Scroll to top
9 november 2018

Junge, komm bald wieder

Ontmoeting met Ted Noten

9 november 2018

Junge, komm bald wieder

Ontmoeting met Ted Noten

Een potje geografisch Pim Pam Pet met Ted. Land met een J? Japan. Stad met een M? Miami. Bij vrijwel elke letter valt een plek te noemen waar de sieradenmaker is geweest. Het is de consequentie van zijn internationale roem. Toch is zijn binnenwereld groter dan zijn buitenwereld. Ontmoeting met Ted Noten, de kunstenaar die in Limburg begon en voorlopig in Den Bosch eindigt.

Wat is de grond van je bestaan? Klei, wist Ted als kind. Zijn ouderlijk huis stond in Swalmen, het Limburgse dorp dat op een kleilaag uit het begin van het Pleistoceen ligt. De gedroomde grondstof voor aardewerk: “Mijn vader was directeur van een steenfabriek in het dorp, een man die ook zelf de mouwen oprolde. Later stapte hij over op tegels. Hij hield van keramiek, experimenteerde ook met glazuur. Daar zat veel lood in. M’n vader ontwierp prachtige tegels, maar is jong gestorven. Het mooiste wat een mens maakt, laat je na. Doet een rups ook, die wordt een vlinder. Dan is het gedaan.”

Zo’n tweemaal per jaar komt hij nog in Swalmen. Zijn broer woont er. Zelf is Ted blij dat hij vroegtijdig is vertrokken. “In Limburg hoefde je je levenspad niet te ontdekken. Het was er al: een geasfalteerde weg die naar de R.K.-kerk leidde. Tegelijkertijd was het katholicisme je redding. Je mocht meisjes lastigvallen, waarna je te biecht ging en het met drie weesgegroetjes goedmaakte.
 

Een potje geografisch Pim Pam Pet met Ted. Land met een J? Japan. Stad met een M? Miami. Bij vrijwel elke letter valt een plek te noemen waar de sieradenmaker is geweest. Het is de consequentie van zijn internationale roem. Toch is zijn binnenwereld groter dan zijn buitenwereld. Ontmoeting met Ted Noten, de kunstenaar die in Limburg begon en voorlopig in Den Bosch eindigt.

Wat is de grond van je bestaan? Klei, wist Ted als kind. Zijn ouderlijk huis stond in Swalmen, het Limburgse dorp dat op een kleilaag uit het begin van het Pleistoceen ligt. De gedroomde grondstof voor aardewerk: “Mijn vader was directeur van een steenfabriek in het dorp, een man die ook zelf de mouwen oprolde. Later stapte hij over op tegels. Hij hield van keramiek, experimenteerde ook met glazuur. Daar zat veel lood in. M’n vader ontwierp prachtige tegels, maar is jong gestorven. Het mooiste wat een mens maakt, laat je na. Doet een rups ook, die wordt een vlinder. Dan is het gedaan.”

Zo’n tweemaal per jaar komt hij nog in Swalmen. Zijn broer woont er. Zelf is Ted blij dat hij vroegtijdig is vertrokken. “In Limburg hoefde je je levenspad niet te ontdekken. Het was er al: een geasfalteerde weg die naar de R.K.-kerk leidde. Tegelijkertijd was het katholicisme je redding. Je mocht meisjes lastigvallen, waarna je te biecht ging en het met drie weesgegroetjes goedmaakte.
 

Verhalenland

Zijn werk is zuidelijk. Sterk beeldend, meerlagig en zintuiglijk. Tegelijkertijd is het narratief. Ted: “Limburg is een verhalenland. Dat zie je terug in wat ik maak.” Zo vormen zijn sieraden en objecten een kolossale raamvertelling over hebzucht, sterfelijkheid, lust en plezier. Elk verhaal staat op zich, maar onderling gaan ze verbindingen aan. In het werk van Ted Noten vloeit het sacrale vlotjes over in het volkse. Het lijkt haast een loyaliteitsverklaring aan zijn geboortedorp Tegelen, waar het einde van de Heilige-Sacramentsprocessie traditiegetrouw de opening van de kermis vormde.

