Scroll to top
12 november 2018

Het geluk van een ongepland alternatief

Ontmoeting met Minou Bosua

12 november 2018

Het geluk van een ongepland alternatief

Ontmoeting met Minou Bosua

“Toen ik werd afgewezen voor de toneelschool Amsterdam was er geen plan B.” Minou Bosua [49] had als tiener haar levenspad uitgestippeld, een wilsbesluit genomen om actrice te worden. Eenmaal weg uit het veilige IJmuiden – tot haar 18e het centrum van de kosmos – zou ze via de hoofdstad de wereld gaan veroveren. Het plan met hoofdletter A van Amsterdam viel in duigen. Haar levensweg bleek naar Brabant te lopen. “Na die afwijzing was er blinde paniek. In een wanhoopsdaad heb ik me aangemeld bij de theateropleiding in Eindhoven, daar werd ik gelukkig wel aangenomen.”

Een kwart eeuw later kan ze terugkijken op een succesvolle periode in de Nederlandse theaterwereld. Ze werd vooral bekend met De Bloeiende Maagden, een cabaretgezelschap dat ze samen met Ingrid Wender en Anemoon Langenhoff  startte in 1992. Inmiddels voelt ze zich als Brabantse maker thuis in deze provincie en werkt ze aan een nieuw, breder theatergezelschap onder de naam MINOUX. “Ik wil vol gaan voor wat ik bewustzijnsamusement noem. Dwars door de schaamte, via intimiteit en hilariteit naar het bevrijdende en beangstigende moment waarop je aan de grenzeloze zee van je eigen mogelijkheden staat… en wat dan? Ik nodig mijn publiek uit dat ongemakkelijke gebied te betreden.” Op het eerste gezicht geen directe match met de vaak veronderstelde wereld van de Brabander, waar de Bourgondische comfortzone altijd nabij is. Toch bouwt Minou juist voort op haar ervaringen in deze provincie.
 

“Toen ik werd afgewezen voor de toneelschool Amsterdam was er geen plan B.” Minou Bosua [49] had als tiener haar levenspad uitgestippeld, een wilsbesluit genomen om actrice te worden. Eenmaal weg uit het veilige IJmuiden – tot haar 18e het centrum van de kosmos – zou ze via de hoofdstad de wereld gaan veroveren. Het plan met hoofdletter A van Amsterdam viel in duigen. Haar levensweg bleek naar Brabant te lopen. “Na die afwijzing was er blinde paniek. In een wanhoopsdaad heb ik me aangemeld bij de theateropleiding in Eindhoven, daar werd ik gelukkig wel aangenomen.”

Een kwart eeuw later kan ze terugkijken op een succesvolle periode in de Nederlandse theaterwereld. Ze werd vooral bekend met De Bloeiende Maagden, een cabaretgezelschap dat ze samen met Ingrid Wender en Anemoon Langenhoff  startte in 1992. Inmiddels voelt ze zich als Brabantse maker thuis in deze provincie en werkt ze aan een nieuw, breder theatergezelschap onder de naam MINOUX. “Ik wil vol gaan voor wat ik bewustzijnsamusement noem. Dwars door de schaamte, via intimiteit en hilariteit naar het bevrijdende en beangstigende moment waarop je aan de grenzeloze zee van je eigen mogelijkheden staat… en wat dan? Ik nodig mijn publiek uit dat ongemakkelijke gebied te betreden.” Op het eerste gezicht geen directe match met de vaak veronderstelde wereld van de Brabander, waar de Bourgondische comfortzone altijd nabij is. Toch bouwt Minou juist voort op haar ervaringen in deze provincie.
 

Brabantia

“Het eerste jaar ging ik echt met de hakken vol in het zand. Vreselijk vond ik het in Eindhoven. Niet te vergelijken met het hippe heden op Strijp-S. Als ik met de trein aankwam in dat lelijke decor van gele baksteen was het alsof ik in een bedompte Brabantia brooddoos stapte. Die verschuiving naar dat vriendelijke Brabantse volk van wie je niet weet ben je nou mijn vriend of mijn kennis, ik vond het ongelooflijk moeilijk me daartoe te verhouden. Kijk, Noord-Hollanders zijn enorm stug. Als ik daar nu ben schrik ik af en toe echt, al herken ik nog steeds wat hun eerste inzet is. Ze besluiten snel of ze iemand mogen of niet. Heel eenduidig, het is ja of nee. In dat laatste geval hoef je met zo iemand helemaal niks meer.”

