Scroll to top
Brandpunt, Breda, 26 maart 2019

CultuurCafé #3 – Moderne tradities


Over de verbinding van ambacht en innovatie

Brandpunt, Breda, 26 maart 2019

CultuurCafé #3 – Moderne tradities


Over de verbinding van ambacht en innovatie

BRABANT: SUBTIELE BALANS TUSSEN VERLEDEN EN TOEKOMST

Moderniteit versus traditie

Wie iets wil begrijpen van ambachtelijkheid, zou volgens hoogleraar Wijsbegeerte Gabriël van den Brink éérst iets moeten weten over natuurlijke evolutie. Al sinds het allerprilste begin geeft de natuur haar DNA door aan volgende generaties, geduldig stapelend, tot er vanzelf iets van evolutie zichtbaar wordt. Precies zo werkt de culturele geschiedenis, betoogt Van den Brink. “Mensen zijn lerende wezens, die leren door na te bootsen. Van de eerste jagers-verzamelaars die hun jagersvaardigheden doorgaven tot onze medici, stratenmakers en leerkrachten: allemaal leren ze door te kijken, te luisteren en – vooral – veel te oefenen. Veel van hun kennis is tacit knowledge: het zit opgeslagen in hun handen en hun hoofd. Dat is de basis van ambachtelijkheid: ingesleten reflexen, die voortborduren op eeuwenlange evolutie.”

Vanaf 1800 is ambachtelijk werk volgens Gabriël onder druk komen te staan, door kapitalisme, marktwerking en industrialisatie. “Sinds de opkomst van het neoliberalisme, vanaf 1980, is dat proces verder versneld. Onder druk van verdienmodellen, verantwoording en regulatie zijn een heleboel vormen van ambachtelijkheid gemarginaliseerd en vernietigd.”

BRABANT: SUBTIELE BALANS TUSSEN VERLEDEN EN TOEKOMST

Moderniteit versus traditie

Wie iets wil begrijpen van ambachtelijkheid, zou volgens hoogleraar Wijsbegeerte Gabriël van den Brink éérst iets moeten weten over natuurlijke evolutie. Al sinds het allerprilste begin geeft de natuur haar DNA door aan volgende generaties, geduldig stapelend, tot er vanzelf iets van evolutie zichtbaar wordt. Precies zo werkt de culturele geschiedenis, betoogt Van den Brink. “Mensen zijn lerende wezens, die leren door na te bootsen. Van de eerste jagers-verzamelaars die hun jagersvaardigheden doorgaven tot onze medici, stratenmakers en leerkrachten: allemaal leren ze door te kijken, te luisteren en – vooral – veel te oefenen. Veel van hun kennis is tacit knowledge: het zit opgeslagen in hun handen en hun hoofd. Dat is de basis van ambachtelijkheid: ingesleten reflexen, die voortborduren op eeuwenlange evolutie.”

Vanaf 1800 is ambachtelijk werk volgens Gabriël onder druk komen te staan, door kapitalisme, marktwerking en industrialisatie. “Sinds de opkomst van het neoliberalisme, vanaf 1980, is dat proces verder versneld. Onder druk van verdienmodellen, verantwoording en regulatie zijn een heleboel vormen van ambachtelijkheid gemarginaliseerd en vernietigd.”

De tegenbeweging die deze creative destruction oproept, illustreert Gabriël met een verhaal over zijn vader, kunstschilder Rien van den Brink. “Mijn vader werkte heel traditioneel, met olieverf en linnen, in een figuratieve stijl. Prachtig, maar in het Van Abbemuseum in Eindhoven hing hele andere, avantgardistische kunst: hoe abstracter, hoe beter. Die spanning tussen mijn vaders werk – waar ik als kind enorm trots op was – en de moderne kunstopvattingen zit mij nog altijd dwars. Des te mooier vind ik het dus dat mijn jongste zoon het roer heeft omgegooid en nu als kunstenaar weer met zijn handen werkt. Daarmee is de cirkel voor mij rond.”

Volgens Gabriël hangt er iets ‘in de lucht’: jongere generaties tonen weer meer interesse in het handvaardige en het meditatieve. “Totale vernieuwing is onleefbaar, dan houd je niks over. Maar alleen maar in het verleden blijven hangen brengt je óók niet verder. Juist daarom is Brabant zo interessant: het is bij uitstek een provincie waar van oudsher een subtiele balans is ontstaan tussen innovatie en traditie. De arme boeren op de onvruchtbare Brabantse zandgronden moesten wel ondernemen en samenwerken om vooruit te komen; tegelijkertijd wortelden ze in een katholieke cultuur die werd gekenmerkt door theater, beelden en ambachtelijkheid. Juist vanuit dat nog altijd voelbare verleden is Brabant – net als bijvoorbeeld Beieren – uitstekend gepositioneerd voor de toekomst: modern en innovatief, maar ook conservatief en wortelend in een ambachtelijke traditie.”

