Scroll to top
Interview met Maruška Lestrade-Brouwer

Het subsidiespel in de praktijk

Interview met Maruška Lestrade-Brouwer

Het subsidiespel in de praktijk

“Zes ton: zoveel moest ik als wethouder bezuinigen op de gemeentelijke welzijnssubsidies, waaronder die voor kunst en cultuur. Als gemeente hebben we toen een speciale website in het leven geroepen: www.subsidiekeuzes.nl. Burgers konden hier meedenken: waar moeten die bezuinigingen nou neerkomen?”

Maruška Lestrade-Brouwer, sinds 2014 namens D66 wethouder van de gemeente Boxtel, blikt terug op de turbulente eerste periode van haar politieke loopbaan in de Midden-Brabantse gemeente. “Op die website rond subsidiekeuzes ging het om reële begrotingen met reële sommen geld. Zo ontstond een heel open proces, waarbij mensen direct werden geconfronteerd met de gevolgen van hun keuzes. De uitkomsten van dit ‘spel’ waren op zich niet heel verrassend: de goegemeente vond dat er flink bezuinigd kon worden op kunst en cultuur. We zijn toen wel kritisch gaan kijken: welke subsidies kunnen daadwerkelijk verdwijnen? Zo bleek de Kunststichting Boxtel al jaren 50.000 euro per jaar aan subsidie te ‘sparen’ voor een groot kunstwerk, maar ondertussen was er – tegen de richtlijn van de accountant in – al vijf jaar niets uitgegeven. Dat geld hebben we daarom teruggevorderd.”

Ondertussen kreeg Maruška ook nog andere te blussen ‘brandjes’ voor haar kiezen, zoals een niet goed functionerende bibliotheek en het faillissement van muziekschool MIK. “Al met al was mijn aanloop als wethouder behoorlijk hectisch. Uiteindelijk zijn we, mede dankzij het meedenken door de inwoners en via gesprekken met tal van instellingen, gekomen tot nieuw beleid.”


‘HET SUBSIDIESPEL RONDOM DE BOXTELSE MUSEA IS AL MET AL EEN FLINKE PUZZEL’

Flinke puzzel

De Boxtelse musea spelen daarbinnen een prominente rol, schetst Maruška. “Het Oertijdmuseum trekt 70.000 bezoekers per jaar en overstijgt qua collectie het lokale belang. Hetzelfde geldt voor Museum Vekemans, met zijn collectie rond wassen en strijken.” Daar staan andere musea met een minder grote reikwijdte tegenover, vervolgt Maruška. “MUBO, het Museum Boxtel, is ontstaan vanuit vier bestaande collecties en beeldt de ‘Canon van Boxtel’ uit. Interessant, maar de collectie rechtvaardigt niet de hoge huurprijs die de gemeente nu voor dat pand betaalt. Om daar meer balans in te brengen en de kosten te drukken, zijn we momenteel aan het bekijken of het MUBO kan verhuizen naar de bibliotheek. Die krijgt daardoor op zijn beurt een meer multifunctioneel karakter.”

Het subsidiespel rondom de Boxtelse musea is al met al een flinke puzzel. Des te opmerkelijker dat de provincie ervoor kiest om alléén het Noordbrabants Museum financieel te ondersteunen, vindt Maruška. “Als je wil dat Brabant meer culturele en dus ook toeristische aantrekkingskracht gaat ontwikkelen, dan zul je op een andere manier moeten nadenken over wat die musea voor de provincie betekenen. De provincie laat het museale beleid nog steeds grotendeels aan particulieren over. Dat moet anders, wil je Brabant in cultureel opzicht beter op de kaart zetten. Kansen liggen er genoeg, niet alleen in Boxtel.”

“Zes ton: zoveel moest ik als wethouder bezuinigen op de gemeentelijke welzijnssubsidies, waaronder die voor kunst en cultuur. Als gemeente hebben we toen een speciale website in het leven geroepen: www.subsidiekeuzes.nl. Burgers konden hier meedenken: waar moeten die bezuinigingen nou neerkomen?”

