Scroll to top

Het oor regeert

Door Berny van de Donk

Het oor regeert

Door Berny van de Donk

“Nu zal ik u vertellen over de stad Zenobia die deze verwonderlijke eigenschap heeft: hoewel ze op droog terrein ligt verrijst ze op zeer hoge palen, en de huizen zijn van bamboe en zink, met veel veranda’s en balkons, aangebracht op verschillende hoogten, op platformen die over en onder elkaar door lopen, met elkaar verbonden door ladders en hangende trottoirs, met uitzichtpunten erboven onder kegelvormige afdaken, vaten van waterreservoirs, windwijzers, en er steken hijsbalken uit, kabels en kranen.”

Bijna 50 jaar geleden schreef Italo Calvino zijn boek ‘De onzichtbare steden’. Marco Polo brengt verslag uit aan de Mongoolse keizer Kublai Khan van de reizen die hij door diens rijk maakt. De beschrijvingen van tientallen steden lezen als bloemrijke miniaturen. Iedere pagina beschrijft de fabelachtige architectuur of stedebouw van een stad. Het zet de twee heren aan tot filosoferen over de karaktertrekken van die afzonderlijke plekken. Uiteindelijk leidt hun gesprek tot een zoektocht naar de diepere structuren die de wereld vormen.

BrabantKennis’ verkenning naar de culturele eigen(wijs)heid van Brabant laat achttien makers aan het woord. Over het bouwplan van hun leven, de plattegrond van hun werk en de verbindingswegen met Brabant. Hun verhalen zijn niet bestemd voor één keizer maar gericht aan ons allemaal. Bedoeld om tegen het licht te houden en te projecteren op onderhuidse aannames. Zodat we samen in gesprek kunnen raken over wat kunst en cultuur in deze provincie teweeg brengt. En hoe wijs of eigenwijs we daarin opereren.

“Nu zal ik u vertellen over de stad Zenobia die deze verwonderlijke eigenschap heeft: hoewel ze op droog terrein ligt verrijst ze op zeer hoge palen, en de huizen zijn van bamboe en zink, met veel veranda’s en balkons, aangebracht op verschillende hoogten, op platformen die over en onder elkaar door lopen, met elkaar verbonden door ladders en hangende trottoirs, met uitzichtpunten erboven onder kegelvormige afdaken, vaten van waterreservoirs, windwijzers, en er steken hijsbalken uit, kabels en kranen.”

Bijna 50 jaar geleden schreef Italo Calvino zijn boek ‘De onzichtbare steden’. Marco Polo brengt verslag uit aan de Mongoolse keizer Kublai Khan van de reizen die hij door diens rijk maakt. De beschrijvingen van tientallen steden lezen als bloemrijke miniaturen. Iedere pagina beschrijft de fabelachtige architectuur of stedebouw van een stad. Het zet de twee heren aan tot filosoferen over de karaktertrekken van die afzonderlijke plekken. Uiteindelijk leidt hun gesprek tot een zoektocht naar de diepere structuren die de wereld vormen.

BrabantKennis’ verkenning naar de culturele eigen(wijs)heid van Brabant laat achttien
makers aan het woord. Over het bouwplan van hun leven, de plattegrond van hun werk en de verbindingswegen met Brabant. Hun verhalen zijn niet bestemd voor één keizer maar gericht aan ons allemaal. Bedoeld om tegen het licht te houden en te projecteren op onderhuidse aannames. Zodat we samen in gesprek kunnen raken over wat kunst en cultuur in deze provincie teweeg brengt. En hoe wijs of eigenwijs we daarin opereren.

“Welke behoefte of welk bevel of verlangen de stichters van Zenobia ertoe gebracht heeft deze vorm aan hun stad te geven, weet men niet meer, en daarom is niet te zeggen of eraan voldaan is door de stad zoals wij haar nu zien, met een vorm die misschien gegroeid is uit steeds weer nieuwe aanpassingen aan het eerste en inmiddels niet meer te ontcijferen ontwerp.”

Een lastige opgave, zo’n zoektocht naar eigen(wijs)heid, naar binding met de plek. De wens om het DNA van onze leefomgeving te ontcijferen is echter hardnekkig. Verrassend vaak vinden citymarketeers kunst en cultuur terug in die chromosomen, gereproduceerd tot slogans: ‘stad van makers’, ‘stad van design’, ‘stad van stoet en spel’. Op het oog waardevolle hulpmiddelen om te voorkomen dat je stad onzichtbaar wordt, nader beschouwd soms oppervlakkig ingezet. Twee Brabantse steden profileren zich recent als ‘niet het mooiste, maar wel het spánnendste meisje van de klas’. What’s on a cities’mind?

