Scroll to top
Hall of Fame, Tilburg, 21 november 2018

CultuurCafé #1 – Festivalisering


Over (de toekomst van) de Brabantse festivalcultuur

Hall of Fame, Tilburg, 21 november 2018

CultuurCafé #1 – Festivalisering


Over (de toekomst van) de Brabantse festivalcultuur

Festivalisering: typisch Brabants?

In Brabant hebben we het leven altijd met elkaar gevierd. Wie kent niet het bloemencorso, de Maria-Ommegang, de kermis en het carnaval? Maar waar deze traditionele vormen van vieren onder druk staan door de ontkerkelijking en de vergrijzing, zien we tegelijkertijd nieuwe vormen van vieren opkomen in Brabant: festivals in verschillende soorten en maten, van kleinschalig en hyperlokaal tot grootschalig en commercieel.

“De Brabantse festivalcultuur is kortom booming; met name in en rond steden als Eindhoven, Tilburg, Breda en ’s-Hertogenbosch worden festivals steeds talrijker en belangrijker.”

Maar die festivalisering heeft ook een keerzijde, in de vorm van onder meer verkeers- en geluidsoverlast. Hoeveel festivals kan Noord-Brabant aan? En waar ligt het evenwicht tussen rust en rumoer, levendigheid en leefbaarheid?

Tijdens het eerste CultuurCafé, op woensdag 21 november, zijn we met elkaar op zoek gegaan naar de essentie en de toekomst van de Brabantse festivalcultuur. Is er sprake van een Brabantse festivalcultuur, en zo ja, hoe ziet die er dan uit? Welke feitelijke ontwikkelingen zien we? En in hoeverre stuit de groei van het aantal festivals op grenzen?

Prangende vragen, waar in de knusse Hall of Fame in de Tilburgse Spoorzone een kleine 100 betrokken Brabanders graag over meepraatten onder leiding van dagvoorzitter Ruben Maes.

Festivalisering: typisch Brabants?

In Brabant hebben we het leven altijd met elkaar gevierd. Wie kent niet het bloemencorso, de Maria-Ommegang, de kermis en het carnaval? Maar waar deze traditionele vormen van vieren onder druk staan door de ontkerkelijking en de vergrijzing, zien we tegelijkertijd nieuwe vormen van vieren opkomen in Brabant: festivals in verschillende soorten en maten, van kleinschalig en hyperlokaal tot grootschalig en commercieel.

“De Brabantse festivalcultuur is kortom booming; met name in en rond steden als Eindhoven, Tilburg, Breda en ’s-Hertogenbosch worden festivals steeds talrijker en belangrijker.”

Maar die festivalisering heeft ook een keerzijde, in de vorm van onder meer verkeers- en geluidsoverlast. Hoeveel festivals kan Noord-Brabant aan? En waar ligt het evenwicht tussen rust en rumoer, levendigheid en leefbaarheid?

Tijdens het eerste CultuurCafé, op woensdag 21 november, zijn we met elkaar op zoek gegaan naar de essentie en de toekomst van de Brabantse festivalcultuur. Is er sprake van een Brabantse festivalcultuur, en zo ja, hoe ziet die er dan uit? Welke feitelijke ontwikkelingen zien we? En in hoeverre stuit de groei van het aantal festivals op grenzen?

Prangende vragen, waar in de knusse Hall of Fame in de Tilburgse Spoorzone een kleine 100 betrokken Brabanders graag over meepraatten onder leiding van dagvoorzitter Ruben Maes.

HET FESTIVAL ONDER DE LOEP

“Everything now.”

Het aantal festivals in Nederland neemt al jaren toe: van 30 festivals in 1981, naar zo’n 900 anno nu. Maar wat weten we nou écht van festivals? Best veel, zo blijkt uit de presentatie van Martijn Mulder, hoofddocent bij de opleiding Leisure Management van de Willem de Kooning Academie. “Wereldwijd kent Nederland de grootste festivaldichtheid, zo blijkt uit onderzoek. Zeker sinds 2005 groeit het aantal muziek- en – vooral – foodfestivals enorm snel. Duidelijke trend daarbij is de opkomst van meer kleinschalige festivals, in stedelijke gebieden. Verder is Eindhoven relatief gezien de meest ‘gefestivaliseerde’ stad van Nederland, met de meeste festivals per 100.000 inwoners – maar als provincie scoort Brabant vrij gemiddeld.”