Maruška Lestrade-Brouwer, sinds 2014 namens D66 wethouder van de gemeente Boxtel, blikt terug op de turbulente eerste periode van haar politieke loopbaan in de Midden-Brabantse gemeente. “Op die website rond subsidiekeuzes ging het om reële begrotingen met reële sommen geld. Zo ontstond een heel open proces, waarbij mensen direct werden geconfronteerd met de gevolgen van hun keuzes. De uitkomsten van dit ‘spel’ waren op zich niet heel verrassend: de goegemeente vond dat er flink bezuinigd kon worden op kunst en cultuur. We zijn toen wel kritisch gaan kijken: welke subsidies kunnen daadwerkelijk verdwijnen? Zo bleek de Kunststichting Boxtel al jaren 50.000 euro per jaar aan subsidie te ‘sparen’ voor een groot kunstwerk, maar ondertussen was er – tegen de richtlijn van de accountant in – al vijf jaar niets uitgegeven. Dat geld hebben we daarom teruggevorderd.”

Ondertussen kreeg Maruška ook nog andere te blussen ‘brandjes’ voor haar kiezen, zoals een niet goed functionerende bibliotheek en het faillissement van muziekschool MIK. “Al met al was mijn aanloop als wethouder behoorlijk hectisch. Uiteindelijk zijn we, mede dankzij het meedenken door de inwoners en via gesprekken met tal van instellingen, gekomen tot nieuw beleid.”


‘HET SUBSIDIESPEL RONDOM DE BOXTELSE MUSEA IS AL MET AL EEN FLINKE PUZZEL’

Flinke puzzel

De Boxtelse musea spelen daarbinnen een prominente rol, schetst Maruška. “Het Oertijdmuseum trekt 70.000 bezoekers per jaar en overstijgt qua collectie het lokale belang. Hetzelfde geldt voor Museum Vekemans, met zijn collectie rond wassen en strijken.” Daar staan andere musea met een minder grote reikwijdte tegenover, vervolgt Maruška. “MUBO, het Museum Boxtel, is ontstaan vanuit vier bestaande collecties en beeldt de ‘Canon van Boxtel’ uit. Interessant, maar de collectie rechtvaardigt niet de hoge huurprijs die de gemeente nu voor dat pand betaalt. Om daar meer balans in te brengen en de kosten te drukken, zijn we momenteel aan het bekijken of het MUBO kan verhuizen naar de bibliotheek. Die krijgt daardoor op zijn beurt een meer multifunctioneel karakter.”

Het subsidiespel rondom de Boxtelse musea is al met al een flinke puzzel. Des te opmerkelijker dat de provincie ervoor kiest om alléén het Noordbrabants Museum financieel te ondersteunen, vindt Maruška. “Als je wil dat Brabant meer culturele en dus ook toeristische aantrekkingskracht gaat ontwikkelen, dan zul je op een andere manier moeten nadenken over wat die musea voor de provincie betekenen. De provincie laat het museale beleid nog steeds grotendeels aan particulieren over. Dat moet anders, wil je Brabant in cultureel opzicht beter op de kaart zetten. Kansen liggen er genoeg, niet alleen in Boxtel.”

Drietrapsraket

Ander hot issue in de afgelopen vier jaar: muziekeducatie. Veel regionale muziekscholen gingen de afgelopen tijd failliet, blikt Maruška terug. “In Boxtel moest muziekschool MIK faillissement aanvragen. Veel van die muziekscholen, MIK niet uitgezonderd, waren erg aanbodgericht van opzet. Ik heb het omgedraaid en ben gaan kijken naar de vraag. Daarbij werken we volgens het principe van de drietrapsraket: culturele projecten ín de school, projecten ná school, en doorverwijzing naar de vrije markt als leerlingen zich verder willen ontwikkelen. Doel van die projecten – die deels worden uitgevoerd door stagiaires, deels door professionals – is om de interesse in muziek op te wekken en vraag te creëren op het gebied van muziekonderwijs. Leerlingen die verder willen groeien op muziekgebied komen vervolgens terecht bij de lokale muziekgezelschappen of bij een muziekschool in de regio. We hebben inmiddels vouchers ingesteld voor muzieklessen; ook zetten we middelen uit het Welzijnsfonds en de Klijnsma-gelden in voor muzieklessen voor kinderen. Het idee is nu om ook een instrumentenbank op te zetten voor zowel de muziekgezelschappen als de muziekscholen. Zo verlagen we op meerdere manieren de drempel voor jongeren om met muziek aan de slag te gaan.”