Tegenover glitterende stadsreclames staat de wereld van kunst en cultuur die door de oppervlakte heen dringt en zo dichter bij de oorspronkelijke verlangens van bewoners komt. Dichter bij het basale ontwerp van de samenleving.

“Maar wat zeker is, is dat als je iemand die in Zenobia woont vraagt te beschrijven hoe hij het gelukkige leven ziet, dan is het altijd een stad als Zenobia die hij zich voorstelt, met haar paalwoningen en haar hangende trappen, een Zenobia dat misschien helemaal anders is, met wapperende vaandels en linten, maar steeds afgeleid van een combinatie van elementen van het eerste model.”

De achttien makers ontwaren zeker elementen van het zo vertrouwde, optimistisch stemmend Brabantse model. De zandgronden doen ons samenwerken, vrijwilligers draaien overuren, nog steeds is een platte kar of tractor zo geregeld, we hebben korte lijnen met bestuurders, we pitchen aan de bar, er is minder ik en iets meer wij, bloedneuzen haal je in de Randstad, wij doen vooral lief.

“Welke behoefte of welk bevel of verlangen de stichters van Zenobia ertoe gebracht heeft deze vorm aan hun stad te geven, weet men niet meer, en daarom is niet te zeggen of eraan voldaan is door de stad zoals wij haar nu zien, met een vorm die misschien gegroeid is uit steeds weer nieuwe aanpassingen aan het eerste en inmiddels niet meer te ontcijferen ontwerp.”

Een lastige opgave, zo’n zoektocht naar eigen(wijs)heid, naar binding met de plek. De wens om het DNA van onze leefomgeving te ontcijferen is echter hardnekkig. Verrassend vaak vinden citymarketeers kunst en cultuur terug in die chromosomen, gereproduceerd tot slogans: ‘stad van makers’, ‘stad van design’, ‘stad van stoet en spel’. Op het oog waardevolle hulpmiddelen om te voorkomen dat je stad onzichtbaar wordt, nader beschouwd soms oppervlakkig ingezet. Twee Brabantse steden profileren zich recent als ‘niet het mooiste, maar wel het spánnendste meisje van de klas’. What’s on a cities’mind?

Tegenover glitterende stadsreclames staat de wereld van kunst en cultuur die door de oppervlakte heen dringt en zo dichter bij de oorspronkelijke verlangens van bewoners komt. Dichter bij het basale ontwerp van de samenleving.

“Maar wat zeker is, is dat als je iemand die in Zenobia woont vraagt te beschrijven hoe hij het gelukkige leven ziet, dan is het altijd een stad als Zenobia die hij zich voorstelt, met haar paalwoningen en haar hangende trappen, een Zenobia dat misschien helemaal anders is, met wapperende vaandels en linten, maar steeds afgeleid van een combinatie van elementen van het eerste model.”

De achttien makers ontwaren zeker elementen van het zo vertrouwde, optimistisch stemmend Brabantse model. De zandgronden doen ons samenwerken, vrijwilligers draaien overuren, nog steeds is een platte kar of tractor zo geregeld, we hebben korte lijnen met bestuurders, we pitchen aan de bar, er is minder ik en iets meer wij, bloedneuzen haal je in de Randstad, wij doen vooral lief.

Tegelijkertijd trekken makers de rood-wit geblokte vlag van de lading, zien in hun reageerbuisjes ook de minder fortuinlijke genen. Gastvrij zijn we liefst voor eigen volk, buitenstaanders overleven pas na de ontdekking van het kameleontisme, maatschappelijke veranderingen laten zich niet altijd suikeren door gemoedelijkheid, en indirectheid vreet energie.

De makers ploegen de vertrouwde zandgronden om, stellen de vraag of ons weefsel zich überhaupt iets aantrekt van geografische lijnen in zand of water. Ze zijn allergisch voor clichés, schetsen duizelingwekkende doorkijkjes naar China of naar het einde der tijden.