De toenemende festivalisering in zowel Brabant als daarbuiten is niet verwonderlijk, vindt Martijn. “In de eenentwintigste eeuw is tijd het ultieme schaarse middel geworden. De generatie Z is, veel minder dan vorige generaties, geïnteresseerd in materieel bezit. Eerder zijn de jongeren van nu op zoek naar ervaringen: ze leven in het moment en willen ‘everything now’. In die zin bieden festivals de ultieme ontsnapping. Bovendien is een festival de live variant van Spotify: je kunt uitvinden wat je leuk vindt en rustig doorzappen als iets je niet bevalt. Dat principe past perfect bij de huidige online cultuur.” Ook de sterke verstedelijking en ontkerkelijking dragen bij aan de festivalisering, denkt Martijn. “We zoeken naar nieuwe gemeenschappen. Daar komt bij dat festivals extreem gedemocratiseerd zijn.”

“Met je moeder naar Extrema? Dat is helemaal niet meer zo gek; de vijftigers van nu vormen de eerste generatie die volledig is opgegroeid met popmuziek en festivals.”

Net als in andere provincies roept het toenemende aantal festivals ook in Brabant spanningen op: tussen stadsverdichting en festivalisering, tussen lusten voor bezoekers en lasten voor omwonenden, tussen rust en reuring. De groei van het aantal festivals gaat dan ook afvlakken, verwacht Martijn. “De grenzen aan wat kan en mag komen langzaam in zicht. Om tot een duurzame festivaltoekomst te komen zullen organisatoren, omwonenden, gemeentes en milieuorganisaties, meer dan nu het geval is, samen moeten optrekken.” Nog een laatste advies aan festivalorganisatoren: zoek actief de verbinding met de lokale omgeving. “Onder de noemer North Sea Round Town heeft North Sea Jazz al jaren een grotendeels gratis spin-off in de héle stad. Een perfect voorbeeld van hoe je als festival de verbinding kunt zoeken met de gemeenschap.”

HET FESTIVAL ONDER DE LOEP

“Everything now.”

Het aantal festivals in Nederland neemt al jaren toe: van 30 festivals in 1981, naar zo’n 900 anno nu. Maar wat weten we nou écht van festivals? Best veel, zo blijkt uit de presentatie van Martijn Mulder, hoofddocent bij de opleiding Leisure Management van de Willem de Kooning Academie. “Wereldwijd kent Nederland de grootste festivaldichtheid, zo blijkt uit onderzoek. Zeker sinds 2005 groeit het aantal muziek- en – vooral – foodfestivals enorm snel. Duidelijke trend daarbij is de opkomst van meer kleinschalige festivals, in stedelijke gebieden. Verder is Eindhoven relatief gezien de meest ‘gefestivaliseerde’ stad van Nederland, met de meeste festivals per 100.000 inwoners – maar als provincie scoort Brabant vrij gemiddeld.”

De toenemende festivalisering in zowel Brabant als daarbuiten is niet verwonderlijk, vindt Martijn. “In de eenentwintigste eeuw is tijd het ultieme schaarse middel geworden. De generatie Z is, veel minder dan vorige generaties, geïnteresseerd in materieel bezit. Eerder zijn de jongeren van nu op zoek naar ervaringen: ze leven in het moment en willen ‘everything now’. In die zin bieden festivals de ultieme ontsnapping. Bovendien is een festival de live variant van Spotify: je kunt uitvinden wat je leuk vindt en rustig doorzappen als iets je niet bevalt. Dat principe past perfect bij de huidige online cultuur.” Ook de sterke verstedelijking en ontkerkelijking dragen bij aan de festivalisering, denkt Martijn. “We zoeken naar nieuwe gemeenschappen. Daar komt bij dat festivals extreem gedemocratiseerd zijn.”

“Met je moeder naar Extrema? Dat is helemaal niet meer zo gek; de vijftigers van nu vormen de eerste generatie die volledig is opgegroeid met popmuziek en festivals.”