Tijdens haar opleiding begon dat te draaien, met name door haar ervaringen met amateurtoneel. “Ik kreeg als opdracht om te gaan werken met de Vereniging van Oisterwijkse Spelers. Dat is een belangrijke schakel geweest in mijn binding met Brabant. En in het voor mij nieuwe besef dat tussen helemaal wel vriend of helemaal geen vriend nog iets anders zit: lieve mensen die je heel dierbaar kunnen zijn.

“Ik zag in Oisterwijk hoe zo´n heel dorp drager is van grote producties in het lokale openluchttheater. Totále toewijding. Van hoog tot laag. Bij decorbouwers, parkeerwachten, koffieschenkers en de massa´s amateuracteurs.”

Ik heb er geleerd dat het die mensen gaat om samen iets moois neer te zetten. Om het met elkaar durven opzoeken van emotie. Je deelt iets heel wezenlijks met elkaar, en gaat daarna weer verder op je eigen pad.” Minou vond dat heel bijzonder, iets dat ze niet uit Noord-Holland kende. “Natuurlijk kwamen mensen daar ook samen, in de kerk of de voetbalclub. Maar dit, je kunnen overgeven aan iets wat groter is dan jezelf? Nee, dat ken ik vooral van hier.”

“Het is allemaal reflecteren achteraf, het zijn persoonlijke observaties en ik ben geen socioloog.” Maar later, eenmaal verhuisd naar Tilburg, meende Minou hetzelfde principe te ontwaren. “Neem die jongens van garage Probaat in Tilburg-Noord. Naast hun dagelijks gesleutel aan auto’s zetten ze alles op alles om telkens weer een kunststuk in elkaar te knallen, vanuit een heel intrinsieke behoefte om met elkaar bezig te zijn. De Tilburg Cowboys of De Stijle, Want. Nog twee van die creatieve clubjes zonder enorme ego´s. Minder ik, iets meer wij. Zou het in de basis toch dat katholieke zijn?” lacht Minou.

Brabantia

“Het eerste jaar ging ik echt met de hakken vol in het zand. Vreselijk vond ik het in Eindhoven. Niet te vergelijken met het hippe heden op Strijp-S. Als ik met de trein aankwam in dat lelijke decor van gele baksteen was het alsof ik in een bedompte Brabantia brooddoos stapte. Die verschuiving naar dat vriendelijke Brabantse volk van wie je niet weet ben je nou mijn vriend of mijn kennis, ik vond het ongelooflijk moeilijk me daartoe te verhouden. Kijk, Noord-Hollanders zijn enorm stug. Als ik daar nu ben schrik ik af en toe echt, al herken ik nog steeds wat hun eerste inzet is. Ze besluiten snel of ze iemand mogen of niet. Heel eenduidig, het is ja of nee. In dat laatste geval hoef je met zo iemand helemaal niks meer.”

Tijdens haar opleiding begon dat te draaien, met name door haar ervaringen met amateurtoneel. “Ik kreeg als opdracht om te gaan werken met de Vereniging van Oisterwijkse Spelers. Dat is een belangrijke schakel geweest in mijn binding met Brabant. En in het voor mij nieuwe besef dat tussen helemaal wel vriend of helemaal geen vriend nog iets anders zit: lieve mensen die je heel dierbaar kunnen zijn.

“Ik zag in Oisterwijk hoe zo´n heel dorp drager is van grote producties in het lokale openluchttheater. Totále toewijding. Van hoog tot laag. Bij decorbouwers, parkeerwachten, koffieschenkers en de massa´s amateuracteurs.”

Ik heb er geleerd dat het die mensen gaat om samen iets moois neer te zetten. Om het met elkaar durven opzoeken van emotie. Je deelt iets heel wezenlijks met elkaar, en gaat daarna weer verder op je eigen pad.” Minou vond dat heel bijzonder, iets dat ze niet uit Noord-Holland kende. “Natuurlijk kwamen mensen daar ook samen, in de kerk of de voetbalclub. Maar dit, je kunnen overgeven aan iets wat groter is dan jezelf? Nee, dat ken ik vooral van hier.”

