Scroll to top

CULTUURHISTORIE

Design in Eindhoven

De Lichtstad. Zo staat de stad in het zuidoosten van Brabant bij velen bekend. Succesvolle evenementen als GLOW en de Lichtjesroute verwijzen naar een rijke historie waarin Philips een grote rol speelt. Ook tijdens carnaval weten de Lampegatters hun geschiedenis creatief in te zetten, zo getuigt ook het motto in 2019: ‘Watt Ledje’.

Inmiddels is de uitstraling van Eindhoven en omgeving op meer gebaseerd dan de gloeilamp. De stad heeft een sterk ontwikkelde kenniseconomie en staat hoog in linkerrijtje van slimste regio’s ter wereld. Voor de profilering van hun stad kiezen Eindhovense citymarketeers sinds enkele jaren voor de drieslag ’T D K’: Techniek, Design en Kennis. Van die drie lijkt design de jongste loot aan de stam, met de Design Academy Eindhoven en de Dutch Design Week als internationaal geprezen exponenten. Maar hoe ver reiken de wortels van dit succesvolle duo eigenlijk? Is die oorsprong van design in Eindhoven verbonden met Philips? En wat valt er vanuit dat historisch perspectief te zeggen over de toekomst van design tussen die T en die K?

Gekalfft

Op een openbare veiling koopt Gerard Philips in april 1891 een klein fabrieksgebouw in Eindhoven. Broer Anton sluit zich in 1893 aan en er begint een periode van experimenteren, markten veroveren en vooral van snelle groei. Tien jaar later heeft het bedrijf 400 mensen in dienst die drie miljoen kooldraadlampen maken voor klanten in 28 landen. In 1930 gaan 7 op de 10 werknemers in Eindhoven iedere ochtend door de poorten van Philips. De onderneming drukt een groot stempel op het maatschappelijk leven in de stad door het oprichten van verenigingsleven en vakscholen. Om te kunnen blijven innoveren en eigen octrooien te verwerven, wordt in 1914 het Natuurkundig Laboratorium, beter bekend als NatLab, opgericht. Het werd een walhalla voor creatieve onderzoekers: een ‘anarchistisch broederschap’ en de latere kraamkamer van de compact disc en chipfabrikant ASML.

“Philips drukt een groot stempel op het maatschappelijk leven in de stad.”

Toch staan die vernuftelingen van het NatLab niet aan de wieg van het vindingrijke designdenken binnen Philips, dat ook rond die tijd een grote vlucht neemt. Louis Kalff speelt daarin namelijk een bepalende rol. Deze – van oorsprong – architect had een grote liefde voor het ontwerpen en tekenen van affiches. Hij stuurde in 1924 een vrijpostige brief naar Anton Philips. Daarin wees hij op het achterblijven van de kwaliteit van reclame-uitingen bij de statuur en importantie van het bedrijf. Dat leverde de 28-jarige Kalff een benoeming op tot artistiek directeur van de reclameafdeling. Al snel werd Kalff verantwoordelijk voor het esthetisch ontwerp van nieuwe producten zoals radio’s en luidsprekers. Hij hechtte grote waarde aan functionaliteit en herkenbaarheid. Decennialang werd ieder product ‘gekalfft’ voordat het op de markt kwam.

“Decennialang werd ieder product ‘gekalfft’ voordat het op de markt kwam.”

Voor de wereldtentoonstelling in Brussel (1958) wilde Kalff op artistieke wijze laten zien wat Philips had bereikt op technologisch vlak. Hij gaf het architectenbureau van Le Corbusier de opdracht voor het bouwen van het Philipspaviljoen. Samen met componist Varèse werd gewerkt aan een Poème Electronique dat in klank- en lichtbeelden de ontwikkeling van de mensheid liet zien. Varèse verbleef meer dan een half jaar in Eindhoven om dit Gesammtkunstwerk met ingenieurs van NatLab in elkaar te zetten. In 1966 ontwierp Kalff met architect Leo de Bever het Evoluon, ter gelegenheid van 75-jarig bestaan van Philips.

