Scroll to top

CULTUURHISTORIE

Cultureel eigenwijs terug in de tijd

Een tekening van Gummbah, een sketch van Jeroen de Leijer, een klankdicht van Antony Kok of een film van Leonard en Jeroen. Het palet van absurdistische makers in Tilburg is breed, en toch zijn de uitingen voelbaar onderdeel van een geheel. Voordat we deze stad onder loep nemen kijken, doen we eerst een beknopte poging het begrip te duiden. Want wat verstaat de kunstwereld eigenlijk onder dat geheel, wat ís absurdisme?

Absurdisme

Het essay ‘Tilburg Absurdistan’ van kunsthistoricus Ingrid Luycks leert ons dat er sowieso eerst een hardnekkig misverstand de wereld uit moet: absurdisme is niet altijd of nooit alléén lollig bedoeld. ‘Voor alles is het goed zich te realiseren dat het absurdisme betrekking heeft op een mentaliteit, een manier van in het leven staan, passend in een tijd waarin zekerheden, waarden en waarheden zijn weggeslagen. Bij kunstenaars, de seismografen van het leven, kan dit tot uitdrukking komen in een absurdistisch idioom, in kunstvormen waarin door uitvergroting of omkering, verdichting of het negeren van de regels der logica, het ongerijmde, het groteske en de zinloosheid van de menselijke conditie in het huidige tijdsgewricht gestalte krijgen.’

“Absurdisme is niet altijd of nooit alléén lollig bedoeld.”

Luycks leidt ons langs stormachtige ontwikkelingen in het begin van de 20steeeuw die de voedingsbodem vormden voor het absurdisme. Het christelijk erfgoed kreeg concurrentie van het verlichtingsideaal, van een optimistisch geloof in de maakbaarheid van de samenleving. De Eerste Wereldoorlog liet dit geloof direct weer wankelen. Een stroming als het dadaïsme, feitelijk de eerste absurdistische beweging in de kunst, ontstond niet voor niets in 1916. Ook een verwante beweging als De Stijl ontkiemt in die donkere periode.

De absurdistische mentaliteit is geen oproep tot zwartgalligheid, de uitdaging achter de boodschap is vaak allesbehalve wanhopig. Luycks citeert treffend uit een recensie die toneelcriticus Martin Esslin schreef over het Parijse Theater van het Absurde: “Het is een uitdaging om de menselijke toestand zoals die is te accepteren (..). Het verwerpen van gemakkelijke oplossingen (..) kan dan wel pijnlijk zijn, maar geeft tegelijkertijd een gevoel van vrijheid en opluchting.”

Van Kok tot Kaapstad

Het prille begin van het Tilburgs absurdisme ontwaren we met terugwerkende kracht in de jaren 10 van de vorige eeuw. In augustus 1914 wordt beeldend kunstenaar Theo van Doesburg opgeroepen en vervolgens als sergeant-facteur ingekwartierd op de Regte Heide, onder de rook van Tilburg. Het is in deze periode dat hij kennismaakt met Antony Kok. Kok woont al sinds 1908 in Tilburg, waar hij werkzaam is bij de Spoorwegen als chef-commies. Kok speelt zeer verdienstelijk piano, leest veel, schrijft gedichten en aforismen. Van Doesburg bespreekt met Kok zijn plannen voor de verwezenlijking van een vernieuwde samenleving via de moderne kunst. Later mondt dit uit in het manifest De Stijl. De twee zorgen met hun soirées intimes aan de Spoorlaan voor de nodige artistieke commotie in Tilburg. Teksten van Nietzsche, klankdichten van Kok en dierengeluiden door de beroemde dadaïst Kurt Schwitters… het moet een vervreemdende ervaring zijn geweest. Maar eerlijk is eerlijk: de absurdistische bloei berust vooral op de toevallige ontmoeting van de heren Kok en Van Doesburg.

“De bezetting van de hogeschool (‘Karl Marx Universiteit’) luidt een nieuw tijdperk in.”

