Scroll to top
Cornel Bierens & Charlotte Landsheer over:

De terugkeer van het ambacht

Cornel Bierens & Charlotte Landsheer over:

De terugkeer van het ambacht

CORNEL BIERENS is beeldend kunstenaar en schrijver. In zijn beeldend werk ontwikkelde hij zich van schilder en tekenaar tot bouwer van grote installaties. Daarnaast publiceert hij kunstkritieken, columns en romans en was hij gastdocent op vrijwel alle Nederlandse academies voor beeldende kunst. Voor het Mondriaan Fonds schreef hij De handgezaagde ziel, over de terugkeer van de ambachtelijkheid in de kunst en omstreken.

CHARLOTTE LANDSHEER is directeur, vormgever en curator van Cor Unum, een keramisch atelier in ‘s-Hertogenbosch waar keramiek van nationaal en internationaal gekende kunstenaars wordt vervaardigd. Met ontwerpers van buitenaf, waaronder Bruno Ninaber van Eyben, Marc Newson en Maarten Baas, zoekt ze naar oplossingen om ontwerpen productierijp te maken.

CORNEL BIERENS is beeldend kunstenaar en schrijver. In zijn beeldend werk ontwikkelde hij zich van schilder en tekenaar tot bouwer van grote installaties. Daarnaast publiceert hij kunstkritieken, columns en romans en was hij gastdocent op vrijwel alle Nederlandse academies voor beeldende kunst. Voor het Mondriaan Fonds schreef hij De handgezaagde ziel, over de terugkeer van de ambachtelijkheid in de kunst en omstreken.

CHARLOTTE LANDSHEER is directeur, vormgever en curator van Cor Unum, een keramisch atelier in ‘s-Hertogenbosch waar keramiek van nationaal en internationaal gekende kunstenaars wordt vervaardigd. Met ontwerpers van buitenaf, waaronder Bruno Ninaber van Eyben, Marc Newson en Maarten Baas, zoekt ze naar oplossingen om ontwerpen productierijp te maken.

Zonder kunde geen kunst

Decennialang stond het ambachtelijke maken niet langer in hoog aanzien; niet het hand-, maar het hoofdwerk stal de show. Maar inmiddels lijkt er een kentering gaande; ambachtsscholen zijn weer in trek, (stads)werkplaatsen mogen zich verheugen in een groeiende belangstelling, en ook in de kunsten is er sprake van een herwaardering van het ambacht. Waar komt die herwaardering vandaan? Wat betekent dit voor het spanningsveld tussen ambacht en traditie aan de ene, en innovatie en moderniteit aan de andere kant? En: hoe belangrijkheid zijn nabijheid en aanraakbaarheid bij dit alles? Een gesprek tussen Charlotte Landsheer en Cornel Bierens over de terugkeer van het ambacht.

Wat ambachtelijkheid precies is? Het antwoord op die openingsvraag brengt ons naar China, waar Cornel Bierens een tijdje terug in een provincie terechtkwam waar elke stad draait op zijn eigen ambachtelijke specialisatie. “In de ene stad wordt vooral met glas gewerkt, de schilders zitten in een stad iets verderop, een andere stad telt dan weer vooral beeldhouwers. In de ‘schildersstad’ zag ik hele families met een atelier aan huis, volledig gespecialiseerd in een bepaalde stroming of een bepaalde kunstenaar. Ik zocht en vond een in Van Gogh gespecialiseerde familie, en vroeg hen of ze ook eigen werk maakten. Daar reageerden ze enorm verbaasd op: dit wás hun eigen werk. Je bent daar kunstenaar als je op de best mogelijke manier de meester kunt imiteren. Leren, leren, leren: net zoals dat bij ons in de zeventiende eeuw ging.”


IK VIND DAT DE KUNDE
EEN VAARDIGHEID IS DIE
JE ALS KUNSTENAAR
ÓÓK MOET HEBBEN.

Cornel haalt ook het voorbeeld aan van de Duitse kunstenaar Martin Kippenberger, die zichzelf liet vereeuwigen door een schilder van bioscoopreclames. “Een ándere kunstenaar, de Brit Jonathan Monk, maakte een foto van een van die schilderijen en stuurde deze naar zeven anonieme Chinese schilders met het verzoek deze na te schilderijen. Hij kreeg zeven identiek lijkende reproducties terug, maar als je goed keek bleken ze op detailniveau wel degelijk te verschillen. De persoonlijkheid van die anonieme Chinese schilders schemerde door in dat puur uitvoerende werk; ze konden niet vermijden dat ze er tóch iets van zichzelf inlegden.”

