Scroll to top
6 oktober 2018

De kracht van samen

Ontmoeting met Bart van Dongen

6 oktober 2018

De kracht van samen

Ontmoeting met Bart van Dongen

Het is een ongewoon warme herfstdag. De zon strijkt over de stenen van het Kasteel van Heusden. Aangevoerd door grote wapperende vlaggen marcheren harmonieën en koren op de vestingwal. De afgelopen dagen is hier druk gerepeteerd, zijn er lichten neergezet en hebben professionele geluidstechnici talloze soundchecks gedaan. In het publiek zitten een hoop bekenden van de muzikanten en koorleden die straks op zullen treden. Op een affiche prijkt groot de naam van Gerard van Maasakkers. Schoonmoeders, ooms en neven hebben er de afgelopen weken trots over verteld, hun familie aangespoord te komen luisteren. Naar Gerard, naar hun. Naar Fanfari Bombari: een uniek project waar audiokunstenaar Bart van Dongen [59] initiatiefnemer van is.

“Bart van Dongen zal niet snel opscheppen, maar muziektheaterspektakel Fanfari Bombari was een groot succes.”

Het vond plaats op vier Brabantse buitenlocaties. Niet in grote steden, maar juist in kleinere gemeentes. Daar waar wekelijks honderden mensen samenkomen om te repeteren voor de plaatselijke harmonie of het zangkoor. In 2016 werden ze samengebracht door Van Dongen, omdat hij gelooft in de kracht van samen. In 2020 zal het enorme project een vervolg krijgen.

Het is een ongewoon warme herfstdag. De zon strijkt over de stenen van het Kasteel van Heusden. Aangevoerd door grote wapperende vlaggen marcheren harmonieën en koren op de vestingwal. De afgelopen dagen is hier druk gerepeteerd, zijn er lichten neergezet en hebben professionele geluidstechnici talloze soundchecks gedaan. In het publiek zitten een hoop bekenden van de muzikanten en koorleden die straks op zullen treden. Op een affiche prijkt groot de naam van Gerard van Maasakkers. Schoonmoeders, ooms en neven hebben er de afgelopen weken trots over verteld, hun familie aangespoord te komen luisteren. Naar Gerard, naar hun. Naar Fanfari Bombari: een uniek project waar audiokunstenaar Bart van Dongen [59] initiatiefnemer van is.

“Bart van Dongen zal niet snel opscheppen, maar muziektheaterspektakel Fanfari Bombari was een groot succes.”

Het vond plaats op vier Brabantse buitenlocaties. Niet in grote steden, maar juist in kleinere gemeentes. Daar waar wekelijks honderden mensen samenkomen om te repeteren voor de plaatselijke harmonie of het zangkoor. In 2016 werden ze samengebracht door Van Dongen, omdat hij gelooft in de kracht van samen. In 2020 zal het enorme project een vervolg krijgen.

“Als kunstenaar moet je boven je eigen ego uit kunnen stijgen. Als ik met een project begin, dan betrek ik anderen erbij. Met Fanfari Bombari breidt het netwerk van betrokkenen zich steeds verder uit. De energie die loskomt door samenwerking vind ik enorm verrijkend. Ik sta bekend als stronteigenwijs – dat ben ik ook met momenten – maar altijd wel met een insteek om iets gedaan te krijgen. De botsing van ideeën brengt veel moois.”

Jeugd

De in het Brabantse Zeeland geboren Bart groeit op in de voor hem grenzeloze jaren zeventig. In een huis waar het experiment aangemoedigd werd, voelde Bart zich vrij om alles uit te zoeken. Er waren de drugs en de alcohol, maar er was vooral veel muziek. En dat terwijl zijn vader doof was en het gezin allerminst bezig was met cultuur. “Ik had een familie die in het weekend aan brommers knutselde en grote feesten organiseerde. Ik groeide echt niet op in een intellectueel of cultureel milieu. Maar er stond wel een orgel in de huiskamer. En mijn ouders vonden het prima als ik samen met vrienden in het weekend daar repeteerde. Ik kreeg thuis alle ruimte om te doen wat ik wilde.”

