Scroll to top
Cultuurcentrum Martien van Doorne, Deurne, 12 februari 2019

CultuurCafé #2 – Van onderop


Over de vitaliteit van de culturele voedingsbodem in Brabant

Cultuurcentrum Martien van Doorne, Deurne, 12 februari 2019

CultuurCafé #2 – Van onderop


Over de vitaliteit van de culturele voedingsbodem in Brabant

Hoe vitaal is onze culturele voedingsbodem?

Toonaangevende festivals, corso’s, carnaval, bloeiende muziek- en toneelgezelschappen: Noord-Brabant kent een bruisend verenigingsleven en een actieve cultuurparticipatie, die vaak vertrekt vanuit een hecht, sociaal weefsel. Het willen verbinden hoort bij de Brabantse mentaliteit. Cultuur is sociaal cement: samen werken aan een voorstelling, bloemencorso of carnavalswagen bindt de lokale gemeenschap. Het voedt de hang naar het eigene en stimuleert de creativiteit en verbeeldingskracht.

Maar hoe krachtig is het (samen)bindend vermogen van cultuur nog in tijden van individualisering, internet en sociale media? Daar waar het gemeenschapsgevoel het grootst is, vaak in de dorpen en op het platteland, trekken jonge mensen weg. Bovendien bemoeit de door overheid en markt gedomineerde ‘systeemwereld’ zich maar wat graag met de commons, de dragende, bottom-up (zelf)bestuurde gemeenschappen.

Tijdens het tweede CultuurCafé, op dinsdag 12 februari in Deurne, gingen zo’n honderd aanwezigen onder leiding van dagvoorzitter Ruben Maes met elkaar in gesprek. Over de verhouding tussen systeemwereld en commons, over de Brabantsedag en de koe van Esbeek, over lichte gemeenschappen en happy infiltrators. En over tal van andere zaken die raken aan de vitaliteit van onze culturele voedingsbodem.

Hoe vitaal is onze culturele voedingsbodem?

Toonaangevende festivals, corso’s, carnaval, bloeiende muziek- en toneelgezelschappen: Noord-Brabant kent een bruisend verenigingsleven en een actieve cultuurparticipatie, die vaak vertrekt vanuit een hecht, sociaal weefsel. Het willen verbinden hoort bij de Brabantse mentaliteit. Cultuur is sociaal cement: samen werken aan een voorstelling, bloemencorso of carnavalswagen bindt de lokale gemeenschap. Het voedt de hang naar het eigene en stimuleert de creativiteit en verbeeldingskracht.

Maar hoe krachtig is het (samen)bindend vermogen van cultuur nog in tijden van individualisering, internet en sociale media? Daar waar het gemeenschapsgevoel het grootst is, vaak in de dorpen en op het platteland, trekken jonge mensen weg. Bovendien bemoeit de door overheid en markt gedomineerde ‘systeemwereld’ zich maar wat graag met de commons, de dragende, bottom-up (zelf)bestuurde gemeenschappen.

Tijdens het tweede CultuurCafé, op dinsdag 12 februari in Deurne, gingen zo’n honderd aanwezigen onder leiding van dagvoorzitter Ruben Maes met elkaar in gesprek. Over de verhouding tussen systeemwereld en commons, over de Brabantsedag en de koe van Esbeek, over lichte gemeenschappen en happy infiltrators. En over tal van andere zaken die raken aan de vitaliteit van onze culturele voedingsbodem.

DE (ON)MACHT VAN DE GEMEENSCHAP

Over commons en de systeemwereld

De geest van Banksy waart rond in Deurne als cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers zijn presentatie begint. Een voor een haalt hij de A4’tjes van zijn presentatie door een shredder, daarmee uiteraard verwijzend naar de anarchistische actie waarbij de Britse kunstenaar afgelopen najaar zijn nét geveilde schilderij Girl with Balloon vernietigde. Gerard schetst hoe Banksy in dezelfde periode een bescheiden industriestadje in Wales (Port Talbot) veranderde in een bedevaartsoord voor kunstliefhebbers, door op een schijnbaar willekeurig gekozen schuurtje een muurschildering te maken. Die muurschildering – die verwijst naar de overlast veroorzakende staalfabrikant Tata Steel – laat de dorpsbewoners en (vooral) de eigenaar van het schuurtje in verwarring achter.