Cornel is naar eigen zeggen altijd, ‘tegen de verdrukking in’, blijven geloven in de kunde. “Ik vind dat de kunde een vaardigheid is die je als kunstenaar óók moet hebben. Daarmee was ik een uitzondering destijds op de Rietveld Academie. Beroemde kunstenaars als Niele Toroni en Bruce Nauman verklaarden expliciet: je hoeft geen techniek meer te hebben. Toroni claimde zelfs ‘geen schilder’ te zijn – terwijl hij alleen maar schilderde. Nauman voegde er nog wel iets aan toe. Hij zei: als je helemáál geen techniek hebt, dan communiceert je werk ook niet.”

Handen van kunstenaars

Charlotte luistert geboeid naar het relaas van Cornel. “De kern van ambachtelijkheid is voor mij dat je de vraag van iemand anders kunt uitvoeren, volgens bepaalde specificaties. Dat is ook de kern van wat we bij Cor Unum doen. We zeggen: kunstenaar, kom maar met je gekke idee, wij kunnen het maken. Natuurlijk zitten er ook veel ontwerpen bij die lastig zijn: omdat het niet kan qua overspanning, of omdat een specifiek design de oven niet overleeft door de eigenschappen van de keramiek. Maar over het algemeen zijn wij de handen van de kunstenaars en ontwerpers die een beroep op ons doen.”


OVER HET ALGEMEEN ZIJN
WIJ DE HANDEN VAN DE
KUNSTENAARS EN ONTWERPERS DIE
EEN BEROEP OP ONS DOEN.

Cor Unum is een actieve verbinding met het onderwijs aangegaan, vanuit de vrees dat het ambacht zou verdwijnen, blikt Charlotte terug. “We wilden het vakmanschap weer actief overdragen. Ik heb aan Sint Lucas in Boxtel de opleiding Keramiek opgezet, het curriculum geschreven, en jarenlang les gegeven. We hebben al zoveel academies waar prachtige ontwerpers opgeleid worden, maar wie gaat het straks nog uitvoeren? Daar komen wij om de hoek kijken. Het lukt ons om daar met een club van een man of twintig van te leven en het ambacht te combineren met een bestaan.” Tegelijkertijd heeft het ambacht het moeilijk, erkent ook Charlotte. “Heel veel werk is naar lagelonenlanden gegaan. Vroeger kochten mensen hele ambachtelijk gemaakte serviezen, nu haal je ze voor een prikkie bij Ikea. Waarom zou je dan nog voor een handgemaakt servies gaan sparen? Onze hele manier van leven is veranderd.”

Vervreemding

Cornel schetst hoe de teloorgang van het ambacht past in de brede industrialisatie die plaatsvond sinds eind achttiende eeuw, te beginnen bij de speldenfabriek van Adam Smith en de introductie van het concept van de technische arbeidsdeling. “Een andere werkverdeling en de uitvinding van de lopende band maakten het werk weliswaar stukken efficiënter, maar het leidde ook tot vervreemding. De Engelse arts-and-craftsbeweging, die zich in de tweede helft van de negentiende eeuw verzette tegen de industriële massaproductie en pleitte voor een terugkeer naar het ambachtelijke, was daar een reactie op. Veel mensen voelden zich daar goed bij. Ze voelden aan: straks is er niets meer in dat hele maakproces dat ook door het lichaam wordt gevoeld en gecontroleerd.” De menselijke verhouding tot het ding, de aanraakbaarheid: misschien is dát wel de kern van ambachtelijkheid, stelt Cornel. “Ondertussen drijven wij mensen steeds meer af van de kern. We zijn gefascineerd door vooruitgang, door technische verandering. We kijken de hele dag op die rotschermpjes – over vervreemding gesproken. Maar we vergeten dat we nog steeds met hetzelfde lichaam leven als de jager-verzamelaars duizenden jaren geleden. Ik las onlangs nog de Ilias van Homerus. Een werk van ruim drieduizend jaar oud, maar nog altijd erg herkenbaar. Het deed mij weer beseffen: als mens zijn we niet wezenlijk veranderd.”

Toch is een terugkeer naar het ‘land van ooit’ ook geen optie, denkt Cornel. “We moeten het ambacht ook niet romantiseren; we moeten niet koste wat kost willen terugkeren omdat dat ‘het Nederland van vroeger’ is. Het is ontroerend dat onze oma’s hele schilderijen konden borduren, maar daar moeten we het niet van hebben. De kansen voor de ambachtelijkheid liggen eerder in de fusie van vakmanschap en innovatie. 3D-printers: daar kun je als maker heel veel mee doen, zonder dat de band met het ding verloren gaat. In die zin is het net als een hamer een instrument.”


DE KANSEN VOOR DE
AMBACHTELIJKHEID LIGGEN
EERDER IN DE FUSIE VAN
VAKMANSCHAP EN INNOVATIE.