Meemaken, erbij zijn. Maar niet eeuwig, voelde Ted. Op zijn zeventiende vertrok hij naar Amerika, “met ‘On the road’ van Jack Kerouac in zijn broekzak.

“Drieënhalve maand zwierf hij rond. Tabak plukken in Canada, dronken raken in San Francisco.”

“De les? Als je een mate van naïviteit en verwondering behoudt, gebeuren er goede dingen. Die ontvankelijkheid heb ik kunnen behouden, ongeacht waar ik werkte.”

Na terugkeer belandde hij in de psychiatrie. Als verpleegkundige op Vijverdal in Maastricht, dat wel. “Ik heb er de zwarte en gevaarlijke kant van de mens gezien. Erg leerzaam.” Na vier jaar nam hij afscheid van de geestelijke gezondheidszorg. Te veel korsetterie van de ziel. Met zijn toenmalige lief begon hij een lange kriskrastocht door Afrika, India, België. In één zin: hippie happiness, opium, zelfgemaakte sieraden op een fluwelen kleedje. “Een Duitse jongen in Athene heeft het me geleerd, hoe je ze met schelpjes en steentjes maakt. Toch een soort Wiedergutmachung, want het zou me voorspoed brengen.”

De hausgemachte Schmuck voerde Ted naar de Kunstacademie in Maastricht. Zilveren kannen hameren, hogere esthetica: “maar benepen, gezapig, te klein.” Na drie jaar avondschool jaar gaf hij de voorkeur aan de Rietveldacademie in Amsterdam, die als licht-anarchistisch te boek stond. Heimwee naar het zuiden bleef uit. Wel pleegde hij in de ogen van de Limburgse achterblijvers opnieuw hoogverraad: eerst Swalmen uit, dan Maastricht de rug toekeren. Hij haalde zijn schouders op, bleef in Amsterdam.

Op de korrel

Vanaf 1995 brengen zijn onorthodoxe sieraden en objecten van acrylaat hem internationale faam: van damestassen met een rat, revolver of gram cocaïne erin gegoten tot aan koffers met vergulde mitrailleurs. Steevast neemt hij dikdoenerij op de korrel. Ook zingeving omsingelt hij met ironie. In een zaal van museum Boijmans van Beuningen liet hij een bulldozertje zand van de ene naar de andere kant schuiven. In het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen veroorzaakte zijn rottende-vis-met-parelketting-in-buik zowel stank en maden als kokhalzende bezoekers.

Verhalenland

Zijn werk is zuidelijk. Sterk beeldend, meerlagig en zintuiglijk. Tegelijkertijd is het narratief. Ted: “Limburg is een verhalenland. Dat zie je terug in wat ik maak.” Zo vormen zijn sieraden en objecten een kolossale raamvertelling over hebzucht, sterfelijkheid, lust en plezier. Elk verhaal staat op zich, maar onderling gaan ze verbindingen aan. In het werk van Ted Noten vloeit het sacrale vlotjes over in het volkse. Het lijkt haast een loyaliteitsverklaring aan zijn geboortedorp Tegelen, waar het einde van de Heilige-Sacramentsprocessie traditiegetrouw de opening van de kermis vormde.

Meemaken, erbij zijn. Maar niet eeuwig, voelde Ted. Op zijn zeventiende vertrok hij naar Amerika, “met ‘On the road’ van Jack Kerouac in zijn broekzak.

“Drieënhalve maand zwierf hij rond. Tabak plukken in Canada, dronken raken in San Francisco.”

“De les? Als je een mate van naïviteit en verwondering behoudt, gebeuren er goede dingen. Die ontvankelijkheid heb ik kunnen behouden, ongeacht waar ik werkte.”

