Scroll to top

CULTUURHISTORIE

Stoet en spel in Bergen op Zoom

Op 16 september 2018 trok een kilometers lange ‘Brabant Stoet’ door Bergen op Zoom. Een staalkaart van lopende en rijdende cultuur uit Noord-Brabant en Vlaams- en Waals Brabant. Gilden, fanfares, steltlopers, reuzen, carnaval, ommegangen, muziek in veel verschillende toonaarden, historische loopgroepen, praalwagens en historische re-enactment. Deze vooralsnog eenmalige optocht toonde samengebald de cultuur rondom stoet en spel zoals die in dorpen en steden van Brabant nog altijd leeft. Zoals die zéker in Bergen op Zoom al eeuwenlang bestaat. In deze oude vestingstad zijn stoet en spel allesbehalve eenmalige gebeurtenissen. Belangrijke evenementen als Vastenavend en de Maria Ommegang zijn springlevend. Secularisatie en ontzuiling krijgen blijkbaar weinig grip op de behoefte om samen de straat op te gaan. Hoever en hoe diep reiken de wortels van tradities en welke uitdagingen zijn er om de keten in stand te houden?

Een kruisbeeld op de golven

De Bergse bronnen die de vaak gebezigde slogan ‘stad van stoet en spel’ geschiedkundig onderbouwen, reiken terug tot in de Middeleeuwen. Zo beschrijft een legende hoe er vermoedelijk rond 1360 een eikenhouten koningscrucifix aanspoelde op de schorren van het Scheldestrand, zwart van het zeewater, getooid met een gouden kroon. In optocht werd het beeld de stad binnengedragen, het begin van een jaarlijkse ommegang op de zondag na Beloken Pasen. Deze ommegang groeide in die tijd uit tot een waar volksfeest met een folkloristisch gedeelte en met wagenspelen over het Oude en Nieuwe Testament, een belangrijke vorm van communicatie in een samenleving vol ongeletterden. Het Lievevrouwegilde voegde zich rond 1470 met een rijkelijk aangekleed Mariabeeld in de processie.

Bewaard gebleven rekeningen van feesten in die tijd leveren het bewijs. De overlevering meldt dat er een ‘Blauwe Schuit’ door de stad reed. Jongelui van het bijbehorende gilde staken op dit schip de draak met alles wat ongepast was, lieten dit zogenaamd uit de stad verdwijnen. Verder is terug te vinden hoe rederijkers (gildes van amateurdichters en voordrachtskunstenaars) feesten organiseerden.

“Vastenavend kreeg rond de 15e eeuw een eigen gezicht in de stad.”

Aan het eind van de 16e eeuw maakte de Reformatie een voorlopig eind aan de ommegang en werd het vieren van vastenavend met allerlei verbodspalingen bemoeilijkt. Op het dragen van een masker stond een boete, het feest verdween achter de voordeur. Vanaf begin 19e eeuw kwam er met de Franse bezetters weer ruimte voor straatvertier. Lokale hoveniers speelden vervolgens een wezenlijke rol in het levend houden van de vastenavend. Zij richtten ‘teerclupkes’ op waarin het hele jaar werd gespaard voor een carnavaleske feestavond. De Maria Ommegang zal pas na de Tweede Wereldoorlog terugkeren.