“Stefano Marzano introduceerde de term high design, een filosofie die de mens centraal zet bij innovaties.”

De afdeling van Kalff werd eind jaren 90 omgedoopt tot Philips Design. Onder leiding van Stefano Marzano – van 1991 tot 2011 CEO van deze afdeling – verschoof de visie op het ontwerpvak. Hij introduceerde de term high design, een filosofie die de mens centraal zet bij innovaties. Concreet resulteerde zijn visie in ontwerpers die zich als kritisch bevragende partners gingen gedragen in multidisciplinaire teams. Jan Post was destijds directeur bij Philips en zag hoe belangrijk de invloed van Marzano was. “Hij was feitelijk een soort rechterhand van Jan Timmer, kon met zijn ontwerpersblik de juiste thema’s en de juiste vragen selecteren. Die eigenzinnigheid van hem, van de afdeling Design, paste goed bij het DNA van Philips. Vakmensen kregen er altijd al de ruimte.”

Akademie wordt Academy

In het onderwijs reiken de wortels van design tot in 1955. In dat jaar ziet de School voor Industriële Vormgeving het licht, niet veel later omgedoopt tot Akademie (voor) Industriële Vormgeving Eindhoven (AIVE). Deze opleiding is de voorloper van de Design Academy Eindhoven, beeldbepaler en smaakmaker voor het designimago van de stad. Pas in 2001 start aan de TU/e een faculteit Industrial Design, die zich vandaag de dag heeft ontwikkeld kennispartner van het bedrijfsleven in de regio waarmee intensief wordt samengewerkt. De grote toestroom heeft zelfs geleid tot een numerus fixus.

“Design Academy Eindhoven: de beeldbepaler en smaakmaker voor het designimago van de stad.”

Mathieu Meijers was vanaf 1974 docent aan de Akademie (vakken Kunstgeschiedenis en Kleur) en beschrijft enkele grote wijzigingen. “Toen ik binnenkwam, kwamen veel docenten uit de regio, een deel daarvan werkte bij Philips. Er bestonden drie richtingen. Productontwikkeling, Grafisch en Textiel. De Akademie heeft zich lang onderscheiden door de focus op het eindproduct en het accent op ambachtelijke vakken. In de jaren 60 kwam ook in Eindhoven de verbeelding aan de macht. Jan Lucassen, directeur vanaf 1983, was in die woelige jaren leerling van de academie.

De invloed van die periode zie je terug in de transformatie die hij de opleiding door liet maken. Hij ontwierp een onderwijssysteem waarin de mens meer centraal stond, de ‘academy’ werd internationaler: docenten en studenten kwamen vaker uit het buitenland.

“Jan Lucassen liet in Amsterdam zien waar Eindhoven zelf pas láter trots op werd.”

Jan legde zo nadrukkelijk de verbinding naar buiten, nam het initiatief voor Graduation Shows in de Beurs van Berlage. Hij liet in Amsterdam zien waar Eindhoven zelf pas láter trots op werd.”

Witte Dame als scharnier

Cees Donkers herinnert zich die tijd goed. “Eindhoven bevond zich die tijd in een crisis, Philips verkeerde in zwaar weer, hun hoofdkantoor vertrok naar Amsterdam. Het waren geen prettige jaren, de stad leek weg te zakken in een depressie.” Cees was begin jaren 90 net aangesteld als stedenbouwkundige bij de gemeente. Daarvoor was hij jarenlang betrokken bij het architectuurklimaat in de stad. Cees organiseerde 7 jaar op rij het Q-Café (“drukbezochte debatavonden waar het echt kon vonken!”) en stond aan de wieg van het Architectuurcentrum Eindhoven. “Ik gedroeg me, eenmaal binnen op het stadhuis, als het prototype stoute ambtenaar, daarbij volledig uit de wind gehouden door managers en wethouders.”

Cees: “De protestgeneratie was aan de macht, dat merkte je echt.”