Al met al ligt de vindplaats van de vraag in het onderwijs, benadrukt Maruška. “We stimuleren de Boxtelse basisscholen ook om qua cultuuronderwijs aan te sluiten bij het landelijke programma Cultuureducatie met kwaliteit. Door daarbij aan te haken, borgen we het niveau.”

Graffiticultuur

Naast investeren in een sterke culturele basis voor inwoners, wil de gemeente Boxtel nadrukkelijk ruimte bieden voor innovatie. Om die reden stapt de gemeente steeds meer af van structurele subsidies ten gunste van projectsubsidies, schetst Maruška. “Een mooi voorbeeld is het graffiti-evenement Tunnel Vision, dat afgelopen najaar voor de derde keer werd georganiseerd bij het viaduct onder de A2. Een echte showcase van graffiticultuur, met veel aandacht voor maatschappelijke thema’s als verspilling. De aanvankelijke subsidie is langzaam afgebouwd, en inmiddels is de organisatie met succes op zoek gegaan naar externe financiers.”

Maruška toont zich onder de indruk de houding van de jonge initiatiefnemers. “Ze gingen vol enthousiasme aan de slag vanuit de gedachte ‘wat geweldig dat we dit krijgen’, in plaats van ‘we hebben recht op subsidie’ – een sentiment dat je zeker bij de oudere generaties nog wel eens proeft. Een hele andere mentaliteit, die niet is gestoeld op verworven rechten en belangen, maar op het idee van samen aan de slag gaan.”


‘ALLE PRACHTIGE VERHALEN OVER DE VERHOUDING TUSSEN DE GROTE STEDEN EN HET OMMELAND ZIJN UITEINDELIJK VAN NUL EN GENERLEI WAARDE.’

Aderlating

Een aderlating voor de gemeente Boxtel was het vertrek van circusfestival Circolo, dat vorig jaar na zes edities op Landgoed Velder in Liempde naar Tilburg vertrok. “Erg jammer, want als geen ander droeg Circolo bij aan de Brabantse festivalcultuur buiten de stad. En daarmee zou het – geheel in lijn met wat de provincie wil – een belangrijke economische drager zijn voor het Brabantse platteland. Kijk, de argumenten voor een vertrek naar Tilburg – de betere bereikbaarheid, de nabijheid van de circusopleiding van Fontys – kan ik in rationeel opzicht goed begrijpen. Maar het blijft enorm jammer, zeker als je bedenkt dat Tilburg buiten ons om aan het lobbyen is geslagen. Alle prachtige verhalen over de verhouding tussen de grote steden en het ommeland zijn uiteindelijk van nul en generlei waarde. En dan te bedenken dat Circolo hier aanvankelijk neerstreek omdat de steden het onderling niet eens konden worden over waar het festival zou moeten plaatsvinden. Hier in Liempde vond het echt plaats op een hele bijzondere locatie, midden in het bos. Die eigenheid is nu verdwenen.”