“Op mijn vijftiende stapte ik naar de wethouder, omdat ik een soos wilde beginnen. ‘Lekker doen jongen’, zei hij en hij gaf me wat geld. Ik organiseerde er van alles. Frank Boeijen kwam op een gegeven moment op mijn slaapkamer met een cassettebandje vragen of hij alsjeblieft bij ons mocht optreden. En iets later regelde ik via ons familiebedrijf een bus om met allerlei vrienden en klasgenoten naar Pinkpop te gaan. Toen ik bij de afrekening vijftien gulden tekort kwam, moest ik die van mijn oom alsnog betalen. Er was vrijheid bij ons, maar dat betekende niet dat je nergens verantwoordelijk voor was.”

“Als kunstenaar moet je boven je eigen ego uit kunnen stijgen. Als ik met een project begin, dan betrek ik anderen erbij. Met Fanfari Bombari breidt het netwerk van betrokkenen zich steeds verder uit. De energie die loskomt door samenwerking vind ik enorm verrijkend. Ik sta bekend als stronteigenwijs – dat ben ik ook met momenten – maar altijd wel met een insteek om iets gedaan te krijgen. De botsing van ideeën brengt veel moois.”

Jeugd

De in het Brabantse Zeeland geboren Bart groeit op in de voor hem grenzeloze jaren zeventig. In een huis waar het experiment aangemoedigd werd, voelde Bart zich vrij om alles uit te zoeken. Er waren de drugs en de alcohol, maar er was vooral veel muziek. En dat terwijl zijn vader doof was en het gezin allerminst bezig was met cultuur. “Ik had een familie die in het weekend aan brommers knutselde en grote feesten organiseerde. Ik groeide echt niet op in een intellectueel of cultureel milieu. Maar er stond wel een orgel in de huiskamer. En mijn ouders vonden het prima als ik samen met vrienden in het weekend daar repeteerde. Ik kreeg thuis alle ruimte om te doen wat ik wilde.”

“Op mijn vijftiende stapte ik naar de wethouder, omdat ik een soos wilde beginnen. ‘Lekker doen jongen’, zei hij en hij gaf me wat geld. Ik organiseerde er van alles. Frank Boeijen kwam op een gegeven moment op mijn slaapkamer met een cassettebandje vragen of hij alsjeblieft bij ons mocht optreden. En iets later regelde ik via ons familiebedrijf een bus om met allerlei vrienden en klasgenoten naar Pinkpop te gaan. Toen ik bij de afrekening vijftien gulden tekort kwam, moest ik die van mijn oom alsnog betalen. Er was vrijheid bij ons, maar dat betekende niet dat je nergens verantwoordelijk voor was.”

“Van Dongen was voorbestemd om het familiebedrijf over te nemen.”

Van Dongen Tours werd in 1929 opgericht door zijn opa en toen Bart twaalf was knipte hij als beoogd opvolger de lintjes door van nieuwe filialen. “Mijn opa en ouders wisten dat er op een gegeven moment 130 gezinnen afhankelijk waren van het bedrijf. Dat bracht plichtsbesef met zich mee. Toen ik zestien was, heb ik gezegd dat ik het bedrijf niet over wilde nemen omdat ik de muziek in wilde. Op het sterfbed van mijn moeder heb ik haar nog bedankt dat ik toen alle ruimte gekregen heb. Er is geen woord aan vuil gemaakt, terwijl het voor mijn vader niet gemakkelijk geweest moet zijn. Het bedrijf was zijn lust en zijn leven. Iedereen liep met hem weg. Laatst las ik een interview met iemand die doof geworden was. Die zei dat hij sindsdien beter luisterde. Dat gold voor mijn vader ook. Hij had voor iedereen aandacht, kon mensen uitstekend lezen en realiseerde zich dat iedereen samen het bedrijf tot een succes maakte. Het constante zoeken naar verbinding met anderen heb ik van hem.”