Banksy is enorm relevant voor het verhaal dat Gerard vanavond wil vertellen. “Met één enkele actie verenigt Banksy hoge en lage cultuur, hij geeft met zijn werk betekenis aan de locatie zélf. Ook is er onduidelijkheid over het eigenaarschap: het werk is niet meer van Banksy zelf, maar is het daarmee automatisch van de schuurbezitter geworden? Door het kunstwerk op deze manier aan de wereld te schenken creëert hij met één enkele interventie een open acces good, dat voor iedereen toegankelijk is.”

“Cultuur is een open access good.”

Wat je volgens Gerard ziet is dat ook een open acces good als cultuur al snel door die systeemwereld wordt geclaimd en vermarkt. “Een zich aan de regels onttrekkende kunstenaar als Banksy zou hier in Brabant waarschijnlijk geen subsidie krijgen. Nog even afgezien van de vraag of Banksy daar zelf wakker van ligt: onze bestuurlijke systeemwereld zou de procedurele bakens meer moeten verzetten en meer ruimte moeten geven aan experimentele processen. Kijk eens naar Sevilla, waar kunstenaars de ruimte krijgen om verweesde plekken te ontwikkelen, en waar op die manier nieuwe commons en enorm interessante projecten ontstaan.”

“Brabant, toon lef!”

DE (ON)MACHT VAN DE GEMEENSCHAP

Over commons en de systeemwereld

De geest van Banksy waart rond in Deurne als cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers zijn presentatie begint. Een voor een haalt hij de A4’tjes van zijn presentatie door een shredder, daarmee uiteraard verwijzend naar de anarchistische actie waarbij de Britse kunstenaar afgelopen najaar zijn nét geveilde schilderij Girl with Balloon vernietigde. Gerard schetst hoe Banksy in dezelfde periode een bescheiden industriestadje in Wales (Port Talbot) veranderde in een bedevaartsoord voor kunstliefhebbers, door op een schijnbaar willekeurig gekozen schuurtje een muurschildering te maken. Die muurschildering – die verwijst naar de overlast veroorzakende staalfabrikant Tata Steel – laat de dorpsbewoners en (vooral) de eigenaar van het schuurtje in verwarring achter.

Banksy is enorm relevant voor het verhaal dat Gerard vanavond wil vertellen. “Met één enkele actie verenigt Banksy hoge en lage cultuur, hij geeft met zijn werk betekenis aan de locatie zélf. Ook is er onduidelijkheid over het eigenaarschap: het werk is niet meer van Banksy zelf, maar is het daarmee automatisch van de schuurbezitter geworden? Door het kunstwerk op deze manier aan de wereld te schenken creëert hij met één enkele interventie een open acces good, dat voor iedereen toegankelijk is.”

“Cultuur is een open access good.”

Wat je volgens Gerard ziet is dat ook een open acces good als cultuur al snel door die systeemwereld wordt geclaimd en vermarkt. “Een zich aan de regels onttrekkende kunstenaar als Banksy zou hier in Brabant waarschijnlijk geen subsidie krijgen. Nog even afgezien van de vraag of Banksy daar zelf wakker van ligt: onze bestuurlijke systeemwereld zou de procedurele bakens meer moeten verzetten en meer ruimte moeten geven aan experimentele processen. Kijk eens naar Sevilla, waar kunstenaars de ruimte krijgen om verweesde plekken te ontwikkelen, en waar op die manier nieuwe commons en enorm interessante projecten ontstaan.”