Net als in andere provincies roept het toenemende aantal festivals ook in Brabant spanningen op: tussen stadsverdichting en festivalisering, tussen lusten voor bezoekers en lasten voor omwonenden, tussen rust en reuring. De groei van het aantal festivals gaat dan ook afvlakken, verwacht Martijn. “De grenzen aan wat kan en mag komen langzaam in zicht. Om tot een duurzame festivaltoekomst te komen zullen organisatoren, omwonenden, gemeentes en milieuorganisaties, meer dan nu het geval is, samen moeten optrekken.” Nog een laatste advies aan festivalorganisatoren: zoek actief de verbinding met de lokale omgeving. “Onder de noemer North Sea Round Town heeft North Sea Jazz al jaren een grotendeels gratis spin-off in de héle stad. Een perfect voorbeeld van hoe je als festival de verbinding kunt zoeken met de gemeenschap.”

BURGEMEESTER AAN HET WOORD

“Hilvarenbeek, de festivalgemeente bij uitstek.”

Best Kept Secret, Decibel Outdoor, WOO HAH!: voor een relatief kleine gemeente kent Hilvarenbeek een behoorlijk hoge festivaldichtheid. Het uitgestrekte terrein nabij safaripark de Beekse Bergen is een belangrijke troef, erkent burgemeester Ryan Palmen. “Festivals zitten in het DNA van Hilvarenbeek; van oudsher wortelen we hier in een traditie van samen vieren, van gemeenschapszin. We prijzen ons dan ook gelukkig met zo’n mooie locatie met goede faciliteiten binnen de gemeentegrenzen.”

Tegelijkertijd erkent Ryan dat grote (muziek)festivals als die in Hilvarenbeek ook hun keerzijde kunnen hebben. Er is wel een verschil tussen last en overlast. Als lokale overheid stellen wij onder meer geluidsnormen vast, en gedurende een festival doen we 24 uur per dag aan handhaving. Wat overigens niet wil zeggen dat mensen geen last kunnen hebben. Met het oog op de draagkracht van de omgeving kiezen we er daarom bewust voor om jaarlijks maximaal vier festivals toe te staan, verspreid over het festivalseizoen. Ook hebben we onderzocht welk effect de festivals hebben op de omringende natuur en de dieren in het naastgelegen safaripark. Gelukkig blijken die goed bestand te zijn tegen het geluid.”

Elke vergunning is weer maatwerk, benadrukt Ryan. “Waar een festival als Decibel wordt bevolkt door dj’s met een vrij beperkt arsenaal aan apparatuur, heb je bij Best Kept Secret te maken met tientallen bands met vrachtwagens vol spullen. In die zin is elk festival in logistiek en productioneel opzicht helemaal anders, en kan bij het verlenen van een vergunning dan ook geen sprake zijn van eenheidsworst. Wel vragen we vergunningen op bij collega-gemeentes als Landgraaf en Haarlemmermeer. Hoe gaan zíj om met de grote festivals binnen hun grenzen?”

Festivals moeten meer oog hebben voor de omgeving, zo hoorden we eerder deze avond al een paar keer geopperd worden. Een oproep waar ook Ryan zich in kan vinden? “Absoluut. Hoe zouden we bijvoorbeeld de kracht van de vele festivals in Hilvarenbeek kunnen benutten om lokale bandjes en dj’s in het jongerencentrum een stap verder te helpen? Het is interessant om daarover na te denken. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat verbinding met de omgeving een aflaat wordt: festivals die ‘iets doen voor de buurt’, maar waarbij tegelijkertijd de échte betrokkenheid ontbreekt.”

BURGEMEESTER AAN HET WOORD

“Hilvarenbeek, de festivalgemeente bij uitstek.”

Best Kept Secret, Decibel Outdoor, WOO HAH!: voor een relatief kleine gemeente kent Hilvarenbeek een behoorlijk hoge festivaldichtheid. Het uitgestrekte terrein nabij safaripark de Beekse Bergen is een belangrijke troef, erkent burgemeester Ryan Palmen. “Festivals zitten in het DNA van Hilvarenbeek; van oudsher wortelen we hier in een traditie van samen vieren, van gemeenschapszin. We prijzen ons dan ook gelukkig met zo’n mooie locatie met goede faciliteiten binnen de gemeentegrenzen.”

