Scroll to top

Hoe god (nooit) uit Brabant verdween

Door Eric Alink

Hoe god (nooit) uit Brabant verdween

Door Eric Alink

In den beginne was er nog geen cao voor opperwezens. Zonder onbehagelijkheidstoeslag werkte God zes etmalen stug door. Toch had hij misschien een tandje bij moeten zetten. Want zelfs in zijn thuisland Brabant is hij – zeker bij scheppende kunstenaars – in vergetelheid geraakt. Of niet? Tijd voor mijmering.

Aa, Maas en Dommel zijn Brabantse rivieren. Onze rivieren. Anders gezegd: wijwater. Ze doorsnijden de vijfduizend vierkante kilometer zand- en kleigrond van Brabant, waar cultuur van oudsher rooms is. Het is het land van passiespel, bedevaart en carnaval. Een dorstig land, waar Amer, Dintel en Mark extra wijwater zijn. Om bier van te brouwen, gelovigen mee te besprenkelen en inspiratie in te drenken. De ondergedompelde creativiteit leverde eeuwenlang kunst op waar godsvrees of heiligverklaring in doorklonk. Tientallen straatnaambordjes in Brabant herinneren aan makers die de weg naar een vroom leven wijzen: van Jheronimus Bosch en Alphons Diepenbrock tot Anton van Duinkerken en Dom Hans van der Laan. Zelfs hippies bleken bevattelijk voor het hogere. De dichter Hans Vlek, grootverbruiker van geestverruimende middelen, declameerde bij voorkeur luidkeels oudtestamentische teksten op Bossche terrassen. Ook filosoof, essayist en P.C. Hooftprijs-winnaar Cornelis Verhoeven keerde zijn roomse herkomst nooit volledig de rug toe. Hij schreef op de tast – vooral ‘Rondom de leegte’ is van grote schoonheid – en eindigde als religieus atheïst.

In den beginne was er nog geen cao voor opperwezens. Zonder onbehagelijkheidstoeslag werkte God zes etmalen stug door. Toch had hij misschien een tandje bij moeten zetten. Want zelfs in zijn thuisland Brabant is hij – zeker bij scheppende kunstenaars – in vergetelheid geraakt. Of niet? Tijd voor mijmering.

Aa, Maas en Dommel zijn Brabantse rivieren. Onze rivieren. Anders gezegd: wijwater. Ze doorsnijden de vijfduizend vierkante kilometer zand- en kleigrond van Brabant, waar cultuur van oudsher rooms is. Het is het land van passiespel, bedevaart en carnaval. Een dorstig land, waar Amer, Dintel en Mark extra wijwater zijn. Om bier van te brouwen, gelovigen mee te besprenkelen en inspiratie in te drenken. De ondergedompelde creativiteit leverde eeuwenlang kunst op waar godsvrees of heiligverklaring in doorklonk. Tientallen straatnaambordjes in Brabant herinneren aan makers die de weg naar een vroom leven wijzen: van Jheronimus Bosch en Alphons Diepenbrock tot Anton van Duinkerken en Dom Hans van der Laan. Zelfs hippies bleken bevattelijk voor het hogere. De dichter Hans Vlek, grootverbruiker van geestverruimende middelen, declameerde bij voorkeur luidkeels oudtestamentische teksten op Bossche terrassen. Ook filosoof, essayist en P.C. Hooftprijs-winnaar Cornelis Verhoeven keerde zijn roomse herkomst nooit volledig de rug toe. Hij schreef op de tast – vooral ‘Rondom de leegte’ is van grote schoonheid – en eindigde als religieus atheïst.