Nabijheid

Charlotte knikt. “Die combinatie van vakmanschap en techniek is inderdaad fijn. Maar er zitten wel grenzen aan. Een techniek als 3D-printing kán helpen om vooraf een eerste voorstelling van het product te krijgen, maar meer dan een hulpmiddel is het niet. Gips is een natuurlijk materiaal, dat uitzet en breekt als je het niet op de juiste manier behandelt. Een computer kan nooit, net als een mens, bedenken hoe en wanneer iets gaat breken. Je kunt gewoon nooit zonder kennis, ervaring en liefde van die makers; die voelen precies aan wat er wel en niet kan. Je merkt ook echt het verschil of iets met de handen of met de computer wordt gemaakt.”

Veel vormgevers en kunstenaars komen met schetsen of ideeën naar Cor Unum toe, waarna de modelleurs ermee aan de slag gaan. “Zij kunnen precies aangeven wat wel, en wat niet werkt; ze voelen perfect aan waar de grens ligt aan wat je kunt maken. De kennis van die mensen, en hun gevoel voor het vak: dat krijg je met geen mogelijkheid in een computer gestopt. Bij keramiekcentrum Sundaymorning@ekwc in Oisterwijk wordt enorm veel geëxperimenteerd met nieuwe methodes. Daar kun je kennis opvragen en opzoeken en met collega’s over het vak praten. Dat vind ik echt honderd keer fijner dan contact via de telefoon; dan kun je immers niet zien waar je het over hebt.”

Die nabijheid is dus belangrijk? “Zeker. Communiceren met een keramiekcentrum in pakweg de VS, via de computer of telefoon, zou nooit dezelfde inspiratie kunnen opleveren. Kijk, de mensen in onze werkplaats zullen niet snel naar Oisterwijk gaan voor inspiratie of verdieping, laat staan naar Amerika. Maar medewerkers die de verdieping wíllen zoeken, krijgen daarvoor uiteraard alle ruimte. Zelf ben ik ook zo; vrijwel alle reizen die ik maak staan in het teken van mijn eigen vakgebied. Ik zou nog eerder naar de VS gaan dan dat ik contact onderhoud via de telefoon; ik geloof niet dat dat voor mij goed zou werken.”

Cornel knikt instemmend. “Nabijheid is een hele natuurlijke behoefte, die noodzakelijk is om iets goed over te brengen. Toen begin vorige eeuw gloeilampen op de markt kwamen in Duitsland, werd de gloeilampenmachine geëxporteerd naar Hongarije. Maar ondanks dat het precies dezelfde machine was, lukte het de Hongaren maar niet om er een goedgevormd peertje uit te laten rollen. Dat lukte pas nadat de Duitsers overkwamen om het voor te doen. Dat laatste is essentieel; daar kunnen de globalisering en automatisering, die het contact van mens tot mens overslaan, nooit tegenop.” Er is volgens Cornel niet per se sprake van een revival van het ambacht, maar van een herwaardering van ‘echt contact met de dingen’. “We zijn die computers en schermen gaan verabsoluteren. Het monster bijt zich in zijn eigen staart.”


DE KENNIS VAN DIE MENSEN,
EN HUN GEVOEL VOOR HET VAK:
DAT KRIJG JE MET GEEN
MOGELIJKHEID IN EEN
COMPUTER GESTOPT.

Herwaardering

Cor Unum werd in 1953 opgericht. In al die jaren is er aan het werk en aan de machines feitelijk niets veranderd, vertelt Charlotte. “We werken nog altijd met dezelfde draaischijven als toen. Dat is ook wat het interessant houdt. Ik ben zelf helemaal verliefd op mijn werk, en dat geldt voor al onze medewerkers. De meeste collega’s beginnen ’s ochtends graag wat eerder, helemaal uit zichzelf. Als de ovens opengaan is dat nog altijd het allermooiste moment: dat iets wat iemand heeft geglazuurd, gedraaid, gevormd en gegoten, er als product uitkomt. Het is fijn om te zien dat er weer meer mensen zijn die óók zien hoe bijzonder en mooi dat ambachtelijke maakproces eigenlijk is.” Studenten van de kunstacademie hadden op een gegeven moment nog nooit keramiek in handen gehad, vertelt Charlotte. “Ze waren vervolgens hartstikke blij dat ze bij ons konden leren hoe ze een mal moesten maken. Studenten smachten naar dit soort vaardigheden.”