Na terugkeer belandde hij in de psychiatrie. Als verpleegkundige op Vijverdal in Maastricht, dat wel. “Ik heb er de zwarte en gevaarlijke kant van de mens gezien. Erg leerzaam.” Na vier jaar nam hij afscheid van de geestelijke gezondheidszorg. Te veel korsetterie van de ziel. Met zijn toenmalige lief begon hij een lange kriskrastocht door Afrika, India, België. In één zin: hippie happiness, opium, zelfgemaakte sieraden op een fluwelen kleedje. “Een Duitse jongen in Athene heeft het me geleerd, hoe je ze met schelpjes en steentjes maakt. Toch een soort Wiedergutmachung, want het zou me voorspoed brengen.”

De hausgemachte Schmuck voerde Ted naar de Kunstacademie in Maastricht. Zilveren kannen hameren, hogere esthetica: “maar benepen, gezapig, te klein.” Na drie jaar avondschool jaar gaf hij de voorkeur aan de Rietveldacademie in Amsterdam, die als licht-anarchistisch te boek stond. Heimwee naar het zuiden bleef uit. Wel pleegde hij in de ogen van de Limburgse achterblijvers opnieuw hoogverraad: eerst Swalmen uit, dan Maastricht de rug toekeren. Hij haalde zijn schouders op, bleef in Amsterdam.

Op de korrel

Vanaf 1995 brengen zijn onorthodoxe sieraden en objecten van acrylaat hem internationale faam: van damestassen met een rat, revolver of gram cocaïne erin gegoten tot aan koffers met vergulde mitrailleurs. Steevast neemt hij dikdoenerij op de korrel. Ook zingeving omsingelt hij met ironie. In een zaal van museum Boijmans van Beuningen liet hij een bulldozertje zand van de ene naar de andere kant schuiven. In het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen veroorzaakte zijn rottende-vis-met-parelketting-in-buik zowel stank en maden als kokhalzende bezoekers.

Boerenslimheid

Ruim dertig jaar woonde Ted Noten in Amsterdam, evenals zijn netwerk van Japanse, Amerikaanse en Spaanse vrienden. Begin 2017 besloot hij naar Den Bosch te verhuizen, waar zijn vriendin Clemy – inmiddels echtgenote – woont. Hier is hij verlost van het kosmopolitische pretpark dat Amsterdam is geworden. Hij is het zat, de roedels met rolkoffers en lallende bierfietsers: “Den Bosch past beter bij m’n drang naar huiselijkheid. Wat me hier ook aanspreekt, is de lossige omgang met regels. Meer dan boven de rivieren wordt hier gesmokkeld, omzeild. Brabant is een grote lap grond tussen Holland en België. Logisch dat er in zo’n tussengebied dingen gebeuren die buiten de wet vallen.”
Wel vindt hij de beweerde gulheid van Brabanders aanvechtbaar. Hij herinnert aan zijn tentoonstelling in Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch in 2013. Een van de projecten was ‘Wanna Swap Your Ring?’, een groot pistool aan de muur dat wordt gevormd door 750 roze ‘varkensringen’ aan spijkertjes. Bezoekers mochten zo’n sieraad ruilen voor een ring van zichzelf. “Overal op de wereld – het project heeft in Oslo, Tokyo, Nieuw-Zeeland en nog zes plekken gehangen – hingen museumbezoekers eigen ringen terug. Behalve in Den Bosch: driekwart verruilde het voor een ringetje van de HEMA of een sleutelhanger. Gierig, maar ook een teken van boerenslimheid. Er stond immers niet bij dat dat niet zou mogen.”
Ook surrealisme past volgens Ted sterk bij Brabant: “Ik kijk hier m’n ogen uit op de kermis. Die koppen, vooral die blikken. Je voelt dat Jeroen Bosch dichtbij is.

“Welke hoofdzonden ik in Brabant het meest tegenkom? Hebzucht, gulzigheid en losbandigheid.”