“De jarenlange top-downsloopcultuur kwam in die jaren tot een eind. Het behoud van De Witte Dame is wat mij betreft een belangrijk scharniermoment geweest voor de stad. Philips wilde dit gebouw afbreken maar kreeg door toedoen van protesten uit de stad geen vergunning. Ze nodigden toen partijen uit om met plannen te komen. Een groep onder leiding van de tot in de vezels gedreven kunstenaar Bert Hermens slaagde erin gebruikers bij elkaar te krijgen die allemaal iets van doen hadden met design, informatie, technologie of cultuur. Zo kwam de Design Academy Eindhoven onder één dak met Philips Corporate Design, de Openbare Bibliotheek Eindhoven en Mu Art Foundation. Een ideale uitvalsbasis voor directeur Jan Lucassen – en later Lidewij Edelkoort – om hun ambities voor verdere vermaatschappelijking van de Design Academy vorm te geven.”

Eindhoven in de plus

De stad richtte zich onder leiding van burgemeester Rein Welschen langzaam weer op. Samen met topmensen uit onderwijs en bedrijfsleven (de ‘triple helix’) werd gewerkt aan een nieuw economisch elan onder de naam Brainport. Exponent van dit succes is de High Tech Campus op het oude terrein van Philips. Deze campus groeide uit tot een gebied met meer dan 135 bedrijven en instituten die werken aan nieuwe technologieën op het gebied van hightech systemen, nanotechnologie en life science.

Cees Donkers vond het belangrijk om ook de stad te laten delen in deze vaart der volkeren. “Het succes van Brainport inspireerde ons. We zochten naar manieren om die ‘triple helix’ ook binnen de stad een slinger te geven, om nieuwe vormen van inventief opdrachtgeverschap te ontwikkelen. Met veel partners, waaronder de Design Academy, werd vervolgens het progamma Eindhoven 2000+ uitgevoerd. De stad werd ons laboratorium, wijken en buurten onze vindplaats. Oorspronkelijk had het programma nog wat traditionele ontwerpkantjes, maakten we imponerende maquettes. Later werd bij dat ontwerpen de maatschappelijke context belangrijker. Begin deze eeuw kwam er zo van alles op gang, en ik merkte dat jonge ontwerpers er weer bewust voor kozen om in de stad te blijven.”

Cees: “De stad werd ons laboratorium, wijken en buurten onze vindplaats.”

Ook Isis Boot deed in die tijd haar opleiding aan de Design Academy. “De structuur van de opleiding sprak me erg aan. De maatschappij stond centraal, niet het product. Je leerde er kritisch nadenken over wat eigenlijk het probleem is. Ik koos in 2006 voor Man & Public Space, later aangevuld met een master Urban & Cultural Geography in Nijmegen. Ik ben met mijn bedrijf hier op Strijp-S nog steeds actief in dat domein. Op de academie was het spanningsveld tussen oriëntatie op product of op maatschappij wel voelbaar, herinner ik me. Veel studenten voelden zich voor de keuze staan tussen ‘mooie producten maken’ óf de maatschappelijke invalshoek. De productmakers vonden hun weg in de werkplaatsen voor textiel, kunststof, hout enzovoorts. Mijn materiaal was ‘de maatschappij’, daar was op de academie geen werkplaats voor. Zelf hebben we toen de stichting VERS opgericht. Vanuit een oude Turkse supermarkt in Woensel-West werkten we samen met bewoners aan sociaal inclusieve wijkontwikkeling. Ik leerde dat je als ontwerper aan zo’n proces het zintuiglijke toevoegt, creatieve stappen waarin je die mensen meeneemt. Zo komt er op een natuurlijke manier ruimte voor contact. Goede ontwerpers durven terug te gaan naar het nulpunt, hebben geleerd zich comfortabel te voelen buiten hun comfortzone.”