Ruimte voor de gemeenschap

Bij de verkiezing voor Culturele hoofdstad van Europa 2018 moest Eindhoven/BrabantStad het afleggen tegen Leeuwarden. De Friezen wonnen de verkiezing vooral doordat zij de gehele gemeenschap bij de kandidatuur betrokken. Iets waar Brabant van kan leren, denkt Maruška. “Samen met mijn moeder ging ik onlangs in haar geboorteregio Twente naar een toneelstuk, De Winterkraaien, gebaseerd op een oud verhaal over zeven veenarbeiders die eind negentiende eeuw verdrinken in de vaart. Ik denk dat we in deze tijden van internationalisering steeds meer terugkeren naar dit soort vertellingen, die van generatie op generatie worden doorgegeven en die terug zijn te voeren op de eigen regionale geschiedenis en identiteit.”

In haar eigen gemeente kijkt Maruška met veel bewondering naar Liempde, waar de 3.500 inwoners ‘alles’ zelf doen. “Of het nu gaat over nieuwe bestrating of een inzamelingsactie voor borstkankeronderzoek: ze regelen het samen. Dat geldt ook voor kunst en cultuur. Als je kijkt naar de revuevoorstellingen die ze maken rond carnaval: topkwaliteit! Op die manier maakt de gemeenschap sámen nieuwe verhalen. In Boxtel, met meer dan 90 nationaliteiten en een bevolking die voor meer dan 15 procent van niet-Westerse herkomst is, is dat anders. Toch zie je in de wijken enorm veel initiatieven ontstaan, waarbij mensen samen muziek maken en samen eten. Om ook die initiatieven verder te brengen, hebben we wijkmakelaars aangesteld: hoge ambtenaren die dicht op die samenleving aan het werk zijn en die snel dingen kunnen regelen. Op die manier zorgen we voor een ecosysteem waarin initiatieven vanuit de gemeenschap – of het nu gaat om dagbesteding, parkeerplekken óf kunst en cultuur – snel tot bloei kunnen komen.”

Drietrapsraket

Ander hot issue in de afgelopen vier jaar: muziekeducatie. Veel regionale muziekscholen gingen de afgelopen tijd failliet, blikt Maruška terug. “In Boxtel moest muziekschool MIK faillissement aanvragen. Veel van die muziekscholen, MIK niet uitgezonderd, waren erg aanbodgericht van opzet. Ik heb het omgedraaid en ben gaan kijken naar de vraag. Daarbij werken we volgens het principe van de drietrapsraket: culturele projecten ín de school, projecten ná school, en doorverwijzing naar de vrije markt als leerlingen zich verder willen ontwikkelen. Doel van die projecten – die deels worden uitgevoerd door stagiaires, deels door professionals – is om de interesse in muziek op te wekken en vraag te creëren op het gebied van muziekonderwijs. Leerlingen die verder willen groeien op muziekgebied komen vervolgens terecht bij de lokale muziekgezelschappen of bij een muziekschool in de regio. We hebben inmiddels vouchers ingesteld voor muzieklessen; ook zetten we middelen uit het Welzijnsfonds en de Klijnsma-gelden in voor muzieklessen voor kinderen. Het idee is nu om ook een instrumentenbank op te zetten voor zowel de muziekgezelschappen als de muziekscholen. Zo verlagen we op meerdere manieren de drempel voor jongeren om met muziek aan de slag te gaan.”

Al met al ligt de vindplaats van de vraag in het onderwijs, benadrukt Maruška. “We stimuleren de Boxtelse basisscholen ook om qua cultuuronderwijs aan te sluiten bij het landelijke programma Cultuureducatie met kwaliteit. Door daarbij aan te haken, borgen we het niveau.”

Graffiticultuur

Naast investeren in een sterke culturele basis voor inwoners, wil de gemeente Boxtel nadrukkelijk ruimte bieden voor innovatie. Om die reden stapt de gemeente steeds meer af van structurele subsidies ten gunste van projectsubsidies, schetst Maruška. “Een mooi voorbeeld is het graffiti-evenement Tunnel Vision, dat afgelopen najaar voor de derde keer werd georganiseerd bij het viaduct onder de A2. Een echte showcase van graffiticultuur, met veel aandacht voor maatschappelijke thema’s als verspilling. De aanvankelijke subsidie is langzaam afgebouwd, en inmiddels is de organisatie met succes op zoek gegaan naar externe financiers.”