Volgens Cornel past het verhaal van Charlotte in een bredere trend. “Veel ambachtelijke kennis dreigde de afgelopen decennia verloren te gaan. Voordat in Tilburg het Textielmuseum werd geopend, moesten ontwerpers naar het buitenland om daar het textiele ambacht te leren. Terwijl de verhouding tussen ontwerp en ambacht interactief is: ze zijn allebei even belangrijk, en niet na elkaar maar tegelijkertijd. Ander voorbeeld: in de jaren zestig en zeventig raakte het ambacht op kunstacademies volledig uit de gratie. Ik werkte op de Vrije Academie in Den Haag toen ze die begin deze eeuw gingen renoveren en alle werkplaatsen dreigden te verdwijnen; iets dat op het nippertje werd voorkomen. En zie: nu lopen juist die werkplaatsen als een tierelier.”

Brabant klopt zichzelf graag op de borst als ‘regio van makers’, maar volgens Cornel is die herwaardering van het ambacht in de hele Westerse wereld zichtbaar. “Er zijn ook weer steeds meer schilders. Conceptualiteit heeft de schilderkunst wel beïnvloed; die is daardoor veel vrijer geworden. Abstract en figuratief: het bestaat nu allemaal naast elkaar of zelfs tegelijkertijd op één en hetzelfde schilderij. Er is weer meer aandacht voor het ambacht, al leert niet iedereen meer dezelfde techniek op de academie. Het ambacht manifesteert zich nu meer per kunstenaar; de ene schilder schildert zó, de andere doet het technisch helemaal anders. Juist dat is wat die diversiteit zo mooi maakt: het biedt de garantie van authenticiteit.”

Des te vreemder is het volgens Cornel om kunst alleen op het economisch belang af te rekenen, zoals nu in de politiek vaak gebeurt. “Alles wat een kunstenaar schept is per definitie vooraf onherkenbaar. Niemand zit te wachten op iets wat er nog niet is.” Dat maakt het ook zo lastig om een subsidie aan te vragen, beaamt Charlotte. “Je moet aantonen waarom jij iets goed doet, maar dat is enorm lastig.”

Japan

Voor Cor Unum was de intensieve samenwerking met kunstenaars, waarmee het atelier zo’n vijfentwintig jaar geleden begon, de redding, vertelt Charlotte. “Het is geweldig om met zoveel verschillende mensen te werken, elk met hun eigen gedachtegang en hun eigen ideeën. Het stuurt ons ook voortdurend nieuwe richtingen in. Hoe kunnen we iets maken? Zij vinden het op hun beurt geweldig om bij ons te komen, bij mensen die precies weten hoe ze iets moeten maken en die alle technieken kennen. Juist in die samenwerking, die interactie, ontstaan de mooiste dingen.”


HET IS GEWELDIG OM MET
ZOVEEL VERSCHILLENDE MENSEN
TE WERKEN, ELK MET HUN EIGEN
GEDACHTEGANG EN HUN
EIGEN IDEEËN.

Charlotte vertelt hoe ze enkele jaren geleden op reis ging naar Japan, onder meer met het voornemen om een kijkje te nemen bij porseleinfabrikant Arita. “In de fabriek zelf mocht ik helaas niet kijken omdat ze me zagen als een soort concurrent. Wel waren zij op hun beurt enorm geïnteresseerd in onze samenwerking met kunstenaars. Dat kennen zij helemaal niet; zij doen al eeuwenlang hetzelfde en geven die kennis van generatie op generatie door. Toen de mensen van Arita tijdens een tegenbezoek naar Nederland kwamen, heb ik hen meteen uitgenodigd om een kijkje te komen nemen bij ons en kennis te maken met enkele kunstenaars met wie wij werken. Dat vonden ze geweldig om te zien, waarop ze míj weer terug uitnodigden om alsnog in hun fabriek te komen kijken. Die samenwerking, dat uitwisselen van kennis en ideeën: dat is waar het voor mij om draait.”

Smid om de hoek

Het brengt ons, aan het einde van het gesprek, weer terug bij de nabijheid die ook eerder al ter sprake kwam. Volgens Charlotte is het bij elkaar komen cruciaal om te komen tot nieuwe dingen. “Ik heb in het verleden wel eens projecten gedaan met mensen die ik nooit heb ontmoet. Meestal heb ik helemaal niks met dat werk; er zit geen ziel in. Dat zou ongetwijfeld anders zijn geweest als we elkaar wél fysiek hadden opgezocht. Bij andere projecten werkte dat namelijk ook zo: bij de eerste contacten via mail en telefoon vroeg je je af waar het in hemelsnaam heenging, maar als je dan iemand ontmoet had kwam er een bepaalde energie vrij. Het ging dan meteen veel meer leven. Ander voorbeeld: pas geleden wilde ik een standaard laten maken voor een lamp. Het ging om een rond ijzeren plaatje dat gefreesd moest worden, meer niet. Van een kennis kreeg ik de naam door van een bedrijf dat het snel en goedkoop zou kunnen doen, maar het bleek allemaal enorm veel gedoe om dat online, via de website, te regelen. Voor mij was de lol er toen alweer af. Uiteindelijk ben dus maar weer gewoon naar de smid om de hoek gegaan, die had het in no-time voor me gemaakt. Misschien voor iets meer geld, maar het was wel gewoon prettig om even met hem te kunnen praten.”