“Na dit betoog is het nutteloos om nog vast te stellen of Zenobia gerekend moet worden tot de gelukkige steden of tot de ongelukkige. Het heeft geen zin steden in te delen in deze twee soorten, maar wel in twee andere: steden die door de jaren en de veranderde tijden heen nog steeds vorm blijven geven aan de verlangens, en steden waarin de verlangens erin slagen de stad weg te vagen of er zelf door weggevaagd worden.”

Calvino’s verhalen over vijfenvijftig onzichtbare steden blijken uiteindelijk te gaan over één stad: Marco Polo vertelde over zijn geboortestad Venetië. Ieder verhaal vergroot één karaktertrek van die stad uit.

Als je de interviews van BrabantKennis achter elkaar leest, zie je dan kunst en cultuur in Brabant? Het is schier onmogelijk om in één blik vijfenvijftig karaktertrekken van een Italiaanse stad te vangen. En dus zal zelfs de meest moderne 360-gradencamera er niet in slagen Brabant’s culturele eigen(wijs)heid definitief in beeld te krijgen.

Toch is Calvino’s boek prachtig. Toch is onze exercitie waardevol. We zien niet één beeld en dat hoeft ook niet. We kijken naar makers die openhartig worstelen, die ons kwetsbaar de weg proberen wijzen in kaleidoscopische tijden. We luisteren naar hun inspirerende oproep om vooral vorm te blijven geven aan onze echte verlangens, hoe moeilijk en oncomfortabel dat op het eerste gezicht ook lijkt.

Kunst en cultuur geven extra dimensie aan het leven. De verhalen van achttien makers tillen ons een beetje op. Goed willen luisteren is echter essentieel. Of zoals Marco Polo het samenvat: een verhaal wordt niet geregeerd door de stem, maar door het oor. Laten we vooral die eigenschap in Brabant – desnoods met genetische modificatie – tot bloei brengen.

Tegelijkertijd trekken makers de rood-wit geblokte vlag van de lading, zien in hun reageerbuisjes ook de minder fortuinlijke genen. Gastvrij zijn we liefst voor eigen volk, buitenstaanders overleven pas na de ontdekking van het kameleontisme, maatschappelijke veranderingen laten zich niet altijd suikeren door gemoedelijkheid, en indirectheid vreet energie.

De makers ploegen de vertrouwde zandgronden om, stellen de vraag of ons weefsel zich überhaupt iets aantrekt van geografische lijnen in zand of water. Ze zijn allergisch voor clichés, schetsen duizelingwekkende doorkijkjes naar China of naar het einde der tijden.

“Na dit betoog is het nutteloos om nog vast te stellen of Zenobia gerekend moet worden tot de gelukkige steden of tot de ongelukkige. Het heeft geen zin steden in te delen in deze twee soorten, maar wel in twee andere: steden die door de jaren en de veranderde tijden heen nog steeds vorm blijven geven aan de verlangens, en steden waarin de verlangens erin slagen de stad weg te vagen of er zelf door weggevaagd worden.”

Calvino’s verhalen over vijfenvijftig onzichtbare steden blijken uiteindelijk te gaan over één stad: Marco Polo vertelde over zijn geboortestad Venetië. Ieder verhaal vergroot één karaktertrek van die stad uit.

Als je de interviews van BrabantKennis achter elkaar leest, zie je dan kunst en cultuur in Brabant? Het is schier onmogelijk om in één blik vijfenvijftig karaktertrekken van een Italiaanse stad te vangen. En dus zal zelfs de meest moderne 360-gradencamera er niet in slagen Brabant’s culturele eigen(wijs)heid definitief in beeld te krijgen.

Toch is Calvino’s boek prachtig. Toch is onze exercitie waardevol. We zien niet één beeld en dat hoeft ook niet. We kijken naar makers die openhartig worstelen, die ons kwetsbaar de weg proberen wijzen in kaleidoscopische tijden. We luisteren naar hun inspirerende oproep om vooral vorm te blijven geven aan onze echte verlangens, hoe moeilijk en oncomfortabel dat op het eerste gezicht ook lijkt.

Kunst en cultuur geven extra dimensie aan het leven. De verhalen van achttien makers tillen ons een beetje op. Goed willen luisteren is echter essentieel. Of zoals Marco Polo het samenvat: een verhaal wordt niet geregeerd door de stem, maar door het oor. Laten we vooral die eigenschap in Brabant – desnoods met genetische modificatie – tot bloei brengen.

Top