Design in een uitdijende etalage

Design krijgt vanaf eind jaren 90 steviger voet aan de grond in Eindhoven. De Design Academy groeit uit tot een internationaal erkende topopleiding. Het curriculum trekt over de hele wereld studenten en docenten. In dit kielzog kon ook de Dutch Design Week ontstaan en zich ontwikkelen tot een succesvolle manifestatie met ruim 300.000 bezoekers uit binnen- en buitenland. In 1998 stond een groep ontwerpers aan de oorsprong van deze etalage voor design. Eduard Sweep en Miriam van der Lubbe maakten deel uit van die pioniers. Zij waren na hun opleiding in Eindhoven gebleven en misten de samenwerking tussen de creatieve sector en het bedrijfsleven. Bij de wens om die krachten te bundelen troffen ze directeur Jan Lucassen aan hun zijde als bevlogen ambassadeur. Het Vormgevers Overleg Eindhoven dat zo ontstond, organiseerde in 1998 de Dag van het Ontwerp. Een geslaagd idee, want een paar jaar later werd het evenement uitgebreid tot De Week van het Ontwerp. In die beginjaren was de thuisbasis daarvan telkens De Witte Dame. Afstudeerders van de Design Academy toonden dáár hun werk, en niet meer in Amsterdam.

“De Graduation Shows hadden hun heilzame werk gedaan: Eindhoven stond op de kaart.”

De Dutch Design Week anno 2018 is een grootschalig negendaags ontwerpfeest met lokale, nationale en internationale partners. Allerlei facetten van design komen aan bod, ook de meer maatschappelijke thema’s veroverden hun plek. Zo zijn er ‘ambassades’ voor onderwerpen waar nieuwe generaties studenten zich om bekommeren, zoals mobiliteit, water, circulariteit en gezondheid. Samen organiseren meer dan 2500 ontwerpers ruim 400 evenementen. Dat doen ze op locaties soms ver verwijderd van De Witte Dame, zelfs ver van Strijp-S: in oktober is design door de hele stad te vinden.

Schuurmiddel tussen T en K

Het lijkt een wijs besluit van de slimste regio om Design onderdeel uit te laten maken van het stedelijk imago. Sterker nog, de drieslag van Techniek, Design en Kennis kwam niet uit de lucht vallen maar kwam bottom up tot stand: er werd uitgebreid onderzoek gedaan onder de inwoners. Conclusie was dat zij juist deze gebieden als fundamenten van hun stad herkennen. Design is een geworteld thema, een vakgebied dat meebewoog op de tijdlijn van Eindhoven. Het biedt perspectief voor de verdere ontwikkeling van een stad die haar zelfvertrouwen hervond. Toch is de weg naar de toekomst niet zonder hobbels.

“Design is een geworteld thema, een vakgebied dat meebewoog op de tijdlijn van Eindhoven.”

Design kent verschillende vertakkingen naar die toekomst. Natuurlijk, nog steeds is er de glamorous kant van die medaille. Met ambachtelijk gemaakte en betoverende producten waarvoor veel bezoekers naar de Dutch Design Week afreizen. De keuze voor het ambacht gaat echter steeds vaker gepaard met aandacht voor de maatschappelijke context waarin de ontwerper moet en wíl functioneren. Deze andere kant van de medaille lijkt minder direct van waarde voor citymarketeers. Het gaat dan niet altijd om tastbare producten. Zo zijn er bevlogen social designers die in opdracht van woningcorporaties processen ontwerpen om buurten beter te maken. Zo is er het succesvolle Eindhovens collectief envisions waarin 20 ontwerpers vooral de grote industrie uitdagen hun huidige productieprocessen ter discussie te stellen. Jan Post trekt het nog breder en is optimistisch: “Ik zou ontwerpers eigenlijk all over the place willen zien. Bij ziekenhuizen, scholen, het midden- en kleinbedrijf, de dienstverlening. En dan niet alleen als rechterhand van de directeur, maar in alle netwerken waarin wordt geïnnoveerd, gefabriceerd, gecommuniceerd. Daarin moet Eindhoven voorop gaan lopen. Uiteindelijk levert dat slimme samenwerken ook banen op, gaat het ons helpen bij de praktische uitvoering van alledag. Die competentie hebben we hier op de arme zandgronden trouwens al aardig ontwikkeld: dit kan het volgende hoofdstuk worden in ons succesverhaal.”

