Scroll to top
6 maart 2018

Een dahliaverslaving

Ontmoeting met Frank Maas

6 maart 2018

Een dahliaverslaving

Ontmoeting met Frank Maas

1:20. Het is een welhaast heilige schaal. Frank Maas [1957] tekent al zijn ontwerpen in die verhouding. Met viltstift kleurt hij alles in. Liever niet met groen – want je hebt geen groene dahlia’s – maar als het écht moet natuurlijk wel. Want in principe kan er een hele hoop. Bijna alles misschien wel. En als iets niet lukt, dan gaat het bij Frank in zijn hoofd draaien en malen. Want uiteindelijk is het toch de kunst iets onmogelijks mogelijk te maken. Hij ziet het in de reactie van de tienduizenden mensen die op de tweede zondag van september in Valkenswaard langs de weg staan. De open monden, de tranen en zoveel glinsterende ogen dat ze hem verblinden. Dan weet hij: het is dit jaar weer gelukt.

Geen hobby

Op de zolder van de Mariakerk zit een grote vlek van een oude lekkage. Een herinnering aan die keer dat er hagelstenen ter grootte van golfballen werden afgevuurd op de leitjes van het dak. Frank en de bouwers waren aanwezig toen het in de bouwplaats nat begon te worden. Toen het dak gerepareerd was, maalde niemand meer om die paar loshangende plafondplaten. Deze ruimte is vooral functioneel. Hier wordt maanden gebouwd aan de wagen van buurtschap Hazestraat. Aan die wagen mag niets mankeren. Een paar jaar geleden werd met een slijptol nog de deuropening groter gemaakt, omdat de metershoge poppen er anders niet door konden. Voor het bloemencorso moeten stenen en andere aardse bezwaren wijken. Wie zegt dat het corso voor Frank een hobby is, heeft het niet goed begrepen. Frank is het corso.

1:20. Het is een welhaast heilige schaal. Frank Maas [1957] tekent al zijn ontwerpen in die verhouding. Met viltstift kleurt hij alles in. Liever niet met groen – want je hebt geen groene dahlia’s – maar als het écht moet natuurlijk wel. Want in principe kan er een hele hoop. Bijna alles misschien wel. En als iets niet lukt, dan gaat het bij Frank in zijn hoofd draaien en malen. Want uiteindelijk is het toch de kunst iets onmogelijks mogelijk te maken. Hij ziet het in de reactie van de tienduizenden mensen die op de tweede zondag van september in Valkenswaard langs de weg staan. De open monden, de tranen en zoveel glinsterende ogen dat ze hem verblinden. Dan weet hij: het is dit jaar weer gelukt.

Geen hobby

Op de zolder van de Mariakerk zit een grote vlek van een oude lekkage. Een herinnering aan die keer dat er hagelstenen ter grootte van golfballen werden afgevuurd op de leitjes van het dak. Frank en de bouwers waren aanwezig toen het in de bouwplaats nat begon te worden. Toen het dak gerepareerd was, maalde niemand meer om die paar loshangende plafondplaten. Deze ruimte is vooral functioneel. Hier wordt maanden gebouwd aan de wagen van buurtschap Hazestraat. Aan die wagen mag niets mankeren. Een paar jaar geleden werd met een slijptol nog de deuropening groter gemaakt, omdat de metershoge poppen er anders niet door konden. Voor het bloemencorso moeten stenen en andere aardse bezwaren wijken. Wie zegt dat het corso voor Frank een hobby is, heeft het niet goed begrepen. Frank is het corso.

“Kijk, hier staat het. Dit is nummer 1 van de 100.” Frank klopt op het boek Corso is emotie, dat hij in 2009 maakte omdat hij zou stoppen als ontwerper. “Het was mooi geweest. Ik was dag en nacht met het corso bezig. Maanden stond ik in de bouwtent en in het weekend voorafgaand aan de parade sliep ik twee nachten niet. Onafgebroken werkte ik mee aan de realisatie van mijn ontwerp. Honderdduizenden dahlia’s had ik geprikt. Ik merkte aan mijn lijf dat ik zo niet door kon gaan. Ik moest gas terugnemen.”

