Scroll to top
18 oktober 2018

Met het oor tegen de grond

Ontmoeting met Michiel van de Weerthof

18 oktober 2018

Met het oor tegen de grond

Ontmoeting met Michiel van de Weerthof

Volgens zijn huisarts is hij een mens. Maar in luistervaardigheid lijkt Michiel van de Weerthof [37] het meest op de Galleria mellonella. Dat nachtvlindertje is de ongekroonde koning van het oor: het kan geluiden tot 300 kilohertz waarnemen. Hoe klinkt Brabant? Gesprek met een man die zijn oren de kost geeft.

Michiel maakt podcasts, audioverhalen, luisterapps en audiotours. Vaak werkt hij met collega-geluidskunstenaar Joost van Pagée. Soundtreks, heet hun bedrijf. Tot hun opdrachtgevers behoren gemeenten, kunstinstellingen, zorgkoepels en woningcorporaties.
Geen zee van geluid gaat het duo te hoog. Dat leert onder meer het project ‘De Opname – JBZ Luisterroutes’ [2017]. In opdracht van het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch ontwikkelde Soundtreks een app met zes luisterroutes. Aan de hand daarvan kunnen bedlegerigen en anderen tochten langs kunstwerken in en om het JBZ maken. Onderweg horen ze associatieve beschrijvingen, opmerkelijke ziekenhuisgeluiden, muziek – van orgelspel tot MRI-techno – en flarden van interviews.

Lichtekooi

Hij woont in de Schilderstraat, ooit het lichtekooikwartier van Den Bosch. Altijd rumoer, zeker op de avonden dat drinkeboeren joelend een jarige in de richting van zijn al half ontklede cadeau duwden. Ook het huis van Michiel was een bordeel. Nu wenkt een raamaffiche. Het verleidt de voorbijganger om de podcast ‘GEEL’ te beluisteren, een actueel en hilarisch onderzoek van Michiel naar de essentie van de kleur geel: hoe geel is geel? Waarom? En wat kan je ermee?
 

Volgens zijn huisarts is hij een mens. Maar in luistervaardigheid lijkt Michiel van de Weerthof [37] het meest op de Galleria mellonella. Dat nachtvlindertje is de ongekroonde koning van het oor: het kan geluiden tot 300 kilohertz waarnemen. Hoe klinkt Brabant? Gesprek met een man die zijn oren de kost geeft.

Michiel maakt podcasts, audioverhalen, luisterapps en audiotours. Vaak werkt hij met collega-geluidskunstenaar Joost van Pagée. Soundtreks, heet hun bedrijf. Tot hun opdrachtgevers behoren gemeenten, kunstinstellingen, zorgkoepels en woningcorporaties.
Geen zee van geluid gaat het duo te hoog. Dat leert onder meer het project ‘De Opname – JBZ Luisterroutes’ [2017]. In opdracht van het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch ontwikkelde Soundtreks een app met zes luisterroutes. Aan de hand daarvan kunnen bedlegerigen en anderen tochten langs kunstwerken in en om het JBZ maken. Onderweg horen ze associatieve beschrijvingen, opmerkelijke ziekenhuisgeluiden, muziek – van orgelspel tot MRI-techno – en flarden van interviews.

Lichtekooi

Hij woont in de Schilderstraat, ooit het lichtekooikwartier van Den Bosch. Altijd rumoer, zeker op de avonden dat drinkeboeren joelend een jarige in de richting van zijn al half ontklede cadeau duwden. Ook het huis van Michiel was een bordeel. Nu wenkt een raamaffiche. Het verleidt de voorbijganger om de podcast ‘GEEL’ te beluisteren, een actueel en hilarisch onderzoek van Michiel naar de essentie van de kleur geel: hoe geel is geel? Waarom? En wat kan je ermee?
 

Zijn wieg stond in Leiden. Het gezin kende welgesteldheid, maar ook armoede. Oorzaak: de bochtige arbeidskeuzes van vader. Met een grijns somt Michiel op: “Judoschool, artsenbezoeker, handel in scootmobiels, haringkar.” Ook importeerde vader fruit uit Colombia dat bedenkelijk exotisch was. “Maar ja, er moest brood op de plank”, vergoelijkt de zoon.