Jan Post: “Ik zou ontwerpers all over the place willen zien.”

De wens om voorop te blijven lopen is om nog een andere reden geen sinecure. Het merendeel van de studenten heeft tegenwoordig de wortels buiten Nederland en nauwelijks binding met de stad. Bovendien vliegen ze na het afstuderen direct weer uit. Tot ver buiten de stadsgrenzen. “Zo’n Design Academy is echt een internationaal georiënteerd topinstituut. Het docententeam komt van over de hele wereld. De opleiding heeft misschien wel meer contact met buitenlandse steden dan met Eindhoven; ze zijn de stad ver vooruit, opereren nu in principe footloose. Ze zouden als academie in veel steden terecht kunnen als ze willen,” stelt Jan Post. Ook hier vertrouwt hij op de slagkracht van Eindhoven. “Gelukkig maakt de stad op dit moment een geweldige inhaalslag op vele terreinen. Ook de verrassende plannen voor een Rijksmuseum voor Design – misschien wordt het niet eens een gebouw! – geven aan dat deze stad het thema serieus neemt.” Volgens Mathieu Meijers is het niet eens zo slecht zijn als een designopleiding zich footloose gedraagt. “De Design Academy zou heel goed als vreemd lichaam kunnen functioneren. Het kan voor de regio misschien zelfs positiever zijn als ze zich nóg eigenzinniger opstellen, als de politiek het in eerste instantie niet zou begrijpen.” Hij heeft wat dat betreft vertrouwen in de nieuwe generatie. “De mooie mix van internationale, ongebonden studenten die echt anders nadenkt over het leven en de rol van design daarin is een wispelturig maar waardevol bezit. Je zult er als stad moeite voor moeten doen.”

De meest effectieve rol van de ‘D’ tussen de ‘T’ en de ‘K’ is misschien die van schurend zand. Een vakgebied dat niet alleen onderdeel is van een slogan, maar een professie die steeds de stad zélf uitdaagt buiten haar comfortzone te treden.

Auteur: Berny van de Donk

Bronnen

Tekst en tijdlijn zijn tot stand gekomen op basis van beknopt bronnenonderzoek. Ter aanvulling werd gesproken met Isis Boot (oud-student Design Academy Eindhoven / Man & Public Space, nu eigenaar van bureau www.isisboot.nl in Eindhoven), Cees Donkers (oud-stedenbouwkundige gemeente Eindhoven, voormalig aanjager Eindhoven 2000+), Mathieu Meijers (beeldend kunstenaar, oud-docent Akademie voor Industriele Vormgeving / Design Academy) en Jan Post (oud-voorzitter hoofddirectie Philips, inmiddels actief in vele bestuursfuncties, waaronder het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Brabant).

2010-2019

Techniek, Design, Kennis

Gebeurtenis

In 2012 wordt Eindhoven365 verantwoordelijk voor de citymarketing. Zij kiezen voor de drieslag Techniek, Design en Kennis. Drie terreinen waarop de stad wil excelleren.

Mathieu Meijers: “De mooie mix van internationale, ongebonden studenten die echt anders nadenkt over het leven en de rol van design daarin is een wispelturig maar waardevol bezit. Je zult er als stad moeite voor moeten doen.”

2000-2009

Dutch Design Week


Foto: Bart van Overbeeke

Gebeurtenis

In 2002 vindt de eerste ‘DDW’ plaats met 20 deelnemers. Het ontwikkelt zich tot een grootschalig, negendaags ontwerpfeest met lokale, nationale en internationale partners. In 2018 organiseren meer dan 2500 ontwerpers ruim 400 evenementen.

Faculteit Industrial Design

Gebeurtenis

In 2001 TU start de TU/e een faculteit Industrial Design. Deze opleiding ontwikkelt zich tot intensieve kennispartner van het bedrijfsleven in de regio.