Sinds lente 2017 heeft hij een atelier van maar liefst 10 x 20 x 7 meter in de voormalige mengvoederfabriek Koudijs in Den Bosch. Zijn werkplek is gevestigd in de vroegere zakkenvullerij – nee, de beste grappen hierover kan Ted zelf maken. Het atelier ligt vlakbij zijn huis, op edelsteenworp afstand.

Boerenslimheid

Ruim dertig jaar woonde Ted Noten in Amsterdam, evenals zijn netwerk van Japanse, Amerikaanse en Spaanse vrienden. Begin 2017 besloot hij naar Den Bosch te verhuizen, waar zijn vriendin Clemy – inmiddels echtgenote – woont. Hier is hij verlost van het kosmopolitische pretpark dat Amsterdam is geworden. Hij is het zat, de roedels met rolkoffers en lallende bierfietsers: “Den Bosch past beter bij m’n drang naar huiselijkheid. Wat me hier ook aanspreekt, is de lossige omgang met regels. Meer dan boven de rivieren wordt hier gesmokkeld, omzeild. Brabant is een grote lap grond tussen Holland en België. Logisch dat er in zo’n tussengebied dingen gebeuren die buiten de wet vallen.”
Wel vindt hij de beweerde gulheid van Brabanders aanvechtbaar. Hij herinnert aan zijn tentoonstelling in Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch in 2013. Een van de projecten was ‘Wanna Swap Your Ring?’, een groot pistool aan de muur dat wordt gevormd door 750 roze ‘varkensringen’ aan spijkertjes. Bezoekers mochten zo’n sieraad ruilen voor een ring van zichzelf. “Overal op de wereld – het project heeft in Oslo, Tokyo, Nieuw-Zeeland en nog zes plekken gehangen – hingen museumbezoekers eigen ringen terug. Behalve in Den Bosch: driekwart verruilde het voor een ringetje van de HEMA of een sleutelhanger. Gierig, maar ook een teken van boerenslimheid. Er stond immers niet bij dat dat niet zou mogen.”
Ook surrealisme past volgens Ted sterk bij Brabant: “Ik kijk hier m’n ogen uit op de kermis. Die koppen, vooral die blikken. Je voelt dat Jeroen Bosch dichtbij is.

“Welke hoofdzonden ik in Brabant het meest tegenkom? Hebzucht, gulzigheid en losbandigheid.”

Sinds lente 2017 heeft hij een atelier van maar liefst 10 x 20 x 7 meter in de voormalige mengvoederfabriek Koudijs in Den Bosch. Zijn werkplek is gevestigd in de vroegere zakkenvullerij – nee, de beste grappen hierover kan Ted zelf maken. Het atelier ligt vlakbij zijn huis, op edelsteenworp afstand.

In de oude fabriek, hallen en bijgebouwen hebben zich enkele tientallen jonge, creatieve en vaak ambachtelijke bedrijfjes gevestigd. Koepelnaam: de Tramkade. Onopgemerkt blijft het zorgvuldige gekoesterde rafelrandgebiedje niet. Koningin Máxima bracht al een werkbezoek aan het Werkwarenhuis van Social Label op het complex. Hare Majesteit had incognito kunnen komen: vjftien jaar geleden ontwierp Ted Noten een zilverkleurige bromfietshelm – stevig, relbestendig – met uitneembare tiara voor haar. “Ik houd niet van de poespas rond de monarchie. Maar de vrouwelijke schoonheid van Maxima is onweerstaanbaar.”