“Brabant, toon lef!”

VERHALEN UIT DE PRAKTIJK – VAN REGELS NAAR RUIMTE

Marinus Biemans, wethouder Deurne
“Ruimte bieden voor initiatief van onderop is een belangrijke taak voor mij als wethouder. Tegelijkertijd schiet dat er in de waan van de dag toch nog wel eens bij in; je bent als wethouder gewoon vaak druk met doelen en dingen regelen. Gelukkig lukt het soms wél om die ruimte te bieden. Bijvoorbeeld met het project Deurne Doet ‘t, waarbij inwoners de ruimte krijgen om zelf het initiatief te nemen en de gemeente hen waar mogelijk ondersteunt. Eerlijk is eerlijk: het project is ontstaan vanuit bezuinigingen. Maar het heeft wel veel mooie zaken opgeleverd, zoals een nieuwe sporthal in Deurne en nieuwe bestrating in Neerkant. Of neem het Tuinpad Festival, een nieuw festival vol kunst en cultuur dat helemaal is opgezet door de inwoners. Een mooi voorbeeld van wat er kan gebeuren als je mensen meer ruimte geeft.”

“Er kan veel moois gebeuren als je mensen meer ruimte geeft.”

Boukje van Ettro-Gijsberts, voorzitter Brabantsedag Heeze
“De Brabantsedag organiseren we dit jaar voor het 62e jaar op rij. Alle praalwagens en de hele organisatie eromheen worden allemaal mogelijk gemaakt door een actieve groep van zo’n drieduizend Heezenaren. Ook de jeugd doet volop mee. Oók in de lastige leeftijdscategorie tussen de 15 en 30 jaar. Zij gaan bijvoorbeeld met social media aan de slag. En wil iemand leren timmeren? Dan koppelen we hem of haar aan een oudere dorpsgenoot met verstand van zaken.
Heeze kent een bloeiend verenigingsleven. Het meewerken aan de Brabantsedag overstijgt echter het lidmaatschap van voetbalclub, scouting of fanfare. Ons dorp kent een hechte, voelbare saamhorigheid. Op bestuurlijk niveau ervaren we weinig bemoeienis; de burgemeester gaf aan de Brabantsedag niet te willen vormen, maar hem enkel te koesteren. We houden zowel politiek en bestuur als commerciële partijen ook bewust op afstand; er zou dan een andere dynamiek ontstaan. Laat de passie en betrokkenheid vooral vanuit de vrijwilligers komen.”

“We houden politiek, bestuur en commerciële partijen bewust op afstand.”

Miranda van Bragt, cultuurcoach Oosterhout
“Naast mijn rol als cultuurcoach ben ik cultuurdocent op het Mgr. Frencken College in Oosterhout. Leerlingen worden vaak gezien als een moeilijke doelgroep als het gaat om kunst en cultuur. Toch zijn ze wel degelijk gemotiveerd om ermee aan de slag te gaan, zo lang ze maar voldoende handreikingen en – vooral – voldoende vrijheid krijgen. Zo zijn we nu bezig met een onderzoek naar de vraag wat culturele eigenwijsheid is. Ik laat dingen zien en nodig mensen uit die iets over kunst en cultuur komen vertellen. Maar wat ze straks gaan presenteren weet ik nog niet. Eigenlijk maakt het ook niet uit: het proces an sich is veel belangijker dan de uitkomst. Er moet meer ruimte komen om leerlingen te laten ‘aanklooien’ en zo hun eigen weg te laten ontdekken.
Die ruimte pakten inwoners ook in mijn eigen woonplaats, Den Hout. Nadat de gemeente zijn handen aftrok van de plaatselijke kermis, heeft een groep inwoners het initiatief genomen om er gezamenlijk de schouders onder te zetten. Eigenaarschap, daar gaat het om: geef mensen de ruimte.”

“Eigenaarschap, daar gaat het om.”