Oog

Ik ben verwekt in Den Bosch. Dat weet ik vrijwel zeker, omdat mijn ouders zich nooit buiten de stadswallen waagden. Zelfs niet met een rozenkrans op zak. Zij wisten dat zulke nieuwsgierigheid – zeg maar rustig Bossche overmoed – op straffe van beroving, ziekte of erger zou zijn. Mijn jeugd ligt in de jaren zestig en zeventig. Zingen in het koortje van kapelaan Kok; stilletjes de plakhostie van je gehemelte pulken; veelvuldig een kaarsje in de Sint-Jan opsteken. Zo ontdekte ik de kunst van het geloven, waar mijn geloof in kunst als vanzelf uit voortvloeide.
Al vroeg in mijn leven zou tegenslag de wederkerigheid van kunst en geloof versterken. Zes jaar was ik. Toen kreeg ik een lui linkeroog. Het leek mij een begrijpelijke straf voor mijn dromerigheid. Op de vraag waartoe wij op aarde zijn, stond ik met m’n mond vol tanden. Ik was daar vrijwel nooit.
De remedie wachtte in de behandelkamer van dokter Hoeksema. Hij plakte m’n vlijtige rechteroog af – dat zou die klaploper links ervan wel leren. Geen gezicht, vonden ook de kinderen op het plein van de Dominicus Savio-school. Maar elk bezoek aan de Sint-Jan bracht troost. Het zonlicht in de gebrandschilderde ramen, het sierlijk houtsnijwerk, het beeld van de pelikaan die haar borst openpikt om de jonkies met haar bloed te voeden. De pracht en praal sterkte me in eenogige overtuiging: waar lijden is, is kunst. De omkeerbaarheid daarvan zou ik pas later ontdekken.
De diepste troost schonk het koepelgewelf van de middentoren. Want hoog boven het altaar leefde mijn lotgenoot. Een eenoog in een driehoek, met gouden stralen omkranst. Zijn naam kende ik niet. Wel zijn lijden. Ook in hem knaagde vermoedelijk schuld over geestelijk afdwalen. Cyclopen waren we, maar aardige cyclopen.

Oog

Ik ben verwekt in Den Bosch. Dat weet ik vrijwel zeker, omdat mijn ouders zich nooit buiten de stadswallen waagden. Zelfs niet met een rozenkrans op zak. Zij wisten dat zulke nieuwsgierigheid – zeg maar rustig Bossche overmoed – op straffe van beroving, ziekte of erger zou zijn. Mijn jeugd ligt in de jaren zestig en zeventig. Zingen in het koortje van kapelaan Kok; stilletjes de plakhostie van je gehemelte pulken; veelvuldig een kaarsje in de Sint-Jan opsteken. Zo ontdekte ik de kunst van het geloven, waar mijn geloof in kunst als vanzelf uit voortvloeide.
Al vroeg in mijn leven zou tegenslag de wederkerigheid van kunst en geloof versterken. Zes jaar was ik. Toen kreeg ik een lui linkeroog. Het leek mij een begrijpelijke straf voor mijn dromerigheid. Op de vraag waartoe wij op aarde zijn, stond ik met m’n mond vol tanden. Ik was daar vrijwel nooit.
De remedie wachtte in de behandelkamer van dokter Hoeksema. Hij plakte m’n vlijtige rechteroog af – dat zou die klaploper links ervan wel leren. Geen gezicht, vonden ook de kinderen op het plein van de Dominicus Savio-school. Maar elk bezoek aan de Sint-Jan bracht troost. Het zonlicht in de gebrandschilderde ramen, het sierlijk houtsnijwerk, het beeld van de pelikaan die haar borst openpikt om de jonkies met haar bloed te voeden. De pracht en praal sterkte me in eenogige overtuiging: waar lijden is, is kunst. De omkeerbaarheid daarvan zou ik pas later ontdekken.
De diepste troost schonk het koepelgewelf van de middentoren. Want hoog boven het altaar leefde mijn lotgenoot. Een eenoog in een driehoek, met gouden stralen omkranst. Zijn naam kende ik niet. Wel zijn lijden. Ook in hem knaagde vermoedelijk schuld over geestelijk afdwalen. Cyclopen waren we, maar aardige cyclopen.