Een bevrijdingsoptocht

In september 1944 ging de eerste optocht van versierde fietsen door het dorp. Het was een bevrijdingsoptocht, die men in de jaren daarna bleef houden. Af en toe was er eens een fiets versierd met dahlia’s en zo groeide langzaam het idee voor een heus corso.

In 1953 vond het eerste echte corso plaats. In de decennia die daarop volgden professionaliseerde het corso. De ontwerpen werden ingewikkelder en inmiddels is de optocht te vergelijken met een openluchttheater.

“De impact van het corso op de gemeenschap is groot. Er zijn talloze families in Valkenswaard die al generaties lang meewerken aan de optocht. Het corso verbroedert.”

Na de aankondiging van zijn vertrek bij het corso, begon het bij Frank al snel weer te kriebelen. “Een half jaar later begon ik weer. Ik kon geen nee zeggen tegen al die vrijwilligers die me om hulp vroegen. Met veel van hen ben ik vrienden voor het leven. Nou, hou dan maar eens je poot stijf. Maar ik ben het wel anders gaan doen. Niet meer dag en nacht bezig, ik regisseer meer en probeer meer over te laten aan anderen.” Dat meer over laten aan anderen lukt niet altijd even goed, dat geeft hij toe. “Ik prik dat laatste weekend dan wel niet meer alle uren mee, maar in de twee nachten voorafgaand aan de optocht lig ik toch wel vaak wakker. In mijn hoofd ben ik dan in de bouwtent en wil ik weten hoe het gaat. Maar goed, ik blijf dus in bed liggen. Want ik weet dat ik het anders niet volhou.”

“Kijk, hier staat het. Dit is nummer 1 van de 100.” Frank klopt op het boek Corso is emotie, dat hij in 2009 maakte omdat hij zou stoppen als ontwerper. “Het was mooi geweest. Ik was dag en nacht met het corso bezig. Maanden stond ik in de bouwtent en in het weekend voorafgaand aan de parade sliep ik twee nachten niet. Onafgebroken werkte ik mee aan de realisatie van mijn ontwerp. Honderdduizenden dahlia’s had ik geprikt. Ik merkte aan mijn lijf dat ik zo niet door kon gaan. Ik moest gas terugnemen.”

Een bevrijdingsoptocht

In september 1944 ging de eerste optocht van versierde fietsen door het dorp. Het was een bevrijdingsoptocht, die men in de jaren daarna bleef houden. Af en toe was er eens een fiets versierd met dahlia’s en zo groeide langzaam het idee voor een heus corso.

In 1953 vond het eerste echte corso plaats. In de decennia die daarop volgden professionaliseerde het corso. De ontwerpen werden ingewikkelder en inmiddels is de optocht te vergelijken met een openluchttheater.

“De impact van het corso op de gemeenschap is groot. Er zijn talloze families in Valkenswaard die al generaties lang meewerken aan de optocht. Het corso verbroedert.”

Na de aankondiging van zijn vertrek bij het corso, begon het bij Frank al snel weer te kriebelen. “Een half jaar later begon ik weer. Ik kon geen nee zeggen tegen al die vrijwilligers die me om hulp vroegen. Met veel van hen ben ik vrienden voor het leven. Nou, hou dan maar eens je poot stijf. Maar ik ben het wel anders gaan doen. Niet meer dag en nacht bezig, ik regisseer meer en probeer meer over te laten aan anderen.” Dat meer over laten aan anderen lukt niet altijd even goed, dat geeft hij toe. “Ik prik dat laatste weekend dan wel niet meer alle uren mee, maar in de twee nachten voorafgaand aan de optocht lig ik toch wel vaak wakker. In mijn hoofd ben ik dan in de bouwtent en wil ik weten hoe het gaat. Maar goed, ik blijf dus in bed liggen. Want ik weet dat ik het anders niet volhou.”