VERHALEN UIT DE PRAKTIJK – VAN REGELS NAAR RUIMTE

Marinus Biemans, wethouder Deurne
“Ruimte bieden voor initiatief van onderop is een belangrijke taak voor mij als wethouder. Tegelijkertijd schiet dat er in de waan van de dag toch nog wel eens bij in; je bent als wethouder gewoon vaak druk met doelen en dingen regelen. Gelukkig lukt het soms wél om die ruimte te bieden. Bijvoorbeeld met het project Deurne Doet ‘t, waarbij inwoners de ruimte krijgen om zelf het initiatief te nemen en de gemeente hen waar mogelijk ondersteunt. Eerlijk is eerlijk: het project is ontstaan vanuit bezuinigingen. Maar het heeft wel veel mooie zaken opgeleverd, zoals een nieuwe sporthal in Deurne en nieuwe bestrating in Neerkant. Of neem het Tuinpad Festival, een nieuw festival vol kunst en cultuur dat helemaal is opgezet door de inwoners. Een mooi voorbeeld van wat er kan gebeuren als je mensen meer ruimte geeft.”

“Er kan veel moois gebeuren als je mensen meer ruimte geeft.”

Boukje van Ettro-Gijsberts, voorzitter Brabantsedag Heeze
“De Brabantsedag organiseren we dit jaar voor het 62e jaar op rij. Alle praalwagens en de hele organisatie eromheen worden allemaal mogelijk gemaakt door een actieve groep van zo’n drieduizend Heezenaren. Ook de jeugd doet volop mee. Oók in de lastige leeftijdscategorie tussen de 15 en 30 jaar. Zij gaan bijvoorbeeld met social media aan de slag. En wil iemand leren timmeren? Dan koppelen we hem of haar aan een oudere dorpsgenoot met verstand van zaken.
Heeze kent een bloeiend verenigingsleven. Het meewerken aan de Brabantsedag overstijgt echter het lidmaatschap van voetbalclub, scouting of fanfare. Ons dorp kent een hechte, voelbare saamhorigheid. Op bestuurlijk niveau ervaren we weinig bemoeienis; de burgemeester gaf aan de Brabantsedag niet te willen vormen, maar hem enkel te koesteren. We houden zowel politiek en bestuur als commerciële partijen ook bewust op afstand; er zou dan een andere dynamiek ontstaan. Laat de passie en betrokkenheid vooral vanuit de vrijwilligers komen.”

“We houden politiek, bestuur en commerciële partijen bewust op afstand.”

Miranda van Bragt, cultuurcoach Oosterhout
“Naast mijn rol als cultuurcoach ben ik cultuurdocent op het Mgr. Frencken College in Oosterhout. Leerlingen worden vaak gezien als een moeilijke doelgroep als het gaat om kunst en cultuur. Toch zijn ze wel degelijk gemotiveerd om ermee aan de slag te gaan, zo lang ze maar voldoende handreikingen en – vooral – voldoende vrijheid krijgen. Zo zijn we nu bezig met een onderzoek naar de vraag wat culturele eigenwijsheid is. Ik laat dingen zien en nodig mensen uit die iets over kunst en cultuur komen vertellen. Maar wat ze straks gaan presenteren weet ik nog niet. Eigenlijk maakt het ook niet uit: het proces an sich is veel belangijker dan de uitkomst. Er moet meer ruimte komen om leerlingen te laten ‘aanklooien’ en zo hun eigen weg te laten ontdekken.
Die ruimte pakten inwoners ook in mijn eigen woonplaats, Den Hout. Nadat de gemeente zijn handen aftrok van de plaatselijke kermis, heeft een groep inwoners het initiatief genomen om er gezamenlijk de schouders onder te zetten. Eigenaarschap, daar gaat het om: geef mensen de ruimte.”

“Eigenaarschap, daar gaat het om.”