Tot eind jaren 60 gebeurt er niet zo heel veel absurdistisch in het oer-katholieke Tilburg. Na die tijd barst het los, de bezetting van de hogeschool (‘Karl Marx Universiteit’) luidt een nieuw tijdperk in. De jeugd komt in opstand, tegelijkertijd vallen er veel ontslagen in de textielindustrie. De sfeer is broeierig. Als tegenwicht voor de fabriekssluitingen en vooral ook om de revolutionaire gemoederen te bedaren, maakt het gemeentebestuur geld vrij voor een Kultureel Sentrum op het Koningsplein. Directeur Leo Pot zorgt van meet af aan voor een avontuurlijke programmering met veel experimenteel theater. In 1977 bouwt programmeur Ton Crone verder aan dit cultureel epicentrum met een filmhuis, een kindertheater en een podium voor hedendaagse podiumontwikkelingen. Dit leidt tot absurdistisch getinte voorstellingen. Acteurs lopen in pyjama rond op het station, in bejaardenhuizen worden anarchistische films vertoond. Legendarisch zijn de voorstellingen van De Grootste Luxe na de KleurenTeevee, in 1976 opgericht door onder anderen Pietjan Dusee en Ellen Rijk. Hofleverancier van dit gezelschap zijn studenten van de Tilburgse kunstacademie. Men houdt zich bezig met muziek, poëzie, expressie, beeldende kunst en muziektheater. Ook op het Mollerinstituut (lerarenopleiding) broeit het. Ed Schilders richt het ‘typisch jaren 70 blaadje’ Stulp op: alles moet kunnen, als het maar een beetje bezijden de gebaande paden is. Muzikaal is het vooral Jacques “Jacq” Palinckx die er groot genoegen in schept composities te maken die mensen voortdurend op het verkeerde been zetten. Later zal hij, met veel andere muzikanten uit die tijd, een grote rol spelen bij de totstandkoming van jazzpodium Paradox.

In de laatste decennia van de vorige eeuw staat een nieuwe generatie absurdisten op. Jeroen de Leijer, Gertjan van Leeuwen (Gummbah), Stephan de Weert (S. Lloyd Trumpstein) en Ivo van Leeuwen wonen in de wijk ’t Goirke, een volkswijk in Oud-Noord. “Typisch Tilburgs, lelijker kan bijna niet,” zo beschrijft Ivo hun habitat. Samen geven zij het stripperiodiek De Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn (DBKG) uit, waarin de consumptiemaatschappij en vooral de dodelijk duffe burgerlijkheid het moeten ontgelden. Later ontstaat uit deze groep ‘Powerstreelclub Goirke-Zuid’ die mensen omarmt in een dubbelparodie op vechtsport en knuffeltherapie. Ze leggen daarmee de vinger op een verhardende samenleving waar de liefde met kracht moet worden ingewreven. Thuishaven voor de ‘Eekhoorns’ is de experimentele vrijplaats RUIMTE X, vanaf eind jaren 90 dé basis voor experimentele kunst in Tilburg. Artistiek leider Ernest Potters organiseert vele culturele evenementen zoals Kunst, Kitsch, Camp & Kermis. De DBKG’ers en tal van andere absurdisten werken hieraan mee.

“Experimentele vrijplaats RUIMTE X is vanaf eind jaren 90 dé basis voor experimentele kunst in Tilburg.”

Begin deze eeuw is deze vrijplaats de kraamkamer van het duo Leonard en Jeroen. Hun installatie WaWazDa groeit uit tot een gewilde attractie op De Parade en Lowlands. In een interview roemen ze de stad Tilburg vanwege de nuchterheid van de bewoners en vanwege het uiterlijk: ‘alsof het ooit is gebombardeerd’. Later maken ze het bij dit thema passend absurdistisch filmpje ‘Tilburg, zand erover’. De Tilburg Cowboys (Sander van Bussel, Chris Gribling en Hans d’Olivat) maken ook in deze tijd furore. Zij organiseren in RUIMTE X de ‘interactieve cursus zelfdenkzaamheid’ In de ban van de King. Later ontwerpt Van Bussel een ‘hobby- en obsessieshow’, een uitstalling van gefingeerde hobby’s waarvan een deel te zien is in de kamer van burgemeester Vreeman. Van Bussel verzet zich overigens tegen het predicaat ‘absurdisme’, maar kunsthistorica Luycks meent dat zijn werk getuigt ‘van een scherp oog voor tragiek in ons zwoegen in dit ondermaanse’.

