Scroll to top
17 maart 2019

Jan-Willem Rozenboom

Huiskamer Ad en Cécile

17 maart 2019

Jan-Willem Rozenboom

Huiskamer Ad en Cécile

Het is nog vroeg als ik op de fiets stap in de richting van het huiskamerconcert van Jan-Willem Rozenboom, bij Ad en Cécile in de poststraat. Jan-Willem is normaal gezien pianist bij Guus Meeuwis, maar daarnaast geeft hij ook klassieke concerten.

Ik ben benieuwd of er nog een klein beetje over is van de philipsstadionvibe tijdens het concert. Als ik over de Heuvel fiets, veegt een schoonmaker het terras van de Clochard schoon. Op het Piusplein staat een korzelige man al shag rokend zijn hond uit te laten. Verder is er nog niet zo veel aan de hand. In de huiskamer van Ad en Cécile is het wél al behoorlijk druk. Blijkbaar zijn toeschouwers van een klassiek pianoconcert, in tegenstelling tot die van singer-songwriters en bandjes, gewoon netjes op tijd aanwezig.
De huiskamer, een lege, industriële witte ruimte met perfecte lichtinval, wordt gevuld door mensen van statuur. Een man in een overhemd en een pullover, met een opvallend brilmontuur op zijn neus, praat met een bijna identieke man over vastgoedinvesteringen. Een dame met een grote ketting om haar nek vertelt een weetje over Schubert aan haar buurvrouw.

Het is nog vroeg als ik op de fiets stap in de richting van het huiskamerconcert van Jan-Willem Rozenboom, bij Ad en Cécile in de poststraat. Jan-Willem is normaal gezien pianist bij Guus Meeuwis, maar daarnaast geeft hij ook klassieke concerten.

Ik ben benieuwd of er nog een klein beetje over is van de philipsstadionvibe tijdens het concert. Als ik over de Heuvel fiets, veegt een schoonmaker het terras van de Clochard schoon. Op het Piusplein staat een korzelige man al shag rokend zijn hond uit te laten. Verder is er nog niet zo veel aan de hand. In de huiskamer van Ad en Cécile is het wél al behoorlijk druk. Blijkbaar zijn toeschouwers van een klassiek pianoconcert, in tegenstelling tot die van singer-songwriters en bandjes, gewoon netjes op tijd aanwezig.
De huiskamer, een lege, industriële witte ruimte met perfecte lichtinval, wordt gevuld door mensen van statuur. Een man in een overhemd en een pullover, met een opvallend brilmontuur op zijn neus, praat met een bijna identieke man over vastgoedinvesteringen. Een dame met een grote ketting om haar nek vertelt een weetje over Schubert aan haar buurvrouw.

Er is geen achtergrondmuziek, tijdens de inloop, maar overal wordt op beschaafde toon en met ingetogen enthousiasme gebabbeld. Iedereen glimlacht beschaafd naar elkaar.
Een mevrouw met een artistiek kapsel en een opvallend brilmontuur bekijkt met een ernstig gezicht het a4-tje waarop het programma van de te spelen stukken. Ze tuit haar lippen een klein beetje, terwijl ze leest.
En? Tevreden met het programma?
Ze kijkt me een beetje vragend aan. Dan knikt ze voorzichtig, glimlacht ze.

“Ze draait zich weer om naar de grote vleugel, die pontificaal in het midden van de woonkamer staat, en waar alle stoeltjes omheen geposteerd staan.”

Dan ineens meldt Cécile zich in het midden van de kring.
‘Ehm, ja, nouja,’ mompelt ze een beetje, maar ze komt bijna niet over het gebabbel heen. De toeschouwers die al klaar zijn gaan zitten, beginnen de mensen om zich heen tot stilte te manen.
‘Er zijn nog twéé mensen niet, daar moeten we nog heel even vijf minuutjes op wachten, voordat we kunnen beginnen.’
Het publiek knikt goedkeurend. Een nette man met een kaal hoofd en een opvallend brilmontuur trekt zijn pullover uit. Dan stapt Jan-Willem de woonkamer binnen, en gaat achterin de ruimte staan, tot hij wordt aangekondigd. Voorzichtig kijken er twee dames om. Ze kijken verguld naar hoe Jan-Willem al die tijd een gewone jongen is gebleven. Hij heeft niet eens een opvallend brilmontuur.

Er is geen achtergrondmuziek, tijdens de inloop, maar overal wordt op beschaafde toon en met ingetogen enthousiasme gebabbeld. Iedereen glimlacht beschaafd naar elkaar.
Een mevrouw met een artistiek kapsel en een opvallend brilmontuur bekijkt met een ernstig gezicht het a4-tje waarop het programma van de te spelen stukken. Ze tuit haar lippen een klein beetje, terwijl ze leest.
En? Tevreden met het programma?
Ze kijkt me een beetje vragend aan. Dan knikt ze voorzichtig, glimlacht ze.

“Ze draait zich weer om naar de grote vleugel, die pontificaal in het midden van de woonkamer staat, en waar alle stoeltjes omheen geposteerd staan.”

Dan ineens meldt Cécile zich in het midden van de kring.
‘Ehm, ja, nouja,’ mompelt ze een beetje, maar ze komt bijna niet over het gebabbel heen. De toeschouwers die al klaar zijn gaan zitten, beginnen de mensen om zich heen tot stilte te manen.
‘Er zijn nog twéé mensen niet, daar moeten we nog heel even vijf minuutjes op wachten, voordat we kunnen beginnen.’
Het publiek knikt goedkeurend. Een nette man met een kaal hoofd en een opvallend brilmontuur trekt zijn pullover uit. Dan stapt Jan-Willem de woonkamer binnen, en gaat achterin de ruimte staan, tot hij wordt aangekondigd. Voorzichtig kijken er twee dames om. Ze kijken verguld naar hoe Jan-Willem al die tijd een gewone jongen is gebleven. Hij heeft niet eens een opvallend brilmontuur.

Top