Brabantse kansen

Toen Van Dongen begon als componist en muzikant werd hij vaak een Bossche maker genoemd. Toen nog een ongewenst adjectief, want de jonge Van Dongen vond het maar provinciaal klinken. “Voor mijn gevoel was ik gewoon een kunstenaar, die toevallig in Den Bosch woonde. Tegelijkertijd zie ik nu hoeveel kansen de stad en de provincie mij gegeven hebben. Als je ondernemend bent, kan er in Brabant heel veel. Mensen waarderen het als je nieuwe initiatieven opzet.”

“Toen ik net begon als professional had ik zelf een concertreeks bedacht in een klein café. Wim Claassen, de toenmalig directeur van Theaterfestival Boulevard, zag me optreden en nodigde me uit voor een gesprek. Daarna mocht ik vijf jaar de muziekprogrammering doen van het festival. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd.”

“Anderen hebben regelmatig kwaliteiten gezien die ik zelf nog niet zag.”

“Dat komt denk ik omdat de waan van de dag hier minder groot is. Het leven gaat in een iets relaxter tempo. Daardoor is er meer ruimte voor dit soort kansen en krijg je van mensen de tijd om te groeien.”

“Daarnaast zijn de lijntjes met bestuurders heel kort. Je komt ze in Brabant overal tegen. Dat is echt anders dan in de Randstad. De kans dat je in Amsterdam de wethouder tegen het lijf loopt, is heel gering. Hier gaat het allemaal veel gemakkelijker. Ik pitch regelmatig aan de bar bij een bestuurder een idee, zodat ik kan polsen of er animo voor is. Dat netwerken hoort volgens mij echt bij het makersschap. Als je dat niet doet, zit je je eigen carrière in de weg.”

Inmiddels vindt Van Dongen het niet meer erg om als Bossche maker neergezet te worden, hoewel hij zelf liever het Brabantse bijvoeglijk naamwoord gebruikt. “Ik begeef me professioneel in de driehoek Tilburg, Den Bosch en Eindhoven. Voor mij is dat één stad. Het zijn afstandjes van niks, de netwerken overlappen elkaar. Wat mij betreft zouden de steden dat zelf ook nog iets meer zo mogen zien. Niet iedere stad hoeft een groot theater te hebben. Er is veel nadruk op faciliteiten, maar er moet ook voldoende programma zijn. Daar mag wel meer afstemming over komen.”

“Ik hang aan deze grond. Het is de plek waar ik opgegroeid ben. Wat ik ben en doe is erg gelieerd aan mijn opvoeding en de kansen en de ruimte die ik nog altijd hier krijg. De Brabantse mentaliteit van samen dingen maken, elkaar iets gunnen, sluit naadloos aan bij mijn persoonlijkheid. Ik heb zeven jaar Maastricht achter de rug, daar was ik artistiek leider van Intro in situ, een productiehuis voor eigentijdse muziekvoorstellingen. De bereidheid tot samenwerken is hier vele malen groter. Daar was het veel meer ieder voor zich en was er weinig bereidheid om elkaar te helpen. Terwijl, ik kan het niet genoeg benadrukken: we moeten het samen doen. Dat is iets waar ik zelf heel erg in geloof.”

“Van Dongen was voorbestemd om het familiebedrijf over te nemen.”