Klad

Als journalist en schrijver zag ik dat rooms-katholicisme, kunst en cultuur in Brabant een drievuldigheid vormen. Enkele kenmerken van die triniteit: gemeenschapszin, viering in al z’n betekenissen, theatraliteit, beeld boven woord, moraal zonder de korsetterie van het calvinisme. Een terzijde: de roomse beeldende kunst is bijna altijd figuratief, om de onbegrijpelijke abstracties waarnaar zij verwijst – God, hel, hemel – nog enigszins de schijn van bevattelijkheid te geven. Hard nodig, want laten we ondanks Brainport Eindhoven niet denken dat de Brabander op voorhand slimmer is dan zijn landgenoten.
Wel geloviger? Niet meer. Begin jaren zeventig zag ik de klad in het katholicisme komen. Mayday Mayday in the Mary Month of May en de rest van het jaar. Sindsdien trekt in elke analyse dezelfde processie van woorden voorbij: individualisme, vrijheidsdrang, neoliberalisme. Het is ontegenzeggelijk waar: het katholicisme lijkt uit de Brabantse cultuur – en daarmee uit ons denken en onze taal – weggesijpeld. In een brugklasdictee verandert doop moeiteloos in dope. Bij aanslag op een Mariakapel is het niet vanzelfsprekend om louter aan mos of roet te denken. En een kruis slaan doen nog maar weinigen – het strelen ervan was al niet meer zo bon ton. Het Alziend Oog? Dat is flink kippig geworden. Oplettendheid is aan de bewakingscamera overgedragen. Niet langer houdt de Heer een oogje in het zeil. Wij doen dat, zijn pupillen.

FC Magie

Zienderogen zijn de Brabantse kerken en kloosters leeggelopen. Ze zijn afgebroken of herbestemd. Zo is de Sint Josephkerk in de Bossche binnenstad in een party- en eventlocatie veranderd, waar een melange van dampende reerug, Chanel 5 en lekbier de geur van wierook heeft verdrongen.
Veelzeggend is ook de herbestemming van de Mariënburg, het grootste kloostergebouw van Den Bosch. In 1899 namen de Zusters van Jezus, Maria en Jozef het in gebruik. Maar waar ruim een eeuw weesgegroetjes hebben geklonken, hoor je nu colleges over algoritmes en digitale doelgroepsegmentatie. De nonnen zijn verdwenen. Sinds 2016 biedt het oude kloostercomplex onderdak aan een internationale masteropleiding voor Data Science. Om in binaire taal te spreken: het is 1-0 voor Ratio United tegen FC Ten Hemel.
Haast vermakelijk is de herbestemming van de San Salvator-kerk in Orthen: de landelijke keten Jump XL wil in het neoromaanse gebouw een trampolinecentrum vestigen. Alle andere manieren om het hogere te bereiken, zijn failliet verklaard.

Streepjescode

Sommigen in Brabant wijzen hoopvol op de opmars van spiritualiteit. Toch verlangt dat twee kanttekeningen. Een: spiritualiteit is vooral een individuele beleving, daar waar het katholicisme – maar ook het afgedankte socialisme en communisme – op gezamenlijkheid stoelde. En twee: spiritualiteit is niet alleen maar transcendente zuiverheid. Het is omzet, net zoals kerk en economie eeuwenlang verstrengeld zijn geweest. Voordat de vrijemarkteconomie compleet losging – in de jaren negentig – dacht je bij verdienmodel hoogstens aan Brigitte Bardot, Naomi Campbell of andere onbereikbaarheid. Maar in de eenentwintigste eeuw is alles een verdienmodel: angst, gemak, escapisme, ongeduld, leegte en spiritualiteit. Vooral Boeddha brengt brood op de plank, bewijzen Intratuin, Xenos en andere ketens. Oosterse mystiek is er van een streepjescode voorzien: drie onthech¬tingen halen, twee betalen.