In de genen

Frank was zestien toen hij zijn eerste bloemenwagen ontwierp. Zijn vader had Frank en zijn broer besmet met het virus. Martien Maas begon in 1959 als bouwer. In 1973 leverde Frank zijn eerste ontwerp in bij het Hazestraatbestuur. Een paar maanden later reed zijn wagen door Valkenswaard. Het leverde het buurtschap de eerste prijs op. Vanaf dat moment was Frank de vaste ontwerper van de Hazestraat. En ook de andere buurtschappen wisten hem te vinden. Hij maakte voor héél veel wagens een tekening. Thuis, in zijn studio, pakt Frank uit de kast een grote stapel papier. “Dit is nog niks. Ik heb er nog veel meer.” Hij bladert door de tientallen schetsen. “Kijk, deze is nog nooit gemaakt. En deze ook niet. Die zitten er ook genoeg tussen: ontwerpen die misschien ooit nog van pas komen.”

Op de ontwerpen die wel uitgevoerd zijn, is te zien hoeveel techniek er inmiddels bij komt kijken. De wijzers van een zes meter hoge klok moeten draaien, een mantel moet dankzij een ingebouwde constructie wapperen en Frank heeft het grootste menselijke kanon ter wereld getekend. Buiten, naast de bouwzolder, staan bovendien twee enorme hydraulische pompen. Klaar voor een volgende ingewikkelde constructie. “Ik wil maken wat eigenlijk niet te maken is. Bewegen, wat eigenlijk niet kan bewegen.”

“In Brabants heerst een kom-maar-achterom-cultuur.”

Brabant houdt van optochten

Frank vindt het corso typisch iets Brabants. Natuurlijk, ze doen het buiten de provincie ook, maar dat is toch anders. In Aalsmeer bijvoorbeeld. Dat is een puur commerciële stoet. Vindt Frank stukken minder interessant. “Het corso is een optocht, een parade. Brabanders houden ervan de weg op te gaan. Met karren en versierde fietsen. Met carnaval doen we dat en op de Brabantsedag ook. Wij willen iets moois laten zien en het liefste doen we dat samen. Zonder dat iemand er financieel gewin uithaalt.”

“De kracht van deze optocht, maar dat geldt eigenlijk voor alle parades in Brabant, is de vrijwilliger. In Brabant heerst een kom-maar-achterom-cultuur. Als je iets wil, dan kun je altijd wel bij iemand een bakske koffie krijgen. Je kunt door die open houding heel veel van de grond krijgen. Als iemand hier iets vraagt zitten er geen voorwaarden aan verbonden. Er zijn geen dubbele agenda’s. De welwillendheid om mee te werken aan een goed plan is groot. Een platte kar of een tractor is hier zo geregeld. We zijn trots dat wij samen een hoop van de grond krijgen.”

In de genen

Frank was zestien toen hij zijn eerste bloemenwagen ontwierp. Zijn vader had Frank en zijn broer besmet met het virus. Martien Maas begon in 1959 als bouwer. In 1973 leverde Frank zijn eerste ontwerp in bij het Hazestraatbestuur. Een paar maanden later reed zijn wagen door Valkenswaard. Het leverde het buurtschap de eerste prijs op. Vanaf dat moment was Frank de vaste ontwerper van de Hazestraat. En ook de andere buurtschappen wisten hem te vinden. Hij maakte voor héél veel wagens een tekening. Thuis, in zijn studio, pakt Frank uit de kast een grote stapel papier. “Dit is nog niks. Ik heb er nog veel meer.” Hij bladert door de tientallen schetsen. “Kijk, deze is nog nooit gemaakt. En deze ook niet. Die zitten er ook genoeg tussen: ontwerpen die misschien ooit nog van pas komen.”