De laatste 10 jaar krijgen zelfspot en absurdisme, zo lijkt het, steeds meer – formele – voet aan de grond bij bestuurders en kunstinstellingen. Een reeks voorbeelden: in 2008 plaatst John Körmeling zijn ‘Draaiend Huis’ op de Hasseltrotonde, in 2009 organiseert de stedelijke cultuurmakelaar Grublit, een vierdaags ‘festival van het absurde’ in De NWE Vorst en elders in de stad. Festival ‘Kaapstad’ voert een weekend lang cityhacks & art take-overs uit in de stad, met steun van gemeente, ondernemers en binnenstadmanagement. Begin 2019 werkt Jeroen de Leijer mee aan ’Wobbyaanland’ dé openingstentoonstelling van Kunstloc in de LocHal. Binnenkort starten 3 ondernemers ‘Doloris’: een 400 m2 groot surrealistisch doolhof in het voormalige postgebouw aan de Spoorlaan. De gemeente kent eenmalig 2,5 ton euro toe aan dit culturele labyrint.

Opvallend zijn ook het rariteitenkabinet De Jaozeetie en het Instagram-account @keeptilburgugly. De initiatiefnemers zijn geen kunstenaars, maar betrokken burgers die er lol in hebben om met enige zelfspot naar de stad te kijken. Met succes, hun bereik is groot.

De ontmoeting tussen Antony Kok en Theo van Doesburg is inmiddels ruim een eeuw geleden. Het gedachtegoed van deze heren is nooit eerder zo actief in beeld geweest bij de systeemwereld. Kunsthistoricus Ingrid Luycks en beeldend kunstenaar Tine van de Weyer grijpen het eeuwfeest aan om het stof van deze geschiedenisles weg te blazen. Met ‘Projectteam De Stijl@Tilburg’ organiseerden zij diverse soirées, onder andere in museum De Pont. Momenteel richten zij zich op projecten die een blijvend karakter hebben en een permanente verbinding waarborgen tussen Tilburg, De Stijl-beweging en het dadaïsme. Een stadswandeling in de sporen van De Stijl en de plaatsing van een aforisme op het dak van de Spoorzone zijn de eerste resultaten.

Conclusie

‘Tilburg. Waar iedere toerist een attractie is.’ Een beroemde uitspraak van Jeroen de Leijer ergens eind jaren ’90. In de afgelopen eeuw vormt Tilburg de stad inderdaad een prima decor voor het absurdisme. De makers (vaak ‘studentenimport’ van buiten de stadsgrenzen) roemen de lelijkheid, de relatieve rust en het volkse karakter van de ‘Aldi onder de steden’.

Inmiddels haakt Tilburg aan bij de vaart der volkeren en kijkt men niet op van een toerist meer of minder. Trots zijn op de stad is salonfähig geworden, zeker als Tilburgers met mensen van buiten hun woonplaats praten. Kan absurdisme nog wel gedijen nu het Tilburg zo voor de wind gaat?

Het absurdisme krijgt hier in het laatste decennium juist meer plek. Het gedachtegoed is een dankbare bron voor citymarketing. Met als voorlopige hoogtepunten een aforisme van Antony Kok op het – voor treinreizigers goed zichtbare – dak van de Spoorzone en de prominente openingsexpositie Wobbyaanland in de LocHal. Absurdisme krijgt letterlijk de ruimte in de huiskamer, de salón van de stad.

Maar die omarming door politiek, bestuur en citymarketing schuurt ook. Verblokkering en inflatie liggen op de loer. Nieuwe initiatieven als Doloris, Festival Kaapstad of zelfs het Instagramaccount als @keeptilburgugly passen op het eerste gezicht prima in de Tilburgse traditie van zelfspot met licht opwekkende ondertoon. Deze makers zijn echter nauwelijks te bestempelen als ‘underground’(en vinden dat zelf overigens geen punt).

Is dat erg? Wel als je absurdisme ziet als anti-kunst, als een stroming die zich juist af wil zetten tégen de gevestigde orde en zich wil zich onttrekken aan een verstikkend knuffelklimaat. ‘De enige vraag aan de systeemwereld is het borgen van voldoende betaalbare werk- en ontmoetingsplekken,’ stelt Ingrid Luyckx,’ we moeten zorgen voor rommelruimtes waar een nieuwe generatie makers radicaal vrij kan zijn en experimenten mogen mislukken.’

“De enige vraag aan de systeemwereld is het borgen van voldoende betaalbare werk- en ontmoetingsplekken.”