Van kruis naar culturele crossovers

Begin 20ste eeuw raakte de vastenavondviering in het slop. Weliswaar richtte toneelvereniging Tot Ons Genoegen het eerste carnavalscomité op, toch was er veel weerstand, grotendeels veroorzaakt door bezwaren vanuit de katholieke kerk. Belangrijk moment in deze discussie is de publicatie van het boek ‘Verdediging van Carnaval’. Hierin houdt de jonge Bergse schrijver Anton van Duinkerken (pseudoniem van Willem Asselbergs), net gestopt met zijn priesteropleiding, een vurig pleidooi voor dit feest. De middenstand mengde zich in de discussie met een oproep dit – voor de stad en voor hen – lucratieve feest kwalitatief te versterken door extra investeringen. Na de Tweede Wereldoorlog gingen besturen van bestaande vastenavendverenigingen en teerclubjes samenwerken. Men ging in overleg met overheid en kerk, waarna vervolgens 40 Bergenaren van naam en faam opdracht kregen om een manifest te schrijven hoe het feest in Krabbegat gevierd moest worden. Dit is tot op de dag van vandaag de leidraad voor de Bergse Vastenavend. Prominente aanwezig in de traditie zijn de omvangrijke en kleurrijke wagens waarmee tientallen bouwgroepen elkaar de loef proberen af te steken.

De Maria Ommegang trekt pas in 1945 weer door de straten. Kapelaan Ooyens deed in 1942 de belofte om, als de stad voor groot oorlogsgevaar wordt gespaard, deze traditie uit dankbaarheid nieuw leven in te blazen. Een heropgericht Lievevrouwegilde, inclusief stadsarchivaris en andere notabelen, doet direct na de bevrijding deze gelofte stand. De ommegang groeit in de decennia daarna uit tot een stoet met ruim duizend deelnemers van alle leeftijden, die dansend, musicerend en declamerend de geschiedenis van Maria uitbeelden. Het is niet uitzonderlijk dat meerdere generaties uit één familie een actieve rol hebben.

“De ommegang groeit uit tot een stoet met ruim duizend deelnemers.”

Ook rondom deze traditie worden discussies gevoerd. Zo maakt het gemeentebestuur begin jaren 60 bezwaar tegen het ‘te katholieke’ karakter van de processie. De organisatie kiest ervoor om voortaan het christologische aspect meer nadruk te geven en krijgt daarbij steun van strenggereformeerden uit het nabijgelegen Tholen. Later krijgt ook de historie van de stad een plek in de ommegang, met de Blauwe Schuit en de stadsreuzen als opvallende onderdelen. Het verhaal gaat dat zelfs ooit is overwogen om wielrenner Gerrie Knetemann te vragen mee te doen als publiekstrekker ‘mits deze dat uit eigen overtuiging zou doen’. Ad Rooms, auteur van een boek over 75 jaar naoorlogse Maria Ommegang, ziet de populariteit niet afnemen, maar bespeurt wel andere motieven. “In Nederland lijkt zo’n ommegang misschien exotisch, net over de grens in Belgie kent bijna iedere stad zo’n processie. Je kunt wél stellen dat de ommegang door die veranderingen en aanpassingen langzaam maar zeker vooral een stuk cultureel erfgoed is geworden, al zal de pastoor dat niet zo noemen. Voor Bergse families is het vaak de ideale dag voor een familiereunie.”

In de loop der jaren ontstaan er in Bergen op Zoom allerlei cross-overs en nieuwe initatieven. Als de stad in 1987 het 700-jarig bestaan van hun ‘Heerlijkheid’ viert, zorgen vrijwilligers van diverse pluimage sámen voor alle decors. Dat bevalt hen en de stad uitstekend. Deze bundeling van krachten groeit in 2000 uit tot de stichting Decorbouw Groot Arsenaal. Ferd Quik, een doener pur sang, stopt veel energie in deze stichting. Al ruim 40 jaar is hij zeer actief als bouwer van carnavalswagens en als stuwende kracht achter tal van projecten, waaronder de Brabant Stoet. “We zijn bij die stichting Decorbouw met meer dan met 35 mensen aan de slag, maken jaarlijks 8.000 vrijwilligersuren. Opgeteld levert het hele culturele veld volgens deskundigen zo’n 4 miljoen euro aan de stad. Maar zo’n rekensom boeit ons niet, het is voor ons een serieuze hobby en we zijn trots op wat we maken. Dat zit tegen het professionele aan. Voor steeds meer evenementen wordt een beroep op ons gedaan. Niet alleen voor de Maria Ommegang, maar ook voor de intocht van Sinterklaas, de Bergse revue en voor de Zoomerspelen, een jaarlijks terugkerend openluchtspektakel bij het Markiezenhof. Echt fantastisch vind ik ook de Jeugd Monumenten Dag, die al 23 jaar bestaat. Een toonbeeld van samenwerking tussen het culturele veld en alle basisscholen. Wij richten die dag met plezier een complete middeleeuwse jaarmarkt in.”