Op de ontwerpen die wel uitgevoerd zijn, is te zien hoeveel techniek er inmiddels bij komt kijken. De wijzers van een zes meter hoge klok moeten draaien, een mantel moet dankzij een ingebouwde constructie wapperen en Frank heeft het grootste menselijke kanon ter wereld getekend. Buiten, naast de bouwzolder, staan bovendien twee enorme hydraulische pompen. Klaar voor een volgende ingewikkelde constructie. “Ik wil maken wat eigenlijk niet te maken is. Bewegen, wat eigenlijk niet kan bewegen.”

“In Brabants heerst een kom-maar-achterom-cultuur.”

Brabant houdt van optochten

Frank vindt het corso typisch iets Brabants. Natuurlijk, ze doen het buiten de provincie ook, maar dat is toch anders. In Aalsmeer bijvoorbeeld. Dat is een puur commerciële stoet. Vindt Frank stukken minder interessant. “Het corso is een optocht, een parade. Brabanders houden ervan de weg op te gaan. Met karren en versierde fietsen. Met carnaval doen we dat en op de Brabantsedag ook. Wij willen iets moois laten zien en het liefste doen we dat samen. Zonder dat iemand er financieel gewin uithaalt.”

“De kracht van deze optocht, maar dat geldt eigenlijk voor alle parades in Brabant, is de vrijwilliger. In Brabant heerst een kom-maar-achterom-cultuur. Als je iets wil, dan kun je altijd wel bij iemand een bakske koffie krijgen. Je kunt door die open houding heel veel van de grond krijgen. Als iemand hier iets vraagt zitten er geen voorwaarden aan verbonden. Er zijn geen dubbele agenda’s. De welwillendheid om mee te werken aan een goed plan is groot. Een platte kar of een tractor is hier zo geregeld. We zijn trots dat wij samen een hoop van de grond krijgen.”

Onbetaalbaar

De hoeveelheid vrijwilligers die in Valkenswaard op een of andere manier betrokken is bij het corso is groot. Frank schat dat het om zo’n duizend mensen gaat. “Als ze me in Utrecht zouden vragen of ik het daar zou willen organiseren, dan kan dat niet. Ik heb mensen die er dag en nacht voor willen gaan. Daar moet je heel veel in investeren. Het kost bakken met tijd. Ik zie het als iemand zich niet zo goed voelt. Dan kan het zo maar zijn dat ik een half uur apart met iemand ga zitten. Ik besteed zo’n veertig uur per week aan het corso. En dat is naast mijn betaalde werk. Doordat we hier met z’n allen al tientallen jaren bezig zijn, krijgen we dit voor elkaar.”

“Vorig jaar was hier iemand van de provincie en die heeft met verbazing staan kijken.”

Aan al dat werk is geen prijskaartje te hangen, maar een corso kost natuurlijk wel geld. “Ik wil me daar eigenlijk helemaal niet mee bezighouden, maar het is erg lastig om het ieder jaar weer financieel rond te krijgen. Vorig jaar was hier iemand van de provincie en die heeft met verbazing staan kijken. “Verdorie, dit is toch ongelooflijk. De kwaliteit en de inzet van duizenden mensen.” Hij was er helemaal van ondersteboven.”

Het is iets om aan te werken misschien: veel meer beleidsmakers laten zien wat het niveau is van dit corso. Maar Frank heeft daar zelf eigenlijk geen tijd voor. “Ik ben liever met andere dingen bezig.’

Onbetaalbaar

De hoeveelheid vrijwilligers die in Valkenswaard op een of andere manier betrokken is bij het corso is groot. Frank schat dat het om zo’n duizend mensen gaat. “Als ze me in Utrecht zouden vragen of ik het daar zou willen organiseren, dan kan dat niet. Ik heb mensen die er dag en nacht voor willen gaan. Daar moet je heel veel in investeren. Het kost bakken met tijd. Ik zie het als iemand zich niet zo goed voelt. Dan kan het zo maar zijn dat ik een half uur apart met iemand ga zitten. Ik besteed zo’n veertig uur per week aan het corso. En dat is naast mijn betaalde werk. Doordat we hier met z’n allen al tientallen jaren bezig zijn, krijgen we dit voor elkaar.”