OVER LICHTE GEMEENSCHAPPEN EN HAPPY INFILTRATORS

Hack de spelregels

Als ‘De Ruimtemaker’ verbindt Frans Soeterbroek de werelden van omgevingsbeleid, stads- en gebiedsontwikkeling met die van democratische vernieuwing, collectieve intelligentie en sociaal kapitaal. Zelf komt Frans niet uit Brabant en óók niet uit de culturele beweging, maar in zijn woonplaats Utrecht is hij wel nauw betrokken bij de bottum-up stadsmakersbeweging, vertelt hij. “We zijn al vijf jaar bezig om de hele systeemwereld, zoals Gerard dat noemt, om te turnen. Een voorbeeld: enkele jaren geleden bleek er tijdens een bouwbeurs in München een ‘Utrecht-tafel’ te zijn belegd: een besloten diner waarbij honderd mensen – ambtenaren, projectontwikkelaars en beleggers – de toekomst van de stad gingen bespreken. Wij hebben als tegenzet toen het Utrechtse Vastgoeddiner georganiseerd: een schaduwdiner met honderd mensen. We wilden laten zien: prima dat er over de toekomst van Utrecht wordt gepraat, maar dan wel aan déze tafel en met déze mensen, op deze plek. Maak gebruik van de collectieve intelligentie!”

“Happy infiltrators bemoeien zich op eigen voorwaarden met de systeemwereld”

Het gaat erom de systeemwereld en zijn spelregels te hacken, schetst Frans. “Ik ben een liefhebber van wat kunstenaar Daan Roosegaarde de happy infiltrator noemt: iemand die zich actief bemoeit met de systeemwereld en gebruikmaakt van de daar gangbare processen en instrumenten, maar dan wel op zijn eigen condities en waar nodig ontregelend op zelf gekozen momenten. In Brabant is Rinus van der Heijden uit Sint-Oedenrode een mooi voorbeeld van zo’n happy infiltrator. Hij nam het initiatief voor de ‘Frisdenkersgroep’: een gezelschap van Rooise burgers dat het gemeentebestuur adviseerde over het bijstellen van de toekomstvisie.”

“Mensen worden gelukkig van ontmoetingen met wildvreemden”

Een ander begrip dat Frans aanspreekt is het door socioloog Jan Willem Duyvendak geïntroduceerde concept van open, ‘lichte’ gemeenschappen. “Dan gaat het bijvoorbeeld om vriendenclubs, de hondenuitlaatcommunity en fanclubs: allemaal plekken waar mensen elkaar op een natuurlijke manier tegenkomen en waar sociaal burgerschap tot bloei kan komen. Ook goed om daarbij te bedenken: uit onderzoek blijkt dat mensen gelukkig worden van ontmoetingen met wildvreemden. Open, lichte gemeenschappen bieden ruimte om die ‘vreemde’ ander te ontmoeten.”

OVER LICHTE GEMEENSCHAPPEN EN HAPPY INFILTRATORS

Hack de spelregels

Als ‘De Ruimtemaker’ verbindt Frans Soeterbroek de werelden van omgevingsbeleid, stads- en gebiedsontwikkeling met die van democratische vernieuwing, collectieve intelligentie en sociaal kapitaal. Zelf komt Frans niet uit Brabant en óók niet uit de culturele beweging, maar in zijn woonplaats Utrecht is hij wel nauw betrokken bij de bottum-up stadsmakersbeweging, vertelt hij. “We zijn al vijf jaar bezig om de hele systeemwereld, zoals Gerard dat noemt, om te turnen. Een voorbeeld: enkele jaren geleden bleek er tijdens een bouwbeurs in München een ‘Utrecht-tafel’ te zijn belegd: een besloten diner waarbij honderd mensen – ambtenaren, projectontwikkelaars en beleggers – de toekomst van de stad gingen bespreken. Wij hebben als tegenzet toen het Utrechtse Vastgoeddiner georganiseerd: een schaduwdiner met honderd mensen. We wilden laten zien: prima dat er over de toekomst van Utrecht wordt gepraat, maar dan wel aan déze tafel en met déze mensen, op deze plek. Maak gebruik van de collectieve intelligentie!”