Eb en vloed van vernieuwing

“De Brabantse stoetcultuur is een ongelofelijk kostbare traditie. Alleen al de opgetogenheid die zo’n hele stad vervult (..) is een kostbaar goed. De stad is weer stad, het milieu van mensen die met elkaar praten en lachen (..) Er zijn ook geen tribunes voor eregasten en die moeten er ook niet komen. De optocht is geen schouwspel; je neemt er aan deel door ernaar te kijken.” Met gedragen taal typeerde Anton van Gennip eind vorige eeuw de optocht in Brabant. “Als een waardevol ritueel, een voorlopig antwoord op onbeantwoordbare levensvragen. Als een mogelijkheid met die vragen te leven juist door er samen omtrekkende bewegingen om te maken.” Het ritueel van de optocht overleefde ontzuiling, secularisatie en individualisering: ook vandaag de dag is er op veel plekken in Brabant blijkbaar nog behoefte om af en toe samen zo’n omtrekkende beweging te maken. Toch blijft zo’n traditie niet vanzelf in leven. De vrijwilligers zijn door de tijd heen volop bezig met innovatie, op technisch en inhoudelijk vlak.

“Zo’n traditie blijft niet vanzelf in leven.”

In Bergen op Zoom is het de jongere generatie die het debat over die vernieuwing voedt. Ward Warmoeskerken liep als klein jongetje mee in de Maria Ommegang, zat later een tijd in het bestuur en ontwerpt nu jaarlijks een hedendaags themakostuum voor de Mariafiguur in de tocht. “Dat heb ik zelf voorgesteld, als zelfstandig ontwerper maak ik veel theaterkleding. Dit jaar speelt de bevrijding een rol, ik maak een kunstzinnige vertaling en verwerk de nationale vlaggen van de geallieerden in dat gewaad. Wat mij betreft mag de ommegang wel iets gedurfder aan de slag met vernieuwing. Het thema is dit jaar ‘Een belofte die doorgaat’. Ik geloof absoluut dat de ommegang en het religieuze karakter daarvan niet zomaar verdwijnt, maar zonder serieuze vernieuwing is dat zeker geen vanzelfsprekendheid.”

Binnen de bouwclubs en de stichting Decorbouw richt de roep om vernieuwing zich op een ander thema: zo wil de jonge garde niet meer werken met polyester, dringt aan op verduurzaming van het materiaalgebruik. Ferd Quik wijst dat zeker niet af. “Voorop staat alleen dat we er wel mee moeten kunnen werken, de wagens moeten van hoge kwaliteit zijn. Sommige bouwclubs nemen het voortouw en gaan experimenteren met biobased materiaal. Het toeval wil dat de gemeente Bergen op Zoom die industrie, na het vertrek van Philip Morris, meer ruimte biedt. Er zitten hier al veel van die bedrijfjes, daar gaan we dan op werkbezoek met de jeugd. We wisselen ook kennis uit met wagenbouwers uit Heeze en Zundert, de onderlinge contacten zijn uitstekend. Wie weet gaan we over een tijdje 3D-prints maken. Zo betrek je de jeugd op een vanzelfsprekende manier bij die, eerlijk is eerlijk, vergrijzende clubs. Laat ze hun ding maar doen, misschien is onze aanpak inderdaad oubollig aan het worden.” Bijzonder is dat dit denken ook voet aan de grond krijgt bij de stichting Vastenavend. Zij stimuleert de verduurzaming van de traditie door de introductie van de BioBest Trofee.