Brandnetel

Enerzijds ziet hij zijn werkplek als een autonome locatie, losgeweekt van noorderbreedte of oosterlengte. “Je kunt dit atelier ook in New York neerzetten, of in Turkije op het platteland. Als ik hier ben, ben ik in mijn eigen universum. Dankzij ict blijf ik toch wel met de wereld verbonden, zowel met een galeriehouder in Amerika als met een 3D-printer in Hasselt.” Anderzijds beïnvloeden zijn Limburgse herkomst en Brabantse leefomgeving zijn werk. “Dat zie je aan het kleurgebruik, de compositie, de knipoog naar al te grote ernst – ik vind humor belangrijk. Dat alles maakt me zuidelijk. Ik word regelmatig van kitsch beticht. So what: vind ik een compliment.”
Minder van beneden de rivieren lijkt zijn lone-wolf-gedrag.

“Ik heb geen enkele aandrang tot collectiviteit. Sterker nog: ik ben bijna asociaal. Deelnemen aan de groeps-app hier vind ik al heel wat.”

Maar altijd is Eduard nabij, over wie hij zelden spreekt. “Hij is mijn tweelingbroer. Bij de geboorte was hij tweemaal zo groot. Ik kwam als eerste op de wereld, maar hij heeft de bevalling niet overleefd. Ik was twaalf jaar toen ze het me hebben verteld. Vanaf die tijd begreep ik waarom m’n moeder nooit vrolijk was op m’n verjaardag. Lang heb ik gedacht dat ik m’n broertje heb vermoord. Nu voelt dat anders. Hij is nooit ver weg. Daarom kan ik ook alleen zijn.”

In de oude fabriek, hallen en bijgebouwen hebben zich enkele tientallen jonge, creatieve en vaak ambachtelijke bedrijfjes gevestigd. Koepelnaam: de Tramkade. Onopgemerkt blijft het zorgvuldige gekoesterde rafelrandgebiedje niet. Koningin Máxima bracht al een werkbezoek aan het Werkwarenhuis van Social Label op het complex. Hare Majesteit had incognito kunnen komen: vjftien jaar geleden ontwierp Ted Noten een zilverkleurige bromfietshelm – stevig, relbestendig – met uitneembare tiara voor haar. “Ik houd niet van de poespas rond de monarchie. Maar de vrouwelijke schoonheid van Maxima is onweerstaanbaar.”

Brandnetel

Enerzijds ziet hij zijn werkplek als een autonome locatie, losgeweekt van noorderbreedte of oosterlengte. “Je kunt dit atelier ook in New York neerzetten, of in Turkije op het platteland. Als ik hier ben, ben ik in mijn eigen universum. Dankzij ict blijf ik toch wel met de wereld verbonden, zowel met een galeriehouder in Amerika als met een 3D-printer in Hasselt.” Anderzijds beïnvloeden zijn Limburgse herkomst en Brabantse leefomgeving zijn werk. “Dat zie je aan het kleurgebruik, de compositie, de knipoog naar al te grote ernst – ik vind humor belangrijk. Dat alles maakt me zuidelijk. Ik word regelmatig van kitsch beticht. So what: vind ik een compliment.”
Minder van beneden de rivieren lijkt zijn lone-wolf-gedrag.

“Ik heb geen enkele aandrang tot collectiviteit. Sterker nog: ik ben bijna asociaal. Deelnemen aan de groeps-app hier vind ik al heel wat.”

Maar altijd is Eduard nabij, over wie hij zelden spreekt. “Hij is mijn tweelingbroer. Bij de geboorte was hij tweemaal zo groot. Ik kwam als eerste op de wereld, maar hij heeft de bevalling niet overleefd. Ik was twaalf jaar toen ze het me hebben verteld. Vanaf die tijd begreep ik waarom m’n moeder nooit vrolijk was op m’n verjaardag. Lang heb ik gedacht dat ik m’n broertje heb vermoord. Nu voelt dat anders. Hij is nooit ver weg. Daarom kan ik ook alleen zijn.”