Cornel knikt. “John Körmeling uit Eindhoven is als kunstenaar wereldberoemd, maar hij werkt áltijd met lokale partijen. Toen hij in Shanghai het paviljoen had ontworpen voor de wereldtentoonstelling, was hij tijdens de bouwfase regelmatig ter plekke te vinden om met zijn Chinese medewerkers te overleggen over elk hoekje, elke lasnaad.” Als je maar met iemand kunt praten en er een vonk overspringt, benadrukt Cornel. “Als het klikt, dan kan alles.”

website cornel bierens
website charlotte landsheer

Zonder kunde geen kunst

Decennialang stond het ambachtelijke maken niet langer in hoog aanzien; niet het hand-, maar het hoofdwerk stal de show. Maar inmiddels lijkt er een kentering gaande; ambachtsscholen zijn weer in trek, (stads)werkplaatsen mogen zich verheugen in een groeiende belangstelling, en ook in de kunsten is er sprake van een herwaardering van het ambacht. Waar komt die herwaardering vandaan? Wat betekent dit voor het spanningsveld tussen ambacht en traditie aan de ene, en innovatie en moderniteit aan de andere kant? En: hoe belangrijkheid zijn nabijheid en aanraakbaarheid bij dit alles? Een gesprek tussen Charlotte Landsheer en Cornel Bierens over de terugkeer van het ambacht.

Wat ambachtelijkheid precies is? Het antwoord op die openingsvraag brengt ons naar China, waar Cornel Bierens een tijdje terug in een provincie terechtkwam waar elke stad draait op zijn eigen ambachtelijke specialisatie. “In de ene stad wordt vooral met glas gewerkt, de schilders zitten in een stad iets verderop, een andere stad telt dan weer vooral beeldhouwers. In de ‘schildersstad’ zag ik hele families met een atelier aan huis, volledig gespecialiseerd in een bepaalde stroming of een bepaalde kunstenaar. Ik zocht en vond een in Van Gogh gespecialiseerde familie, en vroeg hen of ze ook eigen werk maakten. Daar reageerden ze enorm verbaasd op: dit wás hun eigen werk. Je bent daar kunstenaar als je op de best mogelijke manier de meester kunt imiteren. Leren, leren, leren: net zoals dat bij ons in de zeventiende eeuw ging.”


IK VIND DAT DE KUNDE
EEN VAARDIGHEID IS DIE
JE ALS KUNSTENAAR
ÓÓK MOET HEBBEN.

Cornel haalt ook het voorbeeld aan van de Duitse kunstenaar Martin Kippenberger, die zichzelf liet vereeuwigen door een schilder van bioscoopreclames. “Een ándere kunstenaar, de Brit Jonathan Monk, maakte een foto van een van die schilderijen en stuurde deze naar zeven anonieme Chinese schilders met het verzoek deze na te schilderijen. Hij kreeg zeven identiek lijkende reproducties terug, maar als je goed keek bleken ze op detailniveau wel degelijk te verschillen. De persoonlijkheid van die anonieme Chinese schilders schemerde door in dat puur uitvoerende werk; ze konden niet vermijden dat ze er tóch iets van zichzelf inlegden.”

Cornel is naar eigen zeggen altijd, ‘tegen de verdrukking in’, blijven geloven in de kunde. “Ik vind dat de kunde een vaardigheid is die je als kunstenaar óók moet hebben. Daarmee was ik een uitzondering destijds op de Rietveld Academie. Beroemde kunstenaars als Niele Toroni en Bruce Nauman verklaarden expliciet: je hoeft geen techniek meer te hebben. Toroni claimde zelfs ‘geen schilder’ te zijn – terwijl hij alleen maar schilderde. Nauman voegde er nog wel iets aan toe. Hij zei: als je helemáál geen techniek hebt, dan communiceert je werk ook niet.”

Handen van kunstenaars

Charlotte luistert geboeid naar het relaas van Cornel. “De kern van ambachtelijkheid is voor mij dat je de vraag van iemand anders kunt uitvoeren, volgens bepaalde specificaties. Dat is ook de kern van wat we bij Cor Unum doen. We zeggen: kunstenaar, kom maar met je gekke idee, wij kunnen het maken. Natuurlijk zitten er ook veel ontwerpen bij die lastig zijn: omdat het niet kan qua overspanning, of omdat een specifiek design de oven niet overleeft door de eigenschappen van de keramiek. Maar over het algemeen zijn wij de handen van de kunstenaars en ontwerpers die een beroep op ons doen.”