Zo’n rafelrand krijgt het lastig nu de vele gebiedsontwikkelingen de stad mooier maken. Toch is het klimaat voor ‘hardcore absurdisme’ niet in gevaar volgens Jeroen de Leijer. ‘Het blijft ondanks al die successen altijd een stad van nét niet, van weinig decorum, een plek waar weinig is en je het dus altijd zelf moet doen. En daar voel ik me eigenlijk prima bij thuis.’

Colofon

Auteur: Berny van de Donk. Tekst en tijdlijn zijn tot stand gekomen op basis van beknopt bronnenonderzoek, met speciale vermelding voor het essay ‘Tilburg Absurdistan?’ uit 2009. Ter aanvulling werd gesproken met Ingrid Luycks (kunsthistoricus en auteur van onder andere het essay ‘Tilburg Absurdistan?’), Jeroen de Leijer (kunstenaar), Ton Crone (programmeur Kultureel Sentrum, later directeur NIAF), Hans Krosse (wethouder gemeente Tilburg 1982-1992, waarvan de eerste 8 jaar met portefeuille Cultuur).

Bronnen

Tekst en tijdlijn zijn tot stand gekomen op basis van beknopt bronnenonderzoek, met speciale vermelding voor het essay ‘Tilburg Absurdistan?’ uit 2009. Ter aanvulling werd gesproken met Ingrid Luycks (kunsthistoricus en auteur van onder andere het essay ‘Tilburg Absurdistan?’), Jeroen de Leijer (kunstenaar), Ton Crone (programmeur Kultureel Sentrum, later directeur NIAF), Hans Krosse (wethouder gemeente Tilburg 1982-1992, waarvan de eerste 8 jaar met portefeuille Cultuur).

2010-2019

Openingsexpositie Wobbyaanland in LocHal

Gebeurtenis

Wobby.club (platform voor grafische kunsten) transformeert de expositieruimte in de LocHal. Tien kunstenaars exposeren bestaand werk passend bij de zienswijze van dit Tilburgse kunstenaarsinitiatief: eigenzinnige kunst met een rauw randje waarin absurdistische humor regelmatig een rol speelt.

Rariteitenkabinet Jaozeetie

Gebeurtenis

Noortje van Venrooij en Bas Horsten wonnen bij de Awesomfoundation een geldbedrag voor het rariteitenkabinet Jaozeetie. Deze tentoonstelling tijdens de Tilburgse Kermis geeft een bijzonder kijkje op de Tilburgse geschiedenis: van de tas van Rode Stien tot de middenstip van Willem II uit 1955.

Lichtobject Antony Kok langs spoorlijn

Gebeurtenis

Langs de spoorlijn het aforisme ‘de wereld van heden raast door in dada’s voetspoor’. Het vormt een blijvende herinnering aan Tilburgs meest prominente spoorzoon, Antony Kok, die de boezemvriend werd van Theo van Doesburg toen deze hier tijdens WO I gelegerd was. Het aforisme legt de verbinding met de internationale kunststromingen De Stijl en dada en de wortels die genoemde bewegingen hadden in Tilburg.

Festival Kaapstad

Gebeurtenis

Driedaags festival onder artistieke leiding van Sander van Bussel (Tilburg Cowboys). Uit het manifest: ‘Verwondering is ons doel. Charme, humor en de omkering van het alledaagse zijn onze wapens.’

Koersdocument Spoorzone (2019)

Tilburg

‘De gemeente heeft de ambitie om bij de doorontwikkeling van de Spoorzone ook het publieke domein te benutten voor kunst en cultuur, op een ambitieniveau dat past bij de Spoorzone. Door het actief programmeren van kunst en cultuur in het publieke domein kan voor gebruikers meer betekenis worden gegeven aan gebieden en aan gebouwen. Zo wordt door het plaatsen van een aforisme van Antony Kok de historische relatie tussen de Spoorzone en de Stijlbeweging zichtbaar gemaakt.’

Gemeentelijke cultuurnota (2017-2020)

Tilburg

‘Tilburg is een stad van makers. Tilburg verrast en daagt uit. Stimuleert de verbeelding. Rauw en tegendraads. Daarmee is Tilburg een voedingsbodem voor creatief talent. Oók dankzij een uitstekend productieklimaat, topmusea en belangrijke podia. Tilburg wordt steeds meer een stad waar het gebeurt.’