Isis Boot: “Op de academie was het spanningsveld tussen oriëntatie op product of op maatschappij wel voelbaar, herinner ik me. Veel studenten voelden zich voor de keuze staan tussen ‘mooie producten maken’ óf de maatschappelijke invalshoek. De productmakers vonden hun weg in de werkplaatsen voor textiel, kunststof, hout enzovoorts. Mijn materiaal was ‘de maatschappij’, daar was op de academie geen werkplaats voor. Zelf hebben we toen de stichting VERS opgericht.”

1990-1999

Dag van het Ontwerp

Gebeurtenis

Het Vormgevers Overleg Eindhoven organiseert in 1998 de Dag van het Ontwerp, een paar jaar later uitgebreid tot De Week van het Ontwerp. Thuisbasis is telkens De Witte Dame. De Graduation Shows van de Dutch Design Academy vinden daar plaats, niet meer in Amsterdam.

Cees Donkers: “De protestgeneratie was aan de macht, dat merkte je echt. De jarenlange top-downsloopcultuur kwam in die jaren tot een eind. Het behoud van De Witte Dame is wat mij betreft een belangrijk scharniermoment geweest voor de stad.”

De Witte Dame

Gebeurtenis

Philips krijgt door protesten uit stad geen vergunning voor sloop. De Design Academy Eindhoven betrekt dit gebouw en komt onder één dak met Philips Corporate Design, de Openbare Bibliotheek Eindhoven en Mu Art Foundation. Directeur Jan Lucassen – en later Lidewij Edelkoort – bouwen vanuit dit pand verder aan de vermaatschappelijking van de Design Academy.

Philips Design

Onder leiding van Stefano Marzano – van 1991 tot 2011 CEO van deze afdeling – verschoof de visie op het ontwerpvak. Hij introduceerde de term high design, een filosofie die de mens centraal zet bij innovaties.

Jan Post: “Geïnspireerd door zo’n man als Stefano Marzano zou ik ontwerpers eigenlijk all over the place willen zien. Bij ziekenhuizen, scholen, het midden- en kleinbedrijf, de dienstverlening. En dan niet alleen als rechterhand van de directeur maar in alle netwerken waarin wordt geïnnoveerd, gefabriceerd, gecommuniceerd.”

1980-1989

Cees Donkers: “Eindhoven bevond zich die tijd in een crisis, Philips verkeerde in zwaar weer. Het waren geen prettige jaren, de stad leek weg te zakken in een depressie.”

1970-1979

Mathieu Meijers: “Toen ik als docent binnenkwam, kwamen veel collega’s uit de regio, een deel daarvan werkte bij Philips. Er bestonden drie richtingen. Productontwikkeling, Grafisch en Textiel. De Akademie heeft zich lang onderscheiden door de focus op het eindproduct en het accent op ambachtelijke vakken.”

1960-1969

Evoluon

Gebeurtenis

Philips bestaat 75 jaar en trakteert de stad op een futuristisch gebouw dat nog steeds beeldbepalend is voor Eindhoven.

School voor Industriële Vormgeving

Gebeurtenis

In 1955 ziet de School voor Industriële Vormgeving het licht, niet veel later omgedoopt tot Akademie (voor) Industriële Vormgeving Eindhoven (AIVE). Deze opleiding is de voorloper van de Design Academy Eindhoven, beeldbepaler en smaakmaker voor het designimago van de stad.

1920-1929

Louis Kalff

Gebeurtenis

In 1925 stuurt architect Louis Kalff een open sollicitatie naar Philips. Hij wordt artistiek directeur van de reclameafdeling en is al snel verantwoordelijk voor het esthetisch ontwerp van alle nieuwe producten. Hij hecht grote waarde aan functionaliteit en herkenbaarheid. Decennialang werd ieder product ‘gekalfft’ voordat het op de markt kwam.

1890-1899

Philips naar Eindhoven

Gebeurtenis

Op een openbare veiling koopt Gerard Philips in 1891 een klein fabrieksgebouw in Eindhoven.

Top