Tegelijkertijd erkent Ryan dat grote (muziek)festivals als die in Hilvarenbeek ook hun keerzijde kunnen hebben. Er is wel een verschil tussen last en overlast. Als lokale overheid stellen wij onder meer geluidsnormen vast, en gedurende een festival doen we 24 uur per dag aan handhaving. Wat overigens niet wil zeggen dat mensen geen last kunnen hebben. Met het oog op de draagkracht van de omgeving kiezen we er daarom bewust voor om jaarlijks maximaal vier festivals toe te staan, verspreid over het festivalseizoen. Ook hebben we onderzocht welk effect de festivals hebben op de omringende natuur en de dieren in het naastgelegen safaripark. Gelukkig blijken die goed bestand te zijn tegen het geluid.”

Elke vergunning is weer maatwerk, benadrukt Ryan. “Waar een festival als Decibel wordt bevolkt door dj’s met een vrij beperkt arsenaal aan apparatuur, heb je bij Best Kept Secret te maken met tientallen bands met vrachtwagens vol spullen. In die zin is elk festival in logistiek en productioneel opzicht helemaal anders, en kan bij het verlenen van een vergunning dan ook geen sprake zijn van eenheidsworst. Wel vragen we vergunningen op bij collega-gemeentes als Landgraaf en Haarlemmermeer. Hoe gaan zíj om met de grote festivals binnen hun grenzen?”

Festivals moeten meer oog hebben voor de omgeving, zo hoorden we eerder deze avond al een paar keer geopperd worden. Een oproep waar ook Ryan zich in kan vinden? “Absoluut. Hoe zouden we bijvoorbeeld de kracht van de vele festivals in Hilvarenbeek kunnen benutten om lokale bandjes en dj’s in het jongerencentrum een stap verder te helpen? Het is interessant om daarover na te denken. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat verbinding met de omgeving een aflaat wordt: festivals die ‘iets doen voor de buurt’, maar waarbij tegelijkertijd de échte betrokkenheid ontbreekt.”

Typisch Brabants?

Wat is nu eigenlijk typisch Brabants aan festivals? En ís er überhaupt zoiets als het typische Brabantse festival? Een eenduidig antwoord op die vragen lijkt, ook na een kleine twee uur aan levendige discussie op zowel het podium als in de zaal, niet voorhanden. Om toch de eerste voorzichtige contouren van een (toekomstig) Brabants festivalbeleid te kunnen schetsen, maakt dagvoorzitter Ruben Maes een korte afsluitende ronde door de zaal: aan welk criterium zou ‘typisch Brabants’ festivalbeleid moeten voldoen?

Die vraag levert een fraaie lijst aan steekwoorden op: ‘bourgondisme’, eigenwijs, onderscheidend, vernieuwend, voor elkaar, geen copy-paste, geworteld in Brabant, spelen met het DNA van stad of regio, het festival als coöperatie, versterking van de gemeenschap, ruimhartig, gastvrij, de wil om samen te werken… Al met al een goede aanzet voor een nadere verkenning naar dé Brabantse festivalcultuur.

Typisch Brabants?

Wat is nu eigenlijk typisch Brabants aan festivals? En ís er überhaupt zoiets als het typische Brabantse festival? Een eenduidig antwoord op die vragen lijkt, ook na een kleine twee uur aan levendige discussie op zowel het podium als in de zaal, niet voorhanden. Om toch de eerste voorzichtige contouren van een (toekomstig) Brabants festivalbeleid te kunnen schetsen, maakt dagvoorzitter Ruben Maes een korte afsluitende ronde door de zaal: aan welk criterium zou ‘typisch Brabants’ festivalbeleid moeten voldoen?

Die vraag levert een fraaie lijst aan steekwoorden op: ‘bourgondisme’, eigenwijs, onderscheidend, vernieuwend, voor elkaar, geen copy-paste, geworteld in Brabant, spelen met het DNA van stad of regio, het festival als coöperatie, versterking van de gemeenschap, ruimhartig, gastvrij, de wil om samen te werken… Al met al een goede aanzet voor een nadere verkenning naar dé Brabantse festivalcultuur.

Top