“Juist Brabant kent een subtiele balans tussen innovatie en traditie.”

De tegenbeweging die deze creative destruction oproept, illustreert Gabriël met een verhaal over zijn vader, kunstschilder Rien van den Brink. “Mijn vader werkte heel traditioneel, met olieverf en linnen, in een figuratieve stijl. Prachtig, maar in het Van Abbemuseum in Eindhoven hing hele andere, avantgardistische kunst: hoe abstracter, hoe beter. Die spanning tussen mijn vaders werk – waar ik als kind enorm trots op was – en de moderne kunstopvattingen zit mij nog altijd dwars. Des te mooier vind ik het dus dat mijn jongste zoon het roer heeft omgegooid en nu als kunstenaar weer met zijn handen werkt. Daarmee is de cirkel voor mij rond.”

Volgens Gabriël hangt er iets ‘in de lucht’: jongere generaties tonen weer meer interesse in het handvaardige en het meditatieve. “Totale vernieuwing is onleefbaar, dan houd je niks over. Maar alleen maar in het verleden blijven hangen brengt je óók niet verder. Juist daarom is Brabant zo interessant: het is bij uitstek een provincie waar van oudsher een subtiele balans is ontstaan tussen innovatie en traditie. De arme boeren op de onvruchtbare Brabantse zandgronden moesten wel ondernemen en samenwerken om vooruit te komen; tegelijkertijd wortelden ze in een katholieke cultuur die werd gekenmerkt door theater, beelden en ambachtelijkheid. Juist vanuit dat nog altijd voelbare verleden is Brabant – net als bijvoorbeeld Beieren – uitstekend gepositioneerd voor de toekomst: modern en innovatief, maar ook conservatief en wortelend in een ambachtelijke traditie.”

“Juist Brabant kent een subtiele balans tussen innovatie en traditie.”

KUNSTENAARS AAN HET WOORD

De kunst van het maken

De kieuwen van een vis. Het magenstelsel van een koe. De blindedarm van een paard. Visueel kunstenaar Mandy den Elzen bewerkt dierlijke ingewanden en stelt ze, losgezongen van hun oorspronkelijke context, tentoon onder een glazen stolp. Ze verkent op die manier de essentie en uitdrukkingskracht van natuurlijke en dierlijke materialen. “Ik begon ooit als ontwerper van schalen en lampen, maar al snel dacht ik: waarom zou ik dit maken als de natuur van zichzelf al zo bijzonder is? Om een lamp te maken, moest ik gaan snijden en knippen in natuurlijk materiaal – en dat begon steeds meer te wringen.”

“Ik zie mijn huidige werk meer als een eerbetoon aan de natuur. Als je op de markt een vis ziet liggen, word je toch nieuwsgierig: wat zit erin? Als je een vis opensnijdt, kom je veel viezigheid tegen in de vorm van bloed en ingewanden. Maar als je dat allemaal weghaalt, kun je de natuur beschouwen zoals die is, zonder nare bijsmaak. Dan krijg je écht waardering voor hoe ingenieus zo’n maag, kieuw of darmstelsel in elkaar zit.”

“Mijn werk is een eerbetoon aan de natuur.”

KUNSTENAARS AAN HET WOORD

De kunst van het maken

De kieuwen van een vis. Het magenstelsel van een koe. De blindedarm van een paard. Visueel kunstenaar Mandy den Elzen bewerkt dierlijke ingewanden en stelt ze, losgezongen van hun oorspronkelijke context, tentoon onder een glazen stolp. Ze verkent op die manier de essentie en uitdrukkingskracht van natuurlijke en dierlijke materialen. “Ik begon ooit als ontwerper van schalen en lampen, maar al snel dacht ik: waarom zou ik dit maken als de natuur van zichzelf al zo bijzonder is? Om een lamp te maken, moest ik gaan snijden en knippen in natuurlijk materiaal – en dat begon steeds meer te wringen.”