Van Dongen Tours werd in 1929 opgericht door zijn opa en toen Bart twaalf was knipte hij als beoogd opvolger de lintjes door van nieuwe filialen. “Mijn opa en ouders wisten dat er op een gegeven moment 130 gezinnen afhankelijk waren van het bedrijf. Dat bracht plichtsbesef met zich mee. Toen ik zestien was, heb ik gezegd dat ik het bedrijf niet over wilde nemen omdat ik de muziek in wilde. Op het sterfbed van mijn moeder heb ik haar nog bedankt dat ik toen alle ruimte gekregen heb. Er is geen woord aan vuil gemaakt, terwijl het voor mijn vader niet gemakkelijk geweest moet zijn. Het bedrijf was zijn lust en zijn leven. Iedereen liep met hem weg. Laatst las ik een interview met iemand die doof geworden was. Die zei dat hij sindsdien beter luisterde. Dat gold voor mijn vader ook. Hij had voor iedereen aandacht, kon mensen uitstekend lezen en realiseerde zich dat iedereen samen het bedrijf tot een succes maakte. Het constante zoeken naar verbinding met anderen heb ik van hem.”

Brabantse kansen

Toen Van Dongen begon als componist en muzikant werd hij vaak een Bossche maker genoemd. Toen nog een ongewenst adjectief, want de jonge Van Dongen vond het maar provinciaal klinken. “Voor mijn gevoel was ik gewoon een kunstenaar, die toevallig in Den Bosch woonde. Tegelijkertijd zie ik nu hoeveel kansen de stad en de provincie mij gegeven hebben. Als je ondernemend bent, kan er in Brabant heel veel. Mensen waarderen het als je nieuwe initiatieven opzet.”

“Toen ik net begon als professional had ik zelf een concertreeks bedacht in een klein café. Wim Claassen, de toenmalig directeur van Theaterfestival Boulevard, zag me optreden en nodigde me uit voor een gesprek. Daarna mocht ik vijf jaar de muziekprogrammering doen van het festival. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd.”

“Anderen hebben regelmatig kwaliteiten gezien die ik zelf nog niet zag.”

“Dat komt denk ik omdat de waan van de dag hier minder groot is. Het leven gaat in een iets relaxter tempo. Daardoor is er meer ruimte voor dit soort kansen en krijg je van mensen de tijd om te groeien.”

“Daarnaast zijn de lijntjes met bestuurders heel kort. Je komt ze in Brabant overal tegen. Dat is echt anders dan in de Randstad. De kans dat je in Amsterdam de wethouder tegen het lijf loopt, is heel gering. Hier gaat het allemaal veel gemakkelijker. Ik pitch regelmatig aan de bar bij een bestuurder een idee, zodat ik kan polsen of er animo voor is. Dat netwerken hoort volgens mij echt bij het makersschap. Als je dat niet doet, zit je je eigen carrière in de weg.”

Inmiddels vindt Van Dongen het niet meer erg om als Bossche maker neergezet te worden, hoewel hij zelf liever het Brabantse bijvoeglijk naamwoord gebruikt. “Ik begeef me professioneel in de driehoek Tilburg, Den Bosch en Eindhoven. Voor mij is dat één stad. Het zijn afstandjes van niks, de netwerken overlappen elkaar. Wat mij betreft zouden de steden dat zelf ook nog iets meer zo mogen zien. Niet iedere stad hoeft een groot theater te hebben. Er is veel nadruk op faciliteiten, maar er moet ook voldoende programma zijn. Daar mag wel meer afstemming over komen.”

“Ik hang aan deze grond. Het is de plek waar ik opgegroeid ben. Wat ik ben en doe is erg gelieerd aan mijn opvoeding en de kansen en de ruimte die ik nog altijd hier krijg. De Brabantse mentaliteit van samen dingen maken, elkaar iets gunnen, sluit naadloos aan bij mijn persoonlijkheid. Ik heb zeven jaar Maastricht achter de rug, daar was ik artistiek leider van Intro in situ, een productiehuis voor eigentijdse muziekvoorstellingen. De bereidheid tot samenwerken is hier vele malen groter. Daar was het veel meer ieder voor zich en was er weinig bereidheid om elkaar te helpen. Terwijl, ik kan het niet genoeg benadrukken: we moeten het samen doen. Dat is iets waar ik zelf heel erg in geloof.”