OVER HET ALGEMEEN ZIJN
WIJ DE HANDEN VAN DE
KUNSTENAARS EN ONTWERPERS DIE
EEN BEROEP OP ONS DOEN.

Cor Unum is een actieve verbinding met het onderwijs aangegaan, vanuit de vrees dat het ambacht zou verdwijnen, blikt Charlotte terug. “We wilden het vakmanschap weer actief overdragen. Ik heb aan Sint Lucas in Boxtel de opleiding Keramiek opgezet, het curriculum geschreven, en jarenlang les gegeven. We hebben al zoveel academies waar prachtige ontwerpers opgeleid worden, maar wie gaat het straks nog uitvoeren? Daar komen wij om de hoek kijken. Het lukt ons om daar met een club van een man of twintig van te leven en het ambacht te combineren met een bestaan.” Tegelijkertijd heeft het ambacht het moeilijk, erkent ook Charlotte. “Heel veel werk is naar lagelonenlanden gegaan. Vroeger kochten mensen hele ambachtelijk gemaakte serviezen, nu haal je ze voor een prikkie bij Ikea. Waarom zou je dan nog voor een handgemaakt servies gaan sparen? Onze hele manier van leven is veranderd.”

Vervreemding

Cornel schetst hoe de teloorgang van het ambacht past in de brede industrialisatie die plaatsvond sinds eind achttiende eeuw, te beginnen bij de speldenfabriek van Adam Smith en de introductie van het concept van de technische arbeidsdeling. “Een andere werkverdeling en de uitvinding van de lopende band maakten het werk weliswaar stukken efficiënter, maar het leidde ook tot vervreemding. De Engelse arts-and-craftsbeweging, die zich in de tweede helft van de negentiende eeuw verzette tegen de industriële massaproductie en pleitte voor een terugkeer naar het ambachtelijke, was daar een reactie op. Veel mensen voelden zich daar goed bij. Ze voelden aan: straks is er niets meer in dat hele maakproces dat ook door het lichaam wordt gevoeld en gecontroleerd.” De menselijke verhouding tot het ding, de aanraakbaarheid: misschien is dát wel de kern van ambachtelijkheid, stelt Cornel. “Ondertussen drijven wij mensen steeds meer af van de kern. We zijn gefascineerd door vooruitgang, door technische verandering. We kijken de hele dag op die rotschermpjes – over vervreemding gesproken. Maar we vergeten dat we nog steeds met hetzelfde lichaam leven als de jager-verzamelaars duizenden jaren geleden. Ik las onlangs nog de Ilias van Homerus. Een werk van ruim drieduizend jaar oud, maar nog altijd erg herkenbaar. Het deed mij weer beseffen: als mens zijn we niet wezenlijk veranderd.”

Toch is een terugkeer naar het ‘land van ooit’ ook geen optie, denkt Cornel. “We moeten het ambacht ook niet romantiseren; we moeten niet koste wat kost willen terugkeren omdat dat ‘het Nederland van vroeger’ is. Het is ontroerend dat onze oma’s hele schilderijen konden borduren, maar daar moeten we het niet van hebben. De kansen voor de ambachtelijkheid liggen eerder in de fusie van vakmanschap en innovatie. 3D-printers: daar kun je als maker heel veel mee doen, zonder dat de band met het ding verloren gaat. In die zin is het net als een hamer een instrument.”


DE KANSEN VOOR DE
AMBACHTELIJKHEID LIGGEN
EERDER IN DE FUSIE VAN
VAKMANSCHAP EN INNOVATIE.

Nabijheid

Charlotte knikt. “Die combinatie van vakmanschap en techniek is inderdaad fijn. Maar er zitten wel grenzen aan. Een techniek als 3D-printing kán helpen om vooraf een eerste voorstelling van het product te krijgen, maar meer dan een hulpmiddel is het niet. Gips is een natuurlijk materiaal, dat uitzet en breekt als je het niet op de juiste manier behandelt. Een computer kan nooit, net als een mens, bedenken hoe en wanneer iets gaat breken. Je kunt gewoon nooit zonder kennis, ervaring en liefde van die makers; die voelen precies aan wat er wel en niet kan. Je merkt ook echt het verschil of iets met de handen of met de computer wordt gemaakt.”