Maruška toont zich onder de indruk de houding van de jonge initiatiefnemers. “Ze gingen vol enthousiasme aan de slag vanuit de gedachte ‘wat geweldig dat we dit krijgen’, in plaats van ‘we hebben recht op subsidie’ – een sentiment dat je zeker bij de oudere generaties nog wel eens proeft. Een hele andere mentaliteit, die niet is gestoeld op verworven rechten en belangen, maar op het idee van samen aan de slag gaan.”


‘ALLE PRACHTIGE VERHALEN OVER DE VERHOUDING TUSSEN DE GROTE STEDEN EN HET OMMELAND ZIJN UITEINDELIJK VAN NUL EN GENERLEI WAARDE.’

Aderlating

Een aderlating voor de gemeente Boxtel was het vertrek van circusfestival Circolo, dat vorig jaar na zes edities op Landgoed Velder in Liempde naar Tilburg vertrok. “Erg jammer, want als geen ander droeg Circolo bij aan de Brabantse festivalcultuur buiten de stad. En daarmee zou het – geheel in lijn met wat de provincie wil – een belangrijke economische drager zijn voor het Brabantse platteland. Kijk, de argumenten voor een vertrek naar Tilburg – de betere bereikbaarheid, de nabijheid van de circusopleiding van Fontys – kan ik in rationeel opzicht goed begrijpen. Maar het blijft enorm jammer, zeker als je bedenkt dat Tilburg buiten ons om aan het lobbyen is geslagen. Alle prachtige verhalen over de verhouding tussen de grote steden en het ommeland zijn uiteindelijk van nul en generlei waarde. En dan te bedenken dat Circolo hier aanvankelijk neerstreek omdat de steden het onderling niet eens konden worden over waar het festival zou moeten plaatsvinden. Hier in Liempde vond het echt plaats op een hele bijzondere locatie, midden in het bos. Die eigenheid is nu verdwenen.”

Ruimte voor de gemeenschap

Bij de verkiezing voor Culturele hoofdstad van Europa 2018 moest Eindhoven/BrabantStad het afleggen tegen Leeuwarden. De Friezen wonnen de verkiezing vooral doordat zij de gehele gemeenschap bij de kandidatuur betrokken. Iets waar Brabant van kan leren, denkt Maruška. “Samen met mijn moeder ging ik onlangs in haar geboorteregio Twente naar een toneelstuk, De Winterkraaien, gebaseerd op een oud verhaal over zeven veenarbeiders die eind negentiende eeuw verdrinken in de vaart. Ik denk dat we in deze tijden van internationalisering steeds meer terugkeren naar dit soort vertellingen, die van generatie op generatie worden doorgegeven en die terug zijn te voeren op de eigen regionale geschiedenis en identiteit.”

In haar eigen gemeente kijkt Maruška met veel bewondering naar Liempde, waar de 3.500 inwoners ‘alles’ zelf doen. “Of het nu gaat over nieuwe bestrating of een inzamelingsactie voor borstkankeronderzoek: ze regelen het samen. Dat geldt ook voor kunst en cultuur. Als je kijkt naar de revuevoorstellingen die ze maken rond carnaval: topkwaliteit! Op die manier maakt de gemeenschap sámen nieuwe verhalen. In Boxtel, met meer dan 90 nationaliteiten en een bevolking die voor meer dan 15 procent van niet-Westerse herkomst is, is dat anders. Toch zie je in de wijken enorm veel initiatieven ontstaan, waarbij mensen samen muziek maken en samen eten. Om ook die initiatieven verder te brengen, hebben we wijkmakelaars aangesteld: hoge ambtenaren die dicht op die samenleving aan het werk zijn en die snel dingen kunnen regelen. Op die manier zorgen we voor een ecosysteem waarin initiatieven vanuit de gemeenschap – of het nu gaat om dagbesteding, parkeerplekken óf kunst en cultuur – snel tot bloei kunnen komen.”

Top