“Laat ze hun ding maar doen, misschien is onze aanpak inderdaad oubollig aan het worden.”

Voldoende vrijwilligers houden is een andere bron van zorg. “Het zit hier echt wel in het bloed,” vertelt Ward, “van jongs af aan weet ik niet beter dan dat mensen ’s avonds gaan repeteren of bouwen. Toch lijkt mijn generatie meer te voelen voor kortere projecten. Die willen niet meer maandenlang in een bouwhal staan. Ik geloof alleen dat we daar wel een mouw aan zullen weten te passen. Er zijn hier zo veel mensen bezig met muziek of toneel, dat is niet ineens weg.” Ferd vindt die vrijwilligheid een essentieel onderdeel van de hele stoet- en bouwcultuur. “Die bouwclubs bijvoorbeeld, dat zijn echt kleine, sterke sociale eenheden. Als je bij clubje A past dan pas je niet bij clubje C. Binnen die hechte structuur hoeft niks per se, maar je gaat wel samen een verplichting aan om op tijd iets af te hebben. Zodra er commercie binnendringt gaat het vaak mis, ik heb dat te vaak meegemaakt. Vrijwilligers voelen zich dan al snel misbruikt.”

“Die bouwclubs zijn echt kleine, sterke sociale eenheden.”

Die gevoeligheid ligt er ook in de relatie met overheden. “Begrijp me goed,” zegt Ferd, “we hebben niet te klagen over aandacht voor ons werk. Alleen hebben we vaak last van onwetendheid aan de andere kant van de tafel. Toen we de Brabant Stoet gingen organiseren, geloofden provincieambtenaren in het begin werkelijk niet dat wij in staat zouden zijn zoiets van de grond te tillen. En dat we dat voor níks deden, daar snapten ze nog veel minder van. Ze hadden trouwens nog nooit een Bergse carnavalswagen gezien en toch werkten ze bij de afdeling Cultuur! Meer in het algemeen valt me op dat volkscultuur een ondergeschoven kindje is. Terwijl we hier in Bergen ook veel hogeropgeleiden bedienen – dat weet ik zeker.”

De tijd zal ons leren of de belofte, de keten van stoet en spel, doorgaat. Of hij voldoende krachtig is om ook in de toekomst de spanning van maatschappelijke ontwikkelingen te doorstaan. Ferd blijft een optimistisch man. “Ach, het is altijd een golfbeweging geweest. Soms gaat het even wat minder maar ik loop lang genoeg mee om te weten dat het tij weer zal keren.

Auteur: Berny van de Donk

Bronnen

Tekst en tijdlijn zijn tot stand gekomen op basis van beknopt bronnenonderzoek (waaronder Verpalen, M.; ‘De Betoverde Stad: carnaval en feestarchitectuur in Bergen op Zoom’, A. Van Oirschot / P. Van Gennip (sam.): ‘Optocht in Brabant’, en documentatie van het Meertens Instituut. Ter aanvulling werd gesproken met Ferd Quik (o.a. wagenbouwer, Brabantse Hoeder en mede-organisator van de Brabant Stoet), Ward Warmoeskerken (classicus en kleding- en kostuumontwerper), Ad Rooms (journalist en auteur, o.a. van het jubileumboek 75-jaar Maria Ommegang).

2010-2019

Supersum

Gebeurtenis

Muziektheater over de bevrijding van Bergen op Zoom, 75 jaar geleden.

Ferd Quik: “Bij Supersum bouwen we een complete Sherman-tank na. Via onze contacten met familie van Canadese bevrijders ontdekten we een heel innovatief biobased materiaal dat we daarvoor gebruiken.”

Brabant Stoet

Gebeurtenis

Op zondag 16 september 2018 bezoeken ruim 25000 mensen het festival van de lopende en rijdende cultuur uit Noord-Brabant en Vlaams- en Waals Brabant. Het evenement is een – vooralsnog eenmalig – initiatief van stichting de Brabantse Hoeders.