Maar toch. Ontkenning en verdringing zijn nog altijd belangrijke bronnen waaruit Ted voor zijn werk put. Zulke psychische mechaniekjes zijn niet aan geografie gebonden. Hij wil maar zeggen: in beginsel maakt het niet uit waar een maker werkt. Overal ben je met jezelf, inclusief je DNA, herinneringen, dromen en trauma’s. Met dwarsige blik: “Waar je je eigen sokken ruikt, daar ben je thuis.”
Sjarel Ex, directeur van museum Boijmans Van Beuningen, noemde hem ooit een ubiquist. Dat is een plant- of diersoort die je in zeer veel uiteenlopende biotopen kunt aantreffen. Tot die overal-thuis-voelers behoren de grote brandnetel en het bezemskruid. In de fauna zijn het de koolmees, vlinder en meelmot die lak aan postcodeboek en paspoort hebben. Nog twee: de rat en de muis, die veel in het werk van Ted opduiken. Hij noemt de kwalificatie van Sjarel Ex kloppend.

Freddy Quin

Tegen zessen. Ted schenkt een glas wijn in, zwijgt. De radio staat zachtjes. Op de klassieke Vlaamse zender Klara klinkt het lied ‘Feldeinsamkeit’ van Brahms. De sieradenmaker glimlacht. In zijn Limburgse jaren had hij een grote afkeer van de “Pruus” [Duitsers], totdat hun cultuur hem verleidde. “Vooral de romantiek spreekt me aan. Hermann Hesse, Mahler. En: schlagers!” Hij zingt de eerste regels van Freddy Quins’ hitje uit 1963, toen hij nog in Swalmen woonde: “Junge, komm bald wieder, bald wieder nach Haus. Junge, fahr nie wieder, nie wieder hinaus.” Maar dat durft Ted Noten niet te beloven. Een ubiquist voelt zich overal thuis. Vooral in Brabant, waar thuis overal is.

www.tednoten.com

Auteur: Eric Alink

Maar toch. Ontkenning en verdringing zijn nog altijd belangrijke bronnen waaruit Ted voor zijn werk put. Zulke psychische mechaniekjes zijn niet aan geografie gebonden. Hij wil maar zeggen: in beginsel maakt het niet uit waar een maker werkt. Overal ben je met jezelf, inclusief je DNA, herinneringen, dromen en trauma’s. Met dwarsige blik: “Waar je je eigen sokken ruikt, daar ben je thuis.”
Sjarel Ex, directeur van museum Boijmans Van Beuningen, noemde hem ooit een ubiquist. Dat is een plant- of diersoort die je in zeer veel uiteenlopende biotopen kunt aantreffen. Tot die overal-thuis-voelers behoren de grote brandnetel en het bezemskruid. In de fauna zijn het de koolmees, vlinder en meelmot die lak aan postcodeboek en paspoort hebben. Nog twee: de rat en de muis, die veel in het werk van Ted opduiken. Hij noemt de kwalificatie van Sjarel Ex kloppend.

Freddy Quin

Tegen zessen. Ted schenkt een glas wijn in, zwijgt. De radio staat zachtjes. Op de klassieke Vlaamse zender Klara klinkt het lied ‘Feldeinsamkeit’ van Brahms. De sieradenmaker glimlacht. In zijn Limburgse jaren had hij een grote afkeer van de “Pruus” [Duitsers], totdat hun cultuur hem verleidde. “Vooral de romantiek spreekt me aan. Hermann Hesse, Mahler. En: schlagers!” Hij zingt de eerste regels van Freddy Quins’ hitje uit 1963, toen hij nog in Swalmen woonde: “Junge, komm bald wieder, bald wieder nach Haus. Junge, fahr nie wieder, nie wieder hinaus.” Maar dat durft Ted Noten niet te beloven. Een ubiquist voelt zich overal thuis. Vooral in Brabant, waar thuis overal is.

www.tednoten.com

Auteur: Eric Alink

Is een knipoog naar al te grote ernst typisch voor de Brabantse cultuur? Live

  • Ja
    0% 0 / 35
  • Nee
    0% 0 / 35
Top