboek inderdaad de basis voor de transformatie en de successen van het TextielMuseum?

Tot binnenkort, bij een kopje koffie hoop ik.
Hartelijke groet,
Marieke

Top