“Het kostbaarste dat hij van zijn vader erfde, is onverstoorbaarheid.

Die komt Michiel van pas in de vaak gereguleerde omgevingen waarin hij werkt: overbezorgde communicatiemedewerkers en knellende protocollen brengen hem niet snel van de wijs. Zo maakte hij de ‘Tiswattis Show’ [2017], een podcastserie rond woonzorgcentrum De Grevelingen in Den Bosch. Talloze senioren vertellen over leven en sterfelijkheid. Voorjaar 2018 jaar ging ‘Niet van Gisteren’ de lucht in: een interactief kijk- & luisterproject dat Soundtreks en twee illustratoren in het Bredase woonzorgcentrum Park Zuiderhout maakten.

Verstrooiing

Het dagelijks leven biedt hem vaak inspiratie. Zo kan een blaffende hond in de nacht of een bezoek aan de Lidl het begin van een audioproject vormen. Zelf blijft hij niet buiten schot, bewijst een project in wording. In 2016 overleed zijn moeder onder onopgehelderde omstandigheden. Mogelijk hielp ze de dood zelf een handje. In haar vertrek kiemde ook een begin: een liefdevol audioproject over de asbestemming. Hij belde de DELA voor tips, verkende de kaart van Europa. Afgelopen zomer verdeelde Michiel de as over Tupperware-bakjes en lege potten sinaasappelgemberjam en Mutti-tomatenpuree. In augustus reisde hij met de as, opname-apparatuur en zijn vriendin Lot naar Duitsland. Serendipiteit en Google Maps waren hun gidsen. Op zes veelzeggende locaties – te zijner tijd zijn ze in een podcast te beluisteren – verstrooide hij de as van zijn moeder. Hij wil het project bij een landelijke omroep onderbrengen.

Mythe

Rewind, play. Het is 2002: na twee jaar Televisie-, Film- en Theater Studies aan de universiteit in Utrecht doet Michiel vermoeid zijn ogen dicht. Hij heeft het wel gezien: “Ik heb een levenslange minachting voor het academisch systeem gekregen.” Meer geluk verwacht hij op de Kunstacademie, mits hij verf, inkt of klei links kan laten liggen. Zijn grondstof is geluid. Een landelijke zoektocht eindigt op de toenmalige AKV in Den Bosch: “Daar snapten ze niks van audio, maar wel van autonomie. Dat telde voor mij.”

Zijn wieg stond in Leiden. Het gezin kende welgesteldheid, maar ook armoede. Oorzaak: de bochtige arbeidskeuzes van vader. Met een grijns somt Michiel op: “Judoschool, artsenbezoeker, handel in scootmobiels, haringkar.” Ook importeerde vader fruit uit Colombia dat bedenkelijk exotisch was. “Maar ja, er moest brood op de plank”, vergoelijkt de zoon.

“Het kostbaarste dat hij van zijn vader erfde, is onverstoorbaarheid.

Die komt Michiel van pas in de vaak gereguleerde omgevingen waarin hij werkt: overbezorgde communicatiemedewerkers en knellende protocollen brengen hem niet snel van de wijs. Zo maakte hij de ‘Tiswattis Show’ [2017], een podcastserie rond woonzorgcentrum De Grevelingen in Den Bosch. Talloze senioren vertellen over leven en sterfelijkheid. Voorjaar 2018 jaar ging ‘Niet van Gisteren’ de lucht in: een interactief kijk- & luisterproject dat Soundtreks en twee illustratoren in het Bredase woonzorgcentrum Park Zuiderhout maakten.

Verstrooiing

Het dagelijks leven biedt hem vaak inspiratie. Zo kan een blaffende hond in de nacht of een bezoek aan de Lidl het begin van een audioproject vormen. Zelf blijft hij niet buiten schot, bewijst een project in wording. In 2016 overleed zijn moeder onder onopgehelderde omstandigheden. Mogelijk hielp ze de dood zelf een handje. In haar vertrek kiemde ook een begin: een liefdevol audioproject over de asbestemming. Hij belde de DELA voor tips, verkende de kaart van Europa. Afgelopen zomer verdeelde Michiel de as over Tupperware-bakjes en lege potten sinaasappelgemberjam en Mutti-tomatenpuree. In augustus reisde hij met de as, opname-apparatuur en zijn vriendin Lot naar Duitsland. Serendipiteit en Google Maps waren hun gidsen. Op zes veelzeggende locaties – te zijner tijd zijn ze in een podcast te beluisteren – verstrooide hij de as van zijn moeder. Hij wil het project bij een landelijke omroep onderbrengen.