“Ik zie mijn huidige werk meer als een eerbetoon aan de natuur. Als je op de markt een vis ziet liggen, word je toch nieuwsgierig: wat zit erin? Als je een vis opensnijdt, kom je veel viezigheid tegen in de vorm van bloed en ingewanden. Maar als je dat allemaal weghaalt, kun je de natuur beschouwen zoals die is, zonder nare bijsmaak. Dan krijg je écht waardering voor hoe ingenieus zo’n maag, kieuw of darmstelsel in elkaar zit.”

“Mijn werk is een eerbetoon aan de natuur.”

Ontwerper Florian de Visser observeert graag en vertaalt die observaties vervolgens naar een site story: ambachtelijk gemaakte maquettes die een fysiek verhaal vertellen over een bepaalde plek. Zoals die installatie die hij maakte over de Venetiaanse toeristenkraampjes, met romantische schilderijtjes van de Italiaanse stad. “Hoe ambachtelijk worden die schilderijtjes eigenlijk nog gemaakt? Maakt de kraamhouder ze zelf, of komen ze uit een fabriek in China? En als ze in China gemaakt worden, welke relatie onderhouden ze dan nog met de identiteit van Venetië? Dat soort vragen kwam bij me op. Iets fysiek maken helpt vervolgens enorm bij het nadenken erover.”

“Denken en maken hebben veel invloed op elkaar, is mijn ervaring. Je ziet ook steeds vaker dat bijvoorbeeld fablabs een plek krijgen in bibliotheken. Denken en maken, moderniteit en ambacht: het zijn geen gescheiden werelden meer. Ik zie het ook bij mij in Eindhoven: ontwerpers en kunstenaars zitten niet meer de hele dag in hun ateliertje, maar gaan erop uit en zetten hun ambacht vervolgens in om naar de toekomst te kijken.”

“Denken en maken hebben veel invloed op elkaar.”

Ontwerper Florian de Visser observeert graag en vertaalt die observaties vervolgens naar een site story: ambachtelijk gemaakte maquettes die een fysiek verhaal vertellen over een bepaalde plek. Zoals die installatie die hij maakte over de Venetiaanse toeristenkraampjes, met romantische schilderijtjes van de Italiaanse stad. “Hoe ambachtelijk worden die schilderijtjes eigenlijk nog gemaakt? Maakt de kraamhouder ze zelf, of komen ze uit een fabriek in China? En als ze in China gemaakt worden, welke relatie onderhouden ze dan nog met de identiteit van Venetië? Dat soort vragen kwam bij me op. Iets fysiek maken helpt vervolgens enorm bij het nadenken erover.”

“Denken en maken hebben veel invloed op elkaar, is mijn ervaring. Je ziet ook steeds vaker dat bijvoorbeeld fablabs een plek krijgen in bibliotheken. Denken en maken, moderniteit en ambacht: het zijn geen gescheiden werelden meer. Ik zie het ook bij mij in Eindhoven: ontwerpers en kunstenaars zitten niet meer de hele dag in hun ateliertje, maar gaan erop uit en zetten hun ambacht vervolgens in om naar de toekomst te kijken.”

“Denken en maken hebben veel invloed op elkaar.”

DISCUSSIE MET DE ZAAL

Weg uit de bubbel

Wat betekent dit alles nou voor de verhouding tussen traditie, ambacht en de analoge wereld aan de ene, en moderniteit, innovatie en de digitale wereld aan de ándere kant? Gabriël constateert dat woorden als innovatie, vernieuwing en moderniteit, na een piek eind jaren negentig, sinds 2000 een stuk minder gebruikt worden. “In het ideale geval zijn traditie en moderniteit met elkaar in balans. Momenteel zie je de belangstelling voor innovatie wegvallen, alsof mensen er hun buik van vol hebben. Ja, bestuurders willen altijd vooruit: met Europese integratie, maar ook met bijvoorbeeld digitalisering van overheidsdiensten. Maar het leven zelf is boven alles een fysieke aangelegenheid. Als je denkt dat een scherm fysiek contact kan vervangen, is dat een hele beperkte opvatting van het leven.”

Vanuit het publiek komt de vraag hoe het toch kan dat behoudende partijen als het Forum voor Democratie – en, eerder, de LPF van Pim Fortuyn – vooral in West-Brabant zo goed scoren. Volgens Gabriël moet een stem op die partijen niet zozeer worden gezien als een zucht naar het oude, maar vooral als een stem tégen de elite. “In het oosten van de provincie werken elite en non-elite van oudsher veel meer samen. De betrekkingen zijn er van oudsher wat soepeler.” De hang naar het verleden zie je volgens een aanwezige wel duidelijk terug in onze gebouwen. Klopt, constateert ook Gabriël. “Kijk maar naar de herbestemming het Klokgebouw in Eindhoven: dat gebouw verwijst nadrukkelijk naar het roemrijke industriële verleden van de stad. Er is sprake van een brede herwaardering van het verleden.”