Klad

Als journalist en schrijver zag ik dat rooms-katholicisme, kunst en cultuur in Brabant een drievuldigheid vormen. Enkele kenmerken van die triniteit: gemeenschapszin, viering in al z’n betekenissen, theatraliteit, beeld boven woord, moraal zonder de korsetterie van het calvinisme. Een terzijde: de roomse beeldende kunst is bijna altijd figuratief, om de onbegrijpelijke abstracties waarnaar zij verwijst – God, hel, hemel – nog enigszins de schijn van bevattelijkheid te geven. Hard nodig, want laten we ondanks Brainport Eindhoven niet denken dat de Brabander op voorhand slimmer is dan zijn landgenoten.
Wel geloviger? Niet meer. Begin jaren zeventig zag ik de klad in het katholicisme komen. Mayday Mayday in the Mary Month of May en de rest van het jaar. Sindsdien trekt in elke analyse dezelfde processie van woorden voorbij: individualisme, vrijheidsdrang, neoliberalisme. Het is ontegenzeggelijk waar: het katholicisme lijkt uit de Brabantse cultuur – en daarmee uit ons denken en onze taal – weggesijpeld. In een brugklasdictee verandert doop moeiteloos in dope. Bij aanslag op een Mariakapel is het niet vanzelfsprekend om louter aan mos of roet te denken. En een kruis slaan doen nog maar weinigen – het strelen ervan was al niet meer zo bon ton. Het Alziend Oog? Dat is flink kippig geworden. Oplettendheid is aan de bewakingscamera overgedragen. Niet langer houdt de Heer een oogje in het zeil. Wij doen dat, zijn pupillen.

FC Magie

Zienderogen zijn de Brabantse kerken en kloosters leeggelopen. Ze zijn afgebroken of herbestemd. Zo is de Sint Josephkerk in de Bossche binnenstad in een party- en eventlocatie veranderd, waar een melange van dampende reerug, Chanel 5 en lekbier de geur van wierook heeft verdrongen.
Veelzeggend is ook de herbestemming van de Mariënburg, het grootste kloostergebouw van Den Bosch. In 1899 namen de Zusters van Jezus, Maria en Jozef het in gebruik. Maar waar ruim een eeuw weesgegroetjes hebben geklonken, hoor je nu colleges over algoritmes en digitale doelgroepsegmentatie. De nonnen zijn verdwenen. Sinds 2016 biedt het oude kloostercomplex onderdak aan een internationale masteropleiding voor Data Science. Om in binaire taal te spreken: het is 1-0 voor Ratio United tegen FC Ten Hemel.
Haast vermakelijk is de herbestemming van de San Salvator-kerk in Orthen: de landelijke keten Jump XL wil in het neoromaanse gebouw een trampolinecentrum vestigen. Alle andere manieren om het hogere te bereiken, zijn failliet verklaard.

Streepjescode

Sommigen in Brabant wijzen hoopvol op de opmars van spiritualiteit. Toch verlangt dat twee kanttekeningen. Een: spiritualiteit is vooral een individuele beleving, daar waar het katholicisme – maar ook het afgedankte socialisme en communisme – op gezamenlijkheid stoelde. En twee: spiritualiteit is niet alleen maar transcendente zuiverheid. Het is omzet, net zoals kerk en economie eeuwenlang verstrengeld zijn geweest. Voordat de vrijemarkteconomie compleet losging – in de jaren negentig – dacht je bij verdienmodel hoogstens aan Brigitte Bardot, Naomi Campbell of andere onbereikbaarheid. Maar in de eenentwintigste eeuw is alles een verdienmodel: angst, gemak, escapisme, ongeduld, leegte en spiritualiteit. Vooral Boeddha brengt brood op de plank, bewijzen Intratuin, Xenos en andere ketens. Oosterse mystiek is er van een streepjescode voorzien: drie onthech¬tingen halen, twee betalen.