Ongehoorde muziek

Na zijn uitstapje naar Maastricht heeft Van Dongen zich nu in een nieuw avontuur gestort. Sinds een jaar werkt hij in Eindhoven, waar hij bouwt aan het Paviljoen Ongehoorde Muziek. De ruimte is werkplaats, podium en studio ineen en speciaal bedoeld voor muziek die ‘vers’ is: ter plekke ontstaat, decennia in de la heeft gelegen of van nieuwe Nederlanders komt. Muziek die zelden op podia ten gehore wordt gebracht.

“Met het Paviljoen hoop ik bij te dragen aan een klimaat van maken, tonen, stimuleren, ondersteunen en informeren van jonge musici, componisten en makers. En dat voor een klein maar zeer geïnteresseerd en betrokken publiek. Het komt voort uit hoe ik zelf ben opgegroeid: iedereen moet de kans krijgen om dingen te doen. Onze maatschappij is zo resultaatgericht. Er is voor jonge makers te weinig ruimte om dingen te maken die waardeloos zijn. Daar moet je niet op afgerekend worden. Mensen moeten stappen kunnen maken om een beroepspraktijk te ontwikkelen. Daar wil ik een bijdrage aan leveren.”

Ongehoorde muziek

Na zijn uitstapje naar Maastricht heeft Van Dongen zich nu in een nieuw avontuur gestort. Sinds een jaar werkt hij in Eindhoven, waar hij bouwt aan het Paviljoen Ongehoorde Muziek. De ruimte is werkplaats, podium en studio ineen en speciaal bedoeld voor muziek die ‘vers’ is: ter plekke ontstaat, decennia in de la heeft gelegen of van nieuwe Nederlanders komt. Muziek die zelden op podia ten gehore wordt gebracht.

“Met het Paviljoen hoop ik bij te dragen aan een klimaat van maken, tonen, stimuleren, ondersteunen en informeren van jonge musici, componisten en makers. En dat voor een klein maar zeer geïnteresseerd en betrokken publiek. Het komt voort uit hoe ik zelf ben opgegroeid: iedereen moet de kans krijgen om dingen te doen. Onze maatschappij is zo resultaatgericht. Er is voor jonge makers te weinig ruimte om dingen te maken die waardeloos zijn. Daar moet je niet op afgerekend worden. Mensen moeten stappen kunnen maken om een beroepspraktijk te ontwikkelen. Daar wil ik een bijdrage aan leveren.”

“Wat mij betreft gaat kunst over het inrichten van het publieke domein. De professional moet altijd de dialoog aan gaan met de samenleving. Dat is het grote verschil met een amateur. Die hoeft niet naar buiten te gaan of zich te verhouden tot zijn omgeving. In het Paviljoen mik ik niet op grote massa’s. In mijn soloconcerten ook niet. Soms speel ik voor tien man en soms zijn het er duizenden. Die aantallen interesseren me eigenlijk niet. Waar het vooral om gaat is een kwalitatieve verbinding maken met anderen.”

www.bartvandongen.com

Auteur: Mijke Pol
 

“Wat mij betreft gaat kunst over het inrichten van het publieke domein. De professional moet altijd de dialoog aan gaan met de samenleving. Dat is het grote verschil met een amateur. Die hoeft niet naar buiten te gaan of zich te verhouden tot zijn omgeving. In het Paviljoen mik ik niet op grote massa’s. In mijn soloconcerten ook niet. Soms speel ik voor tien man en soms zijn het er duizenden. Die aantallen interesseren me eigenlijk niet. Waar het vooral om gaat is een kwalitatieve verbinding maken met anderen.”

www.bartvandongen.com

Auteur: Mijke Pol
 

De betekenis van cultuur is onmeetbaar. Live

  • Eens
    0% 0 / 35
  • Oneens
    0% 0 / 35
Top