Veel vormgevers en kunstenaars komen met schetsen of ideeën naar Cor Unum toe, waarna de modelleurs ermee aan de slag gaan. “Zij kunnen precies aangeven wat wel, en wat niet werkt; ze voelen perfect aan waar de grens ligt aan wat je kunt maken. De kennis van die mensen, en hun gevoel voor het vak: dat krijg je met geen mogelijkheid in een computer gestopt. Bij keramiekcentrum Sundaymorning@ekwc in Oisterwijk wordt enorm veel geëxperimenteerd met nieuwe methodes. Daar kun je kennis opvragen en opzoeken en met collega’s over het vak praten. Dat vind ik echt honderd keer fijner dan contact via de telefoon; dan kun je immers niet zien waar je het over hebt.”

Die nabijheid is dus belangrijk? “Zeker. Communiceren met een keramiekcentrum in pakweg de VS, via de computer of telefoon, zou nooit dezelfde inspiratie kunnen opleveren. Kijk, de mensen in onze werkplaats zullen niet snel naar Oisterwijk gaan voor inspiratie of verdieping, laat staan naar Amerika. Maar medewerkers die de verdieping wíllen zoeken, krijgen daarvoor uiteraard alle ruimte. Zelf ben ik ook zo; vrijwel alle reizen die ik maak staan in het teken van mijn eigen vakgebied. Ik zou nog eerder naar de VS gaan dan dat ik contact onderhoud via de telefoon; ik geloof niet dat dat voor mij goed zou werken.”

Cornel knikt instemmend. “Nabijheid is een hele natuurlijke behoefte, die noodzakelijk is om iets goed over te brengen. Toen begin vorige eeuw gloeilampen op de markt kwamen in Duitsland, werd de gloeilampenmachine geëxporteerd naar Hongarije. Maar ondanks dat het precies dezelfde machine was, lukte het de Hongaren maar niet om er een goedgevormd peertje uit te laten rollen. Dat lukte pas nadat de Duitsers overkwamen om het voor te doen. Dat laatste is essentieel; daar kunnen de globalisering en automatisering, die het contact van mens tot mens overslaan, nooit tegenop.” Er is volgens Cornel niet per se sprake van een revival van het ambacht, maar van een herwaardering van ‘echt contact met de dingen’. “We zijn die computers en schermen gaan verabsoluteren. Het monster bijt zich in zijn eigen staart.”


DE KENNIS VAN DIE MENSEN,
EN HUN GEVOEL VOOR HET VAK:
DAT KRIJG JE MET GEEN
MOGELIJKHEID IN EEN
COMPUTER GESTOPT.

Herwaardering

Cor Unum werd in 1953 opgericht. In al die jaren is er aan het werk en aan de machines feitelijk niets veranderd, vertelt Charlotte. “We werken nog altijd met dezelfde draaischijven als toen. Dat is ook wat het interessant houdt. Ik ben zelf helemaal verliefd op mijn werk, en dat geldt voor al onze medewerkers. De meeste collega’s beginnen ’s ochtends graag wat eerder, helemaal uit zichzelf. Als de ovens opengaan is dat nog altijd het allermooiste moment: dat iets wat iemand heeft geglazuurd, gedraaid, gevormd en gegoten, er als product uitkomt. Het is fijn om te zien dat er weer meer mensen zijn die óók zien hoe bijzonder en mooi dat ambachtelijke maakproces eigenlijk is.” Studenten van de kunstacademie hadden op een gegeven moment nog nooit keramiek in handen gehad, vertelt Charlotte. “Ze waren vervolgens hartstikke blij dat ze bij ons konden leren hoe ze een mal moesten maken. Studenten smachten naar dit soort vaardigheden.”

Volgens Cornel past het verhaal van Charlotte in een bredere trend. “Veel ambachtelijke kennis dreigde de afgelopen decennia verloren te gaan. Voordat in Tilburg het Textielmuseum werd geopend, moesten ontwerpers naar het buitenland om daar het textiele ambacht te leren. Terwijl de verhouding tussen ontwerp en ambacht interactief is: ze zijn allebei even belangrijk, en niet na elkaar maar tegelijkertijd. Ander voorbeeld: in de jaren zestig en zeventig raakte het ambacht op kunstacademies volledig uit de gratie. Ik werkte op de Vrije Academie in Den Haag toen ze die begin deze eeuw gingen renoveren en alle werkplaatsen dreigden te verdwijnen; iets dat op het nippertje werd voorkomen. En zie: nu lopen juist die werkplaatsen als een tierelier.”

Brabant klopt zichzelf graag op de borst als ‘regio van makers’, maar volgens Cornel is die herwaardering van het ambacht in de hele Westerse wereld zichtbaar. “Er zijn ook weer steeds meer schilders. Conceptualiteit heeft de schilderkunst wel beïnvloed; die is daardoor veel vrijer geworden. Abstract en figuratief: het bestaat nu allemaal naast elkaar of zelfs tegelijkertijd op één en hetzelfde schilderij. Er is weer meer aandacht voor het ambacht, al leert niet iedereen meer dezelfde techniek op de academie. Het ambacht manifesteert zich nu meer per kunstenaar; de ene schilder schildert zó, de andere doet het technisch helemaal anders. Juist dat is wat die diversiteit zo mooi maakt: het biedt de garantie van authenticiteit.”