2000-2009

Grublit; Festival van het Absurde

Gebeurtenis

In 2009 organiseert de stedelijke cultuurmakelaar ‘Grublit, festival van het absurde’ in de NWE Vorst en andere stedelijke podia. Het absurdistische tweetal Leonard en Jeroen maakt een film voor dit festival: ‘Tilburg, zand erover’. Het duo bedacht eerder al de WaWazDa. Deze kermisachtige attractie had in dit decennium groot succes op De Parade en Lowlands.

Kunstenplan Openbare Ruimte Tilburg 2002-2010

Tilburg

Al in de tachtiger jaren werd het fundament gelegd voor een toonaangevende collectie die met dit kunstenplan verder is uitgebouwd. Het KORT-beleid stond in Nederland bekend als vooruitstrevend. Spraakmakende absurdistische werken die dankzij KORT het daglicht zagen zijn het ‘Draaiend huis’ van John Körmeling en het inmiddels geveilde ‘Horror Vacui: een docudrama in 14 staties’ van Jeroen de Leijer en Nick J. Swarth in de NWE Vorst.

Jeroen de Leijer: ‘Er ontstond een toename van managementlaag in de kunst, met bureaucratisering van aanvragen tot gevolg. Tegenwoordig kun je eigenlijk officieel geen kunstenaar meer zijn, c.q. geld aanvragen als je geen bijbehorende HBO-opleiding hebt gevolgd. Terwijl het kenmerk van absurdisme is dat je juist stelling neemt tegen zo’n systeem, dat je ondermijnend werk aflevert.’

1990-1999

Kunst, Kitsch, Camp & Kermis

Gebeurtenis

Dit evenement, waarbij beeldende kunstenaars op eigentijdse wijze inspelen op de Tilburgse kermis, werd in 1999 voor de eerste keer georganiseerd in en door RUIMTE-X. Bij latere edities organiseerde Ernest Potters, artistiek leider van dit podium, KKC&C op andere locaties. Daar werden kunstobjecten, bewegende installaties, tekeningen, films en foto’s getoond. Een memorabele act vond plaats in de voormalige Generale Bank: publiek mocht blikken omgooien,… met ballen van piepschuim en langs een windmachine.

De Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn

Gebeurtenis

Een onregelmatig verschijnend periodiek, ontstaan uit een samenwerkingsverband van Gertjan van Leeuwen (Gummbah), Jeroen de Leijer, Ivo van Leeuwen en Stephan de Weert (S.Lloyd Trumpstein). Het tijdschrift bevatte tekeningen, schetsen en absurde verhalen. Het viertal richtte in 1998 de ‘Bond tegen Humor’ op.

Hans Krosse: ‘In deze periode kwamen veel beleidsvoorstellen uit de jaren ’80 tot uitvoering zoals het Kunstcluster, de gebiedsontwikkeling rondom de schouwburg. De concertzaal van Jo Coenen is daarvan een belangrijk onderdeel. Zes vakopleidingen die door de stad verspreid waren kregen hier onderdak: de Dansacademie, het Conservatorium, de Academie voor Beeldende Vorming, de Academie voor Architectuur en Stedenbouw, de Academie voor Drama en de Rockacademie. Dat gaf echt een impuls aan het centrum en het cultuurklimaat in de stad. Accent lag op deze grote, gebiedsgerichte beweging, maar we hielpen ook bottom-up initiatieven zoals Noorderligt, de voorloper van 013.’

Tilburg Moderne Industriestad

Tilburg

In februari 1993 start de gemeente Tilburg een campagne ter verbetering van haar imago onder het motto Tilburg Moderne Industriestad. De werkgelegenheid stijgt in die jaren sterk. Omdat Tilburg op een gunstige plaats ligt ten opzichte van de havens van Rotterdam en Antwerpen, wordt de stad steeds belangrijker als distributie- of overslagcentrum. Tilburg presenteert zich nadrukkelijk ook als onderwijsstad. Het verlies aan banen in de textiel werd ruimschoots goedgemaakt door groei In deze nieuwe sectoren.

Ingrid Luycks: ‘Subsidieaanvragen waren toen minder ingewikkeld. De gemeente organiseerde tegen de tijd van de deadline zelfs een borrel om mee te helpen met het invullen.’