2000-2009

Ad Rooms: “De pastoor kan in de stoet meelopen als bestuurslid, maar hij is van jongs af aan drager van het Mariabeeld en wil dat blijven doen; dat zit heel diep. Dat zegt iets over hoe serieus hij die belofte neemt.”

1990-1999

Start historische openluchtspektakels

Gebeurtenis

Sinds 1996 organiseert Stichting De Vierschaar jaarlijks een groot openluchtspektakel in Bergen op Zoom. De Vierschaar zet tijdens de uitvoeringen zowel het lokale en regionale theatertalent als de historische binnenstad van Bergen op Zoom centraal.

1980-1989

Klank- en lichtspel 700 jaar Heerlijkheid Bergen op Zoom

Onder bezielende leiding van Jan van Giels (oud-prins, voorzitter stichting Vastenavend) viert de stad dit jubileum. In de daarop volgende jaren wordt dit soort spelen herhaald. De kiem wordt gelegd voor de stichting Decorbouw Groot Arsenaal.

1940-1949

Oprichting Stichting ‘Vastenavend’

Na de Tweede Wereldoorlog gingen besturen van bestaande vastenavendverenigingen en teerclubjes samenwerken. In overleg met overheid en kerk ontstond een manifest dat tot op de dag van vandaag de leidraad is voor de Bergse Vastenavend.

Belofte aan Maria

Gebeurtenis

Midden in de oorlog doet kapelaan Ooyens de belofte om een jaarlijkse dankstoet te organiseren als de stad gespaard zou blijven voor groot oorlogsgeweld. In augustus 1945 is het zover: de eerste van een voortaan jaarlijkse Maria Ommegang trekt door de binnenstad van Bergen op Zoom

1920-1929

Ferd Quik: ‘Vroeger werd er in deze garnizoenstad ook veel georganiseerd door militairen. Die speelden dan bijvoorbeeld Sinterklaas.’

Voor 1900

1895: eerste georganiseerde tocht

Gebeurtenis

Op 26 februari organiseerde de net opgerichte ‘Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer voor Bergen op Zoom en omstreken’ een optocht (‘300 man, 10 wagens, 15 paarden’). Voor het eerst is er een Prins Carnaval.

Franse bezetting: balavonden, teerclubjes en dweilen

Vastenavond keerde in deze periode langzaam maar zeker terug in het straatbeeld, vooral onder invloed van hoveniers en boeren. Zij trokken met versierde karren naar de stad. In zogenaamde ‘teer’clubjes spaarde men het hele jaar voor balavonden in de weken voorafgaand aan vastenavond (zodat er wat te verteren was). Deze gemaskerde bals waren over het algemeen vrij deftig. Groepen gingen zingend van bal naar bal en deden straatoptredens.

Protestantse periode

Vanaf 1580 tot eind 18e eeuw bevond Bergen op Zoom zich in de machtssfeer van de calvinisten. Vastenavondviering en de verering van Maria stonden onder sterke druk, de Ommegang werd verboden.

Eerste vermelding Bergse Vastenavond

Schriftelijke vermelding van betaling stadsbestuur aan fluitspeler en vedelspeler voor hun optreden tijdens een vastenavondfeest. Waarschijnlijk werd vastenavond ook eerder gevierd maar bewijzen zijn – vermoedelijk vanwege de stadsbrand van 1397 – niet aanwezig. In de archieven zijn wel allerlei bewijzen terug te vinden van feesten in de eeuwen daarna. Onder het bewind van de heer van Bergen op Zoom (Jan II van Glymes) werden daarvoor ieder jaar notabelen van buiten de stad (zoals bijvoorbeeld de bisschop van Luik) uitgenodigd.

De Kruis Ommegang

Deze ommegang vond midden 14e eeuw plaats. Het is de oorsprong van de huidige Maria Ommegang.

Top