Ook naar aanleiding van de presentatie van Mandy en Florian wordt er nagepraat met elkaar en met het publiek. Traditie en moderniteit zijn volgens Florian geen gescheiden werelden; het ambacht wordt steeds meer ingezet om naar de toekomst te kijken, en de waardering voor ambachtslieden groeit weer. Tegelijkertijd verkeren mensen die met hun hoofd, en mensen die met hun handen werken, vaak nog in hun eigen ‘bubbel’. Mandy’s vrienden- en kennissenkring telt weinig accountmanagers, inkopers of HR-medewerkers, geeft ze toe. “We spreken een andere taal. Als ik om vier uur een afspraak heb met een andere kunstenaar, dan snapt hij of zij heel goed dat ik die afspraak verzet als ik net lekker bezig ben. Dat zal niet iedereen begrijpen.” De twee accountants in het publiek kennen op hun beurt maar weinig kunstenaars, ambachtslieden of andere mensen die vooral met hun handen werken, erkennen ze. “Juist daarom proberen we ook steeds beter naar de mens áchter de cijfers te kijken. In die zin biedt deze avond zeker aanknopingspunten.”

DISCUSSIE MET DE ZAAL

Weg uit de bubbel

Wat betekent dit alles nou voor de verhouding tussen traditie, ambacht en de analoge wereld aan de ene, en moderniteit, innovatie en de digitale wereld aan de ándere kant? Gabriël constateert dat woorden als innovatie, vernieuwing en moderniteit, na een piek eind jaren negentig, sinds 2000 een stuk minder gebruikt worden. “In het ideale geval zijn traditie en moderniteit met elkaar in balans. Momenteel zie je de belangstelling voor innovatie wegvallen, alsof mensen er hun buik van vol hebben. Ja, bestuurders willen altijd vooruit: met Europese integratie, maar ook met bijvoorbeeld digitalisering van overheidsdiensten. Maar het leven zelf is boven alles een fysieke aangelegenheid. Als je denkt dat een scherm fysiek contact kan vervangen, is dat een hele beperkte opvatting van het leven.”

Vanuit het publiek komt de vraag hoe het toch kan dat behoudende partijen als het Forum voor Democratie – en, eerder, de LPF van Pim Fortuyn – vooral in West-Brabant zo goed scoren. Volgens Gabriël moet een stem op die partijen niet zozeer worden gezien als een zucht naar het oude, maar vooral als een stem tégen de elite. “In het oosten van de provincie werken elite en non-elite van oudsher veel meer samen. De betrekkingen zijn er van oudsher wat soepeler.” De hang naar het verleden zie je volgens een aanwezige wel duidelijk terug in onze gebouwen. Klopt, constateert ook Gabriël. “Kijk maar naar de herbestemming het Klokgebouw in Eindhoven: dat gebouw verwijst nadrukkelijk naar het roemrijke industriële verleden van de stad. Er is sprake van een brede herwaardering van het verleden.”

Ook naar aanleiding van de presentatie van Mandy en Florian wordt er nagepraat met elkaar en met het publiek. Traditie en moderniteit zijn volgens Florian geen gescheiden werelden; het ambacht wordt steeds meer ingezet om naar de toekomst te kijken, en de waardering voor ambachtslieden groeit weer. Tegelijkertijd verkeren mensen die met hun hoofd, en mensen die met hun handen werken, vaak nog in hun eigen ‘bubbel’. Mandy’s vrienden- en kennissenkring telt weinig accountmanagers, inkopers of HR-medewerkers, geeft ze toe. “We spreken een andere taal. Als ik om vier uur een afspraak heb met een andere kunstenaar, dan snapt hij of zij heel goed dat ik die afspraak verzet als ik net lekker bezig ben. Dat zal niet iedereen begrijpen.” De twee accountants in het publiek kennen op hun beurt maar weinig kunstenaars, ambachtslieden of andere mensen die vooral met hun handen werken, erkennen ze. “Juist daarom proberen we ook steeds beter naar de mens áchter de cijfers te kijken. In die zin biedt deze avond zeker aanknopingspunten.”

Top