“Het is allemaal reflecteren achteraf, het zijn persoonlijke observaties en ik ben geen socioloog.” Maar later, eenmaal verhuisd naar Tilburg, meende Minou hetzelfde principe te ontwaren. “Neem die jongens van garage Probaat in Tilburg-Noord. Naast hun dagelijks gesleutel aan auto’s zetten ze alles op alles om telkens weer een kunststuk in elkaar te knallen, vanuit een heel intrinsieke behoefte om met elkaar bezig te zijn. De Tilburg Cowboys of De Stijle, Want. Nog twee van die creatieve clubjes zonder enorme ego´s. Minder ik, iets meer wij. Zou het in de basis toch dat katholieke zijn?” lacht Minou.

Schroeven aandraaien

Minou komt zelf uit een rood nest. Haar ouders groeiden op in Rotterdam-Zuid, waren vaak te vinden in het Zuider Volkshuis. Dit buurthuis avant la lettre speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vormingswerk. “De activiteiten waren gericht op de verheffing van het volk, later groeide dat uit tot het veelgeprezen Rotterdamse welzijnswerk; mijn vader koos een baan in die sector. Mijn moeder maakte in dat Volkshuis kennis met de dans, volgde daarna een dansopleiding en ging lesgeven.”

Op jonge leeftijd verloor Minou haar vader, een droevige en beangstigende ervaring. “In zo’n areligieuze omgeving verlies je dan even alle grond onder je voeten. Er was een vaag beeld van reïncarnatie, iets met een eekhoorn herinner ik me, maar daar red je het niet mee als je negen bent. De noodzaak om een kader te hebben dat groter is dan dit aardse bestaan was immens.”

In haar latere leven zet Minou die zoektocht voort, kwam deze queeste terug in haar werk. “Met De Bloeiende Maagden gebruikten we de liturgie van een kerkdienst in de voorstelling Donkey God. Ook verzorgden we voor de IKON cabareteske afsluitingen van hun levensbeschouwelijke programma Het Alziend Oog. Later ben ik betrokken geweest bij alternatieve vieringen in de Amsterdamse Dominicuskerk, die hadden een serieuzere ondertoon.”

Achteraf beschouwd zijn het bouwstenen voor het ‘bewustzijnsamusement’ dat Minou met haar nieuwe theatergezelschap wil gaan bieden. “Dat plan zat altijd al in me, maar ik had er eerder niet de moed of de rust voor. Het is de voorlopige uitkomst van een openbare zoektocht waarin ik écht heel diep in mijn navel durfde te kijken. Dat was en is nog steeds niet altijd prettig, maar ik heb ervaren dat er dan hele mooie dingen gebeuren.

“Als je de schroef echt aandraait, het lef hebt de echte vragen te stellen dan opent zich een gebied waarin we elkaar allemaal herkennen. Die ervaring is wat ik mijn publiek te bieden heb, waar ik de theaterbezoekers toe ga uitnodigen.”

 

Schroeven aandraaien

Minou komt zelf uit een rood nest. Haar ouders groeiden op in Rotterdam-Zuid, waren vaak te vinden in het Zuider Volkshuis. Dit buurthuis avant la lettre speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vormingswerk. “De activiteiten waren gericht op de verheffing van het volk, later groeide dat uit tot het veelgeprezen Rotterdamse welzijnswerk; mijn vader koos een baan in die sector. Mijn moeder maakte in dat Volkshuis kennis met de dans, volgde daarna een dansopleiding en ging lesgeven.”

Op jonge leeftijd verloor Minou haar vader, een droevige en beangstigende ervaring. “In zo’n areligieuze omgeving verlies je dan even alle grond onder je voeten. Er was een vaag beeld van reïncarnatie, iets met een eekhoorn herinner ik me, maar daar red je het niet mee als je negen bent. De noodzaak om een kader te hebben dat groter is dan dit aardse bestaan was immens.”

In haar latere leven zet Minou die zoektocht voort, kwam deze queeste terug in haar werk. “Met De Bloeiende Maagden gebruikten we de liturgie van een kerkdienst in de voorstelling Donkey God. Ook verzorgden we voor de IKON cabareteske afsluitingen van hun levensbeschouwelijke programma Het Alziend Oog. Later ben ik betrokken geweest bij alternatieve vieringen in de Amsterdamse Dominicuskerk, die hadden een serieuzere ondertoon.”

Achteraf beschouwd zijn het bouwstenen voor het ‘bewustzijnsamusement’ dat Minou met haar nieuwe theatergezelschap wil gaan bieden. “Dat plan zat altijd al in me, maar ik had er eerder niet de moed of de rust voor. Het is de voorlopige uitkomst van een openbare zoektocht waarin ik écht heel diep in mijn navel durfde te kijken. Dat was en is nog steeds niet altijd prettig, maar ik heb ervaren dat er dan hele mooie dingen gebeuren.