1980-1989

Big Bamboozle

Gebeurtenis

Muziekgezelschap met onder andere Jacq Palinckx, ontstond toen muzikanten aantal maanden beschikking kregen over zaal van ENNU aan Wilhelminapark. Groeide al snel uit tot gezelschap van 30 mensen (van trompet tot wasmachinetrommel) veelal afkomstig van de kunstacademie.

Hans Krosse: ‘Begin jaren ’80 bevond het land en ook Tilburg zich in een economische crisis. We moesten als college fors bezuinigen. In die periode is besloten om het Kultureel Sentrum te sluiten en de beperkte middelen in te zetten om de oude textielfabriek Mommers tot Textielmuseum te verbouwen. Na alles wat er was gesloopt in de stad wilden we wat op gaan bouwen, de cultuurhistorie een plek geven. En mét die restauratie brachten we ook de gebiedsontwikkeling in de wijk ’t Goirke op gang.’

1970-1979

Kultureel Sentrum

Gebeurtenis

Samen met bibliotheek op Koningsplein. Naast experimenteel theater is het gebouw uitvalsbasis voor het Deskundologisch Laboratorium. Directeur Leo Pot organiseert een breed programma. Later: uitbreiding met filmhuis / multimediale absurdistisch getinte voorstellingen binnen en buiten het gebouw: op straat, in bejaardenhuizen.

De Grootste Luxe na de Kleuren Teevee

Gebeurtenis

Performancegroep, in 1976 opgericht door onder anderen Pietjan Dusee en Ellen Rijk. Hofleverancier van dit gezelschap zijn studenten van de Tilburgse kunstacademie. Men hield zich bezig met muziek, poëzie, expressie, beeldende kunst en muziektheater. Groeide uit tot 40 mensen, veelal figuren aan de zelfkant van de ‘kapitalistiese’ samenleving.

Ton Crone: ‘De houding bij de gemeente was: er moet iets met kunst, geef jongeren wat geld. Maar deze op het oog liefdevolle omarming was zonder bezieling, zonder respect. En bovendien mocht er niet té ver buiten de lijntjes worden gekleurd. Het ging er vooral om de jongeren van de straat te krijgen’.

1960-1969

Bezetting Katholieke Hogeschool Tilburg

Tilburg

In 1969 werd de toenmalige Katholieke Hogeschool bezet van 28 april tot 7 mei door studenten die veranderingen eisten in het bestuur én het onderwijs van de universiteit. De Tilburgse bezetting was de eerste in universitair Nederland, enkele weken later gevolgd door de Maagdenhuisbezetting in Amsterdam. In Tilburg was het al langer onrustig. In februari 1969 was op de gevel van het Cobbenhagengebouw in rode letters de tekst Karl Marx Universiteit aangebracht. Ook waren er sit-ins, waar studenten medezeggenschap eisten.

Verdwijnen textielindustrie

Tilburg

Het aantal arbeiders nam af van 10.700 in 1965 en 6.035 in 1970 tot slechts 2.010 personen in 1977. Als voornaamste reden werd de concurrentie met lageloonlanden aangevoerd, maar ook wordt beweerd dat de fabrikanten te lang hadden volhard in verouderde bedrijfsopvattingen.

1920-1929

Dadaveldtocht

Gebeurtenis

Tijdens de dadaveldtocht die in 1923 gedurende een maand door het hele land werd gehouden werd op 27 januari ook Tilburg aangedaan. ‘Pétro’ van Doesburg (artiestennaam van Nelly) verzorgde samen met Kurt Schwitters en Antony Kok het programma in de inmiddels verdwenen bioscoop Besterds Belang.

Soirees intimes

Gebeurtenis

Tijdens de dadaveldtocht die in 1923 gedurende een maand door het hele land werd gehouden werd op 27 januari ook Tilburg aangedaan. ‘Pétro’ van Doesburg (artiestennaam van Nelly) verzorgde samen met Kurt Schwitters en Antony Kok het programma in de inmiddels verdwenen bioscoop Besterds Belang.

Zaalafdrijving

Tilburg

De werkplaats van de spoorwegen, Den Atteljee in de volksmond, groeit uit tot de grootste werkgever van Tilburg. De instroom van protestanten en socialisten uit gebieden boven de rivieren leidt tot onrust. Wanneer een socialistische vakbond een bijeenkomst wil houden organiseert de gevestigde orde zogenaamde zaalafdrijvingen. Zaaleigenaren worden onder druk gezet geen ruimte te verhuren.

Top