Onvast

Toch geloof ik niet dat godsbesef uit Brabant en het werk van haar kunstenaars is verdwenen. Dat bevestigen de achtttien interviews met makers in deze provincie, die BrabantKennis liet schrijven. Geluidskunstenaars, regisseurs, choreografen of welke scheppende zielen ook: vrijwel allen delen in het collectieve Brabantse geheugen en halen inspiratie uit hun leef- en woonwereld. Die biotoop draagt veel sporen van rooms leven.
Daar komt nog iets bij. Brabant is geen enclave in de wereld, maar maakt er deel van uit. Als de wereld wankelt – en dat doet ze hevig – wiebelen wij mee. Die onvastheid versterkt het verlangen naar de eerdergenoemde karakteristieken van de katholieke cultuur in Brabant: gemeenschapszin, viering in al z’n betekenissen, theatraliteit en moraal zonder de korsetterie van het calvinisme. Dat beeld boven woord gaat – ook een kenmerk van rooms leven – is wereldwijd al langer zichtbaar.
Kunstenaars in Brabant voelen en begrijpen dat collectieve wankelen. Velen komen eraan tegemoet met kunstuitingen die verenigen, troosten, waarschuwen of bemoedigen. Dat zijn vier werkwoorden die de R.K.-kerk altijd heeft omhelsd, maar te verkrampt. Kunstenaars in Brabant doen dat handiger en zonder de ruimte te begrenzen. Tegelijkertijd blijft hun werk aan geloof raken: het onzegbare uitdrukken, grenzen verkennen, vragen stellen zonder antwoord te verwachten. Zo bieden kunstenaars tegenwicht aan de wereld van spreadsheets en terabytes – het domein van de ratio, waar de Brabander zich van nature al wat ongemakkelijk in voelt.

Trance

Het publiek? Dat hongert naar kunst waarin geloof-zonder-opperwezen doorschemert. Zeker in Brabant, waar cultuurbeleving opvallend vaak samenvalt met het archetypische verlangen om je tegen anderen aan te schurken. De gezamenlijke overgave aan iets dat groter is dan jezelf bent: in een theaterzaal, op een festival, tussen museumwanden. Maar ook op het muziekconcours, bloemencorso of avond van het levenslied.
Alleen al het besef van samenkomst met vermoedelijke geestverwanten maakt ons gelukkig. Het kan zelfs extase opleveren: nergens rijmt dance beter op trance dan in een schemerige zaal of hal. Zanger Maxi Jazz, de frontman van Faithless, zou een Brabander kunnen zijn als hij ‘God is a DJ’, ‘Salva Mea’ of ‘We come 1’ inzet. De nachtelijke geruststelling: we’re not alone.
Tegelijkertijd blijven we het rooms erfgoed uit vorige eeuwen koesteren. Liever kerken herbestemmen dan afbreken, is het devies. Vele krijgen een (nieuwe) culturele bestemming. Enkele voorbeelden: de Heilige Maagdkerk in Bergen op Zoom werd stadsschouwburg, de Onze Lieve Vrouwekerk in Helmond een theater. In Vught veranderde de Sint-Petruskerk in een bibliotheek, waar zedenverwilderende romans van Wolkers, Nabokov en D.H. Lawrence in het middenschip op lezers wachten.

Onvast

Toch geloof ik niet dat godsbesef uit Brabant en het werk van haar kunstenaars is verdwenen. Dat bevestigen de achtttien interviews met makers in deze provincie, die BrabantKennis liet schrijven. Geluidskunstenaars, regisseurs, choreografen of welke scheppende zielen ook: vrijwel allen delen in het collectieve Brabantse geheugen en halen inspiratie uit hun leef- en woonwereld. Die biotoop draagt veel sporen van rooms leven.
Daar komt nog iets bij. Brabant is geen enclave in de wereld, maar maakt er deel van uit. Als de wereld wankelt – en dat doet ze hevig – wiebelen wij mee. Die onvastheid versterkt het verlangen naar de eerdergenoemde karakteristieken van de katholieke cultuur in Brabant: gemeenschapszin, viering in al z’n betekenissen, theatraliteit en moraal zonder de korsetterie van het calvinisme. Dat beeld boven woord gaat – ook een kenmerk van rooms leven – is wereldwijd al langer zichtbaar.
Kunstenaars in Brabant voelen en begrijpen dat collectieve wankelen. Velen komen eraan tegemoet met kunstuitingen die verenigen, troosten, waarschuwen of bemoedigen. Dat zijn vier werkwoorden die de R.K.-kerk altijd heeft omhelsd, maar te verkrampt. Kunstenaars in Brabant doen dat handiger en zonder de ruimte te begrenzen. Tegelijkertijd blijft hun werk aan geloof raken: het onzegbare uitdrukken, grenzen verkennen, vragen stellen zonder antwoord te verwachten. Zo bieden kunstenaars tegenwicht aan de wereld van spreadsheets en terabytes – het domein van de ratio, waar de Brabander zich van nature al wat ongemakkelijk in voelt.