“Vorig jaar was hier iemand van de provincie en die heeft met verbazing staan kijken.”

Aan al dat werk is geen prijskaartje te hangen, maar een corso kost natuurlijk wel geld. “Ik wil me daar eigenlijk helemaal niet mee bezighouden, maar het is erg lastig om het ieder jaar weer financieel rond te krijgen. Vorig jaar was hier iemand van de provincie en die heeft met verbazing staan kijken. “Verdorie, dit is toch ongelooflijk. De kwaliteit en de inzet van duizenden mensen.” Hij was er helemaal van ondersteboven.”

Het is iets om aan te werken misschien: veel meer beleidsmakers laten zien wat het niveau is van dit corso. Maar Frank heeft daar zelf eigenlijk geen tijd voor. “Ik ben liever met andere dingen bezig.’

Weg ermee

Na het corso wordt er niets bewaard. Er wordt nu eenmaal gewerkt met materiaal dat vergaat. “Ook de skeletten onder de bloemen maken we kapot. Ik heb honderden wagens gemaakt en er ook honderden in containers gegooid. Een beetje gek misschien, maar ik vind dat altijd een opluchting. Dit vergt heel veel van mensen. Naast je gebruikelijke werk, werk je tot laat op de avond. En soms komt het dan niet goed. Dat gebeurt natuurlijk ook. Dat een wagen niet zo wordt zoals ik het bedacht heb. Mensen staan dan te huilen in de tent. Uiteindelijk is dat ook wat ik zie ik als ik zelf naar de optocht kijk. Ik kan ver onder de bloemen en de constructies kijken. Verstopt onder al die lagen zit het lief en leed waar het corso voor mij om draait.”

Franks liefde voor optochten komt duidelijk naar voren in zijn overige werkzaamheden. Zo is hij regelmatig jurylid en adviseur voor parades in binnen-en buitenland. Hij is als ontwerper betrokken bij de Brabantsedag en was vijf jaar lid van het creatieve team. Hij is ook de ontwerper van Landmark ‘Brabant in beweging’, een 6-meter hoog kunstwerk dat langs de A67 heeft gestaan.

degewonejongens.nl

Auteur: Mijke Pol

Weg ermee

Na het corso wordt er niets bewaard. Er wordt nu eenmaal gewerkt met materiaal dat vergaat. “Ook de skeletten onder de bloemen maken we kapot. Ik heb honderden wagens gemaakt en er ook honderden in containers gegooid. Een beetje gek misschien, maar ik vind dat altijd een opluchting. Dit vergt heel veel van mensen. Naast je gebruikelijke werk, werk je tot laat op de avond. En soms komt het dan niet goed. Dat gebeurt natuurlijk ook. Dat een wagen niet zo wordt zoals ik het bedacht heb. Mensen staan dan te huilen in de tent. Uiteindelijk is dat ook wat ik zie ik als ik zelf naar de optocht kijk. Ik kan ver onder de bloemen en de constructies kijken. Verstopt onder al die lagen zit het lief en leed waar het corso voor mij om draait.”

Franks liefde voor optochten komt duidelijk naar voren in zijn overige werkzaamheden. Zo is hij regelmatig jurylid en adviseur voor parades in binnen-en buitenland. Hij is als ontwerper betrokken bij de Brabantsedag en was vijf jaar lid van het creatieve team. Hij is ook de ontwerper van Landmark ‘Brabant in beweging’, een 6-meter hoog kunstwerk dat langs de A67 heeft gestaan.

degewonejongens.nl

Auteur: Mijke Pol

Tradities moeten met de tijd mee. Live

  • Eens
    0% 0 / 60
  • Oneens
    0% 0 / 60
Top