Mythe

Rewind, play. Het is 2002: na twee jaar Televisie-, Film- en Theater Studies aan de universiteit in Utrecht doet Michiel vermoeid zijn ogen dicht. Hij heeft het wel gezien: “Ik heb een levenslange minachting voor het academisch systeem gekregen.” Meer geluk verwacht hij op de Kunstacademie, mits hij verf, inkt of klei links kan laten liggen. Zijn grondstof is geluid. Een landelijke zoektocht eindigt op de toenmalige AKV in Den Bosch: “Daar snapten ze niks van audio, maar wel van autonomie. Dat telde voor mij.”

Sinds 2004 is hij Bosschenaar. Welke verschillen tussen Holland en Brabant hem het sterkst opvallen? Op kale en droge toon, zonder mosterd: “De viandellen en sitosticks die ze hier hebben. Maar ook de overvloed aan kleine vrouwen.” Het meest opmerkelijk vindt hij het verschil in communicatiestijlen. De Hollandse directheid versus Brabantse indirectheid of zelfs ontwijking. Zijn hart ligt nadrukkelijk bij de eerste stijl: recht in het gezicht. “Niet via de neef van de vrouw van de slager, die het achter de ellebogen heeft.” Nog een verzuchting: Brabanders bezitten minder gastvrijheid dan ze zichzelf toedichten. “Kom je van boven de rivieren, dan moet je vijf stappen zetten in plaats van één. De gemoedelijkheid van Brabant is een zorgvuldig in stand gehouden mythe. Wil je hier overleven, dan komen goede spiegelneuronen en wat kameleontisme van pas.”

Een andere kanttekening: spreken over ‘de Brabantse identiteit’ vindt hij gewichtigdoenerij. Volgens Michiel is het vooral een slimme poging om eeuwenlange minderwaardigheid om te turnen naar triomfantelijke meerwaardigheid.

Bovendien wekken bestuurders en marketeers valselijk de suggestie dat Brabant één gebied is. Hij pakt een atlas uit de kast, slaat hem open en priemt met zijn vinger: “Hier, Rucphen, Willemstad, Dinteloord. Daar liggen interessante crossroads met Vlaanderen, Zeeland en de Randstad – maar dat is toch geen Brabant?!”

Van huis uit is hij meer ascetisch dan dionysisch. Op carnaval in Den Bosch na, dat hij vijf dagen viert. Ooit liet hij zelfs tranen bij de begrafenis van Knillis. Voor de nietsvermoedende lezer: dat is de metershoge boer van Oeteldonk, die met rouwbeklag op de laatste dag om 23.55 uur van zijn sokkel wordt gehaald. Met ernst: “In carnaval zit een wijsheid die hout snijdt. Op oerniveau: gezamenlijk leven, liefde, dood, seks en drank vieren. In Brabant kan dat zonder gedoe; in de Randstad wordt zoiets al snel ingewikkeld. Het besef van gemeenschap is in Brabant sterker. Op termijn levert dat gelukkige en vrolijke mensen op. Ben ik van overtuigd.”

Typisch Brabants

Naast de boerenkiel ontdekte Michiel nog een uitgesproken Brabants kledingstuk: de mantel der liefde. “Dat blijft wennen, want iets toedekken vind ik al snel hypocriet. Tegelijkertijd zie ik ook wel dat het zin kan hebben. Het maakt een samenleving dragelijker.” Wat hem verder opvalt, is het relatieve gemak in Brabant om opdrachten te vergaren. “Je zit niet met honderden anderen in dezelfde vijvers te vissen. Dat geldt zeker voor audiokunstenaars en podcastmakers. Wel moet je enigszins de weg kennen: “Den Bosch is een stad van dynastieën: families die macht en invloed hebben. Dat weefsel is sterk. Nepotisme is hier nooit ver weg. Ik kijk er met verbazing naar, want ik ben een kruiwagenloos mens.” Tegelijkertijd is hij niet heiliger dan Sint-Pieter, de patroon van zijn geboortestad Leiden: “Er valt altijd wel iets te ritselen. De lijnen zijn kort. Wat helpt is de gunningsfactor. Die telt sterk mee in Brabant.”