Trance

Het publiek? Dat hongert naar kunst waarin geloof-zonder-opperwezen doorschemert. Zeker in Brabant, waar cultuurbeleving opvallend vaak samenvalt met het archetypische verlangen om je tegen anderen aan te schurken. De gezamenlijke overgave aan iets dat groter is dan jezelf bent: in een theaterzaal, op een festival, tussen museumwanden. Maar ook op het muziekconcours, bloemencorso of avond van het levenslied.
Alleen al het besef van samenkomst met vermoedelijke geestverwanten maakt ons gelukkig. Het kan zelfs extase opleveren: nergens rijmt dance beter op trance dan in een schemerige zaal of hal. Zanger Maxi Jazz, de frontman van Faithless, zou een Brabander kunnen zijn als hij ‘God is a DJ’, ‘Salva Mea’ of ‘We come 1’ inzet. De nachtelijke geruststelling: we’re not alone.
Tegelijkertijd blijven we het rooms erfgoed uit vorige eeuwen koesteren. Liever kerken herbestemmen dan afbreken, is het devies. Vele krijgen een (nieuwe) culturele bestemming. Enkele voorbeelden: de Heilige Maagdkerk in Bergen op Zoom werd stadsschouwburg, de Onze Lieve Vrouwekerk in Helmond een theater. In Vught veranderde de Sint-Petruskerk in een bibliotheek, waar zedenverwilderende romans van Wolkers, Nabokov en D.H. Lawrence in het middenschip op lezers wachten.

Taartpunt

Van God 1.0 zijn we niet meer bang. Dat bewees ook de expositie ‘Verspijkerd en verzaagd’ (2017) in Het Noordbrabants Museum. Deze tentoonstelling, over het hergebruik van heiligenbeelden, trok maar duizenden bezoekers. Ondertitel van de expositie: Recycling Jesus. Tot de werken behoorden Gods Zoon met het hoofd van Koekiemonster, een Christus op een schietschijf en een Mariabeeld met een kleiner Mariabeeld in haar buik en daarin weer – et cetera. Titel: ‘Drostemadonna.’ Gniffelen om het geloof. Met koffie en taartpunt na.

Helderziend ben ik niet. Toch voorspel ik dat God in vermomming blijft opduiken. De kerken in Brabant waar nog erediensten zijn, raken leger. Maar de culturele ontmoetingsplekken voller. Twee verschijningsvormen van hetzelfde fenomeen: onze zoektocht naar zin, koers en hoop. Met pleisters binnen handbereik, dat wel. Want het blijft struikelen.

Taartpunt

Van God 1.0 zijn we niet meer bang. Dat bewees ook de expositie ‘Verspijkerd en verzaagd’ (2017) in Het Noordbrabants Museum. Deze tentoonstelling, over het hergebruik van heiligenbeelden, trok maar duizenden bezoekers. Ondertitel van de expositie: Recycling Jesus. Tot de werken behoorden Gods Zoon met het hoofd van Koekiemonster, een Christus op een schietschijf en een Mariabeeld met een kleiner Mariabeeld in haar buik en daarin weer – et cetera. Titel: ‘Drostemadonna.’ Gniffelen om het geloof. Met koffie en taartpunt na.

Helderziend ben ik niet. Toch voorspel ik dat God in vermomming blijft opduiken. De kerken in Brabant waar nog erediensten zijn, raken leger. Maar de culturele ontmoetingsplekken voller. Twee verschijningsvormen van hetzelfde fenomeen: onze zoektocht naar zin, koers en hoop. Met pleisters binnen handbereik, dat wel. Want het blijft struikelen.

Top