“Als je de schroef echt aandraait, het lef hebt de echte vragen te stellen dan opent zich een gebied waarin we elkaar allemaal herkennen. Die ervaring is wat ik mijn publiek te bieden heb, waar ik de theaterbezoekers toe ga uitnodigen.”

 

Made in Den Bosch

Vanuit Den Bosch bouwt Minou nu aan dit theatergezelschap, er zijn vergevorderde plannen voor een drieluik met het gezin als bron van inspiratie. De eerste voorstelling ‘Moeder mag niet dood’ – met een prominente rol voor de 87-jarige moeder van Minou – start binnenkort. Later volgen twee producties over de thema’s vader en kinderen. Het gezelschap is breed. Aan boord bevinden zich een documentairemaker, een acteur, een oud-kinderrechter en dansers van 75+. De optredens gaan plaatsvinden binnen en buiten het theater. “Het is een hele organisatie om alles rond te krijgen, om de financiering te regelen. Bij De Bloeiende Maagden was het ‘n stuk overzichtelijker. We hadden niet veel meer nodig dan een technicus en een regisseur. We konden ons prima redden zonder een cent subsidie. Voor mijn nieuwe plannen heb ik een stichting opgericht zodat we fondsen kunnen werven. En dat gaat tot nu toe heel voorspoedig, we krijgen volop medewerking.”

Made in Den Bosch

Vanuit Den Bosch bouwt Minou nu aan dit theatergezelschap, er zijn vergevorderde plannen voor een drieluik met het gezin als bron van inspiratie. De eerste voorstelling ‘Moeder mag niet dood’ – met een prominente rol voor de 87-jarige moeder van Minou – start binnenkort. Later volgen twee producties over de thema’s vader en kinderen. Het gezelschap is breed. Aan boord bevinden zich een documentairemaker, een acteur, een oud-kinderrechter en dansers van 75+. De optredens gaan plaatsvinden binnen en buiten het theater. “Het is een hele organisatie om alles rond te krijgen, om de financiering te regelen. Bij De Bloeiende Maagden was het ‘n stuk overzichtelijker. We hadden niet veel meer nodig dan een technicus en een regisseur. We konden ons prima redden zonder een cent subsidie. Voor mijn nieuwe plannen heb ik een stichting opgericht zodat we fondsen kunnen werven. En dat gaat tot nu toe heel voorspoedig, we krijgen volop medewerking.”

Voor Minou was het helder dat Den Bosch haar uitvalsbasis moest zijn. “Ik voel me echt een Brabantse maker, al heb ik dat nooit eerder zo hoeven benoemen. Met De Bloeiende Maagden maakten we een voorstelling en verkochten die aan theaters. Punt. Veel ingewikkelder werd het niet. Bij het opschrijven en onderbouwen van mijn brede, meerjarige plannen vielen allerlei dingen grappig genoeg ineens samen. Zo vind ik mijn kijk op de wereld goed passen bij de levenshouding van Brabanders zoals ik die heb ervaren, bijvoorbeeld in Oisterwijk. Dát wil ik verder uitdragen, ik wil meebouwen aan Brabant als creatieve plek voor talentontwikkeling in podiumkunst.” Drie decennia na haar vertrek uit IJmuiden blijkt het plan met hoofdletter B niet eens zo’n verkeerde route.

Auteur: Berny van de Donk 

Voor Minou was het helder dat Den Bosch haar uitvalsbasis moest zijn. “Ik voel me echt een Brabantse maker, al heb ik dat nooit eerder zo hoeven benoemen. Met De Bloeiende Maagden maakten we een voorstelling en verkochten die aan theaters. Punt. Veel ingewikkelder werd het niet. Bij het opschrijven en onderbouwen van mijn brede, meerjarige plannen vielen allerlei dingen grappig genoeg ineens samen. Zo vind ik mijn kijk op de wereld goed passen bij de levenshouding van Brabanders zoals ik die heb ervaren, bijvoorbeeld in Oisterwijk. Dát wil ik verder uitdragen, ik wil meebouwen aan Brabant als creatieve plek voor talentontwikkeling in podiumkunst.” Drie decennia na haar vertrek uit IJmuiden blijkt het plan met hoofdletter B niet eens zo’n verkeerde route.

Auteur: Berny van de Donk 

Samen doen en maken is typisch Brabants. Live

  • Eens
    0% 0 / 36
  • Oneens
    0% 0 / 36
Top