Sinds 2004 is hij Bosschenaar. Welke verschillen tussen Holland en Brabant hem het sterkst opvallen? Op kale en droge toon, zonder mosterd: “De viandellen en sitosticks die ze hier hebben. Maar ook de overvloed aan kleine vrouwen.” Het meest opmerkelijk vindt hij het verschil in communicatiestijlen. De Hollandse directheid versus Brabantse indirectheid of zelfs ontwijking. Zijn hart ligt nadrukkelijk bij de eerste stijl: recht in het gezicht. “Niet via de neef van de vrouw van de slager, die het achter de ellebogen heeft.” Nog een verzuchting: Brabanders bezitten minder gastvrijheid dan ze zichzelf toedichten. “Kom je van boven de rivieren, dan moet je vijf stappen zetten in plaats van één. De gemoedelijkheid van Brabant is een zorgvuldig in stand gehouden mythe. Wil je hier overleven, dan komen goede spiegelneuronen en wat kameleontisme van pas.”

Een andere kanttekening: spreken over ‘de Brabantse identiteit’ vindt hij gewichtigdoenerij. Volgens Michiel is het vooral een slimme poging om eeuwenlange minderwaardigheid om te turnen naar triomfantelijke meerwaardigheid.

Bovendien wekken bestuurders en marketeers valselijk de suggestie dat Brabant één gebied is. Hij pakt een atlas uit de kast, slaat hem open en priemt met zijn vinger: “Hier, Rucphen, Willemstad, Dinteloord. Daar liggen interessante crossroads met Vlaanderen, Zeeland en de Randstad – maar dat is toch geen Brabant?!”

Van huis uit is hij meer ascetisch dan dionysisch. Op carnaval in Den Bosch na, dat hij vijf dagen viert. Ooit liet hij zelfs tranen bij de begrafenis van Knillis. Voor de nietsvermoedende lezer: dat is de metershoge boer van Oeteldonk, die met rouwbeklag op de laatste dag om 23.55 uur van zijn sokkel wordt gehaald. Met ernst: “In carnaval zit een wijsheid die hout snijdt. Op oerniveau: gezamenlijk leven, liefde, dood, seks en drank vieren. In Brabant kan dat zonder gedoe; in de Randstad wordt zoiets al snel ingewikkeld. Het besef van gemeenschap is in Brabant sterker. Op termijn levert dat gelukkige en vrolijke mensen op. Ben ik van overtuigd.”

Typisch Brabants

Naast de boerenkiel ontdekte Michiel nog een uitgesproken Brabants kledingstuk: de mantel der liefde. “Dat blijft wennen, want iets toedekken vind ik al snel hypocriet. Tegelijkertijd zie ik ook wel dat het zin kan hebben. Het maakt een samenleving dragelijker.” Wat hem verder opvalt, is het relatieve gemak in Brabant om opdrachten te vergaren. “Je zit niet met honderden anderen in dezelfde vijvers te vissen. Dat geldt zeker voor audiokunstenaars en podcastmakers. Wel moet je enigszins de weg kennen: “Den Bosch is een stad van dynastieën: families die macht en invloed hebben. Dat weefsel is sterk. Nepotisme is hier nooit ver weg. Ik kijk er met verbazing naar, want ik ben een kruiwagenloos mens.” Tegelijkertijd is hij niet heiliger dan Sint-Pieter, de patroon van zijn geboortestad Leiden: “Er valt altijd wel iets te ritselen. De lijnen zijn kort. Wat helpt is de gunningsfactor. Die telt sterk mee in Brabant.”