Des te vreemder is het volgens Cornel om kunst alleen op het economisch belang af te rekenen, zoals nu in de politiek vaak gebeurt. “Alles wat een kunstenaar schept is per definitie vooraf onherkenbaar. Niemand zit te wachten op iets wat er nog niet is.” Dat maakt het ook zo lastig om een subsidie aan te vragen, beaamt Charlotte. “Je moet aantonen waarom jij iets goed doet, maar dat is enorm lastig.”

Japan

Voor Cor Unum was de intensieve samenwerking met kunstenaars, waarmee het atelier zo’n vijfentwintig jaar geleden begon, de redding, vertelt Charlotte. “Het is geweldig om met zoveel verschillende mensen te werken, elk met hun eigen gedachtegang en hun eigen ideeën. Het stuurt ons ook voortdurend nieuwe richtingen in. Hoe kunnen we iets maken? Zij vinden het op hun beurt geweldig om bij ons te komen, bij mensen die precies weten hoe ze iets moeten maken en die alle technieken kennen. Juist in die samenwerking, die interactie, ontstaan de mooiste dingen.”


HET IS GEWELDIG OM MET
ZOVEEL VERSCHILLENDE MENSEN
TE WERKEN, ELK MET HUN EIGEN
GEDACHTEGANG EN HUN
EIGEN IDEEËN.

Charlotte vertelt hoe ze enkele jaren geleden op reis ging naar Japan, onder meer met het voornemen om een kijkje te nemen bij porseleinfabrikant Arita. “In de fabriek zelf mocht ik helaas niet kijken omdat ze me zagen als een soort concurrent. Wel waren zij op hun beurt enorm geïnteresseerd in onze samenwerking met kunstenaars. Dat kennen zij helemaal niet; zij doen al eeuwenlang hetzelfde en geven die kennis van generatie op generatie door. Toen de mensen van Arita tijdens een tegenbezoek naar Nederland kwamen, heb ik hen meteen uitgenodigd om een kijkje te komen nemen bij ons en kennis te maken met enkele kunstenaars met wie wij werken. Dat vonden ze geweldig om te zien, waarop ze míj weer terug uitnodigden om alsnog in hun fabriek te komen kijken. Die samenwerking, dat uitwisselen van kennis en ideeën: dat is waar het voor mij om draait.”

Smid om de hoek

Het brengt ons, aan het einde van het gesprek, weer terug bij de nabijheid die ook eerder al ter sprake kwam. Volgens Charlotte is het bij elkaar komen cruciaal om te komen tot nieuwe dingen. “Ik heb in het verleden wel eens projecten gedaan met mensen die ik nooit heb ontmoet. Meestal heb ik helemaal niks met dat werk; er zit geen ziel in. Dat zou ongetwijfeld anders zijn geweest als we elkaar wél fysiek hadden opgezocht. Bij andere projecten werkte dat namelijk ook zo: bij de eerste contacten via mail en telefoon vroeg je je af waar het in hemelsnaam heenging, maar als je dan iemand ontmoet had kwam er een bepaalde energie vrij. Het ging dan meteen veel meer leven. Ander voorbeeld: pas geleden wilde ik een standaard laten maken voor een lamp. Het ging om een rond ijzeren plaatje dat gefreesd moest worden, meer niet. Van een kennis kreeg ik de naam door van een bedrijf dat het snel en goedkoop zou kunnen doen, maar het bleek allemaal enorm veel gedoe om dat online, via de website, te regelen. Voor mij was de lol er toen alweer af. Uiteindelijk ben dus maar weer gewoon naar de smid om de hoek gegaan, die had het in no-time voor me gemaakt. Misschien voor iets meer geld, maar het was wel gewoon prettig om even met hem te kunnen praten.”

Cornel knikt. “John Körmeling uit Eindhoven is als kunstenaar wereldberoemd, maar hij werkt áltijd met lokale partijen. Toen hij in Shanghai het paviljoen had ontworpen voor de wereldtentoonstelling, was hij tijdens de bouwfase regelmatig ter plekke te vinden om met zijn Chinese medewerkers te overleggen over elk hoekje, elke lasnaad.” Als je maar met iemand kunt praten en er een vonk overspringt, benadrukt Cornel. “Als het klikt, dan kan alles.”

website cornel bierens
website charlotte landsheer
Top