Over de invloed van Brabant op zijn makerschap: in februari 2015 bleef hij twee nachten op om de geluiden van voorbijtrekkende carnavalsmuziekskes-in-de-verte vast te leggen. Het leverde de onnavolgbare composities ‘Ötel’ en ‘Oetelcore’ op, waarin hij onherkenbaar klassieke carnavalskrakers verwerkte na digitale mangeling van maat en melodie. Op verzoek van de interviewer zet Michiel het onorthodoxe ‘Oetelkoor’ op. Aantal beats per minute: 175. Een polonaise – volgens sceptici de enige vorm van collectieve vooruitgang in Brabant – is uitgesloten.
Zijn er uitgesproken Brabantse geluiden? Zijn gezicht verraadt nadenken op zestig Herz. Dat is zwaar en diep. Dan: “Twee soorten geluid: van fanfares en van mensen die verhalen vertellen. Dit is een provincie met een sterke verhalencultuur. Dat merkten Joost [van Pagée] en ik ook weer bij het maken van de ‘Meandersom’ [2017], onze podcastserie over ongeziene verhalen en plekken langs de Maas tussen Lith en Keent. Als je iemand een microfoon onder z’n neus duwt, begint-ie te vertellen.” Van oor naar neus: zijn er ook herkenbare Brabantse geuren? Absoluut, weet Michiel: “Slachterijen, drugsafval en worstenbroodjes.”

Over de invloed van Brabant op zijn makerschap: in februari 2015 bleef hij twee nachten op om de geluiden van voorbijtrekkende carnavalsmuziekskes-in-de-verte vast te leggen. Het leverde de onnavolgbare composities ‘Ötel’ en ‘Oetelcore’ op, waarin hij onherkenbaar klassieke carnavalskrakers verwerkte na digitale mangeling van maat en melodie. Op verzoek van de interviewer zet Michiel het onorthodoxe ‘Oetelkoor’ op. Aantal beats per minute: 175. Een polonaise – volgens sceptici de enige vorm van collectieve vooruitgang in Brabant – is uitgesloten.
Zijn er uitgesproken Brabantse geluiden? Zijn gezicht verraadt nadenken op zestig Herz. Dat is zwaar en diep. Dan: “Twee soorten geluid: van fanfares en van mensen die verhalen vertellen. Dit is een provincie met een sterke verhalencultuur. Dat merkten Joost [van Pagée] en ik ook weer bij het maken van de ‘Meandersom’ [2017], onze podcastserie over ongeziene verhalen en plekken langs de Maas tussen Lith en Keent. Als je iemand een microfoon onder z’n neus duwt, begint-ie te vertellen.” Van oor naar neus: zijn er ook herkenbare Brabantse geuren? Absoluut, weet Michiel: “Slachterijen, drugsafval en worstenbroodjes.”

Exodus

In vijftien jaar zag hij veel talent van het zuiden naar de Randstad vertrekken. Maar de exodus zwakt wat af. In weerwil van zijn groeiende sympathie voor Brabant: ook Michiel raadt elke twintigjarige aan om in Amsterdam te gaan wonen. “Daar kun je beter stuiteren dan hier. Daar leer je ook zonder vangnetten of mantels der liefde leven. Een flinke bloedneus op z’n tijd. Word je sterk en groot van. Maar als je slim bent, kom je op je vijfendertigste of veertigste terug.”

michielvandeweerthof.nl

Auteur: Eric Alink
 

Exodus

In vijftien jaar zag hij veel talent van het zuiden naar de Randstad vertrekken. Maar de exodus zwakt wat af. In weerwil van zijn groeiende sympathie voor Brabant: ook Michiel raadt elke twintigjarige aan om in Amsterdam te gaan wonen. “Daar kun je beter stuiteren dan hier. Daar leer je ook zonder vangnetten of mantels der liefde leven. Een flinke bloedneus op z’n tijd. Word je sterk en groot van. Maar als je slim bent, kom je op je vijfendertigste of veertigste terug.”

michielvandeweerthof.nl

Auteur: Eric Alink
 

Brabant kent van oudsher een sterke verhalencultuur. Live

  • Eens
    0% 0 / 42
  • Oneens
    0% 0 / 42
Top