“Happy infiltrators bemoeien zich op eigen voorwaarden met de systeemwereld”

Het gaat erom de systeemwereld en zijn spelregels te hacken, schetst Frans. “Ik ben een liefhebber van wat kunstenaar Daan Roosegaarde de happy infiltrator noemt: iemand die zich actief bemoeit met de systeemwereld en gebruikmaakt van de daar gangbare processen en instrumenten, maar dan wel op zijn eigen condities en waar nodig ontregelend op zelf gekozen momenten. In Brabant is Rinus van der Heijden uit Sint-Oedenrode een mooi voorbeeld van zo’n happy infiltrator. Hij nam het initiatief voor de ‘Frisdenkersgroep’: een gezelschap van Rooise burgers dat het gemeentebestuur adviseerde over het bijstellen van de toekomstvisie.”

“Mensen worden gelukkig van ontmoetingen met wildvreemden”

Een ander begrip dat Frans aanspreekt is het door socioloog Jan Willem Duyvendak geïntroduceerde concept van open, ‘lichte’ gemeenschappen. “Dan gaat het bijvoorbeeld om vriendenclubs, de hondenuitlaatcommunity en fanclubs: allemaal plekken waar mensen elkaar op een natuurlijke manier tegenkomen en waar sociaal burgerschap tot bloei kan komen. Ook goed om daarbij te bedenken: uit onderzoek blijkt dat mensen gelukkig worden van ontmoetingen met wildvreemden. Open, lichte gemeenschappen bieden ruimte om die ‘vreemde’ ander te ontmoeten.”

AFSLUITENDE DISCUSSIE

Over loslaten en een gigantische koe

Genoeg stof voor een afsluitende discussie. Het programma Brabant Remembers, waarbij in 2019 /2020 wordt stilgestaan bij 75 jaar vrijheid in Europa, is volgens een van de aanwezigen exemplarisch voor de kloof tussen systeem- en leefwereld: herdenken zou bottom-up moeten gebeuren, maar inmiddels is het programma grotendeel ‘gekaapt’ door de provincie. Gerard herkent het fenomeen: “Ze gaan ermee lopen, waarna jij verweesd achterblijft: zonder plan en zonder subsidie. Het probleem is dat de systeemwereld graag ideeën ophaalt: overheden en marktpartijen zien eigenaarschap als het hoogste goed en zijn slecht in het delen en beheren. Terwijl eigenaarschap juist over het collectief gaat.”

Overheden bevinden zich vaak in een spagaat, erkent gedeputeerde Henri Swinkels (Leefbaarheid en Cultuur). “We proberen echt goed aan te sluiten bij wat er in de samenleving gebeurt. Zo willen we er met het programma Sociale Veerkracht voor zorgen dat meer mensen kunnen bijdragen aan een goede kwaliteit van leven in Brabant. Onze rol is daarbij vooral kijken naar wat er in die samenleving gebeurt en die initiatieven waar nodig vérder helpen. Niet overnemen, maar meedoen: dat is ons motto. Dat gaat nog niet altijd goed, maar we doen ons best. Ik vraag ook om een klein beetje begrip van de gemeenschap: gun ons de tijd om die omslag goed te maken.”

Volgens Gerard zouden bestuurders mensen (of commons) inderdaad meer in hun kracht moeten zetten en hen onder meer kunnen helpen door hun netwerk in te zetten. “Van de andere kant moeten lokale gemeenschappen ook zelfbewuster worden; wees je bewust van je eigenwaarde. En, misschien wel het belangrijkste: gebruik je verbeeldingskracht! In Esbeek bouwden vrijwilligers van 12.000 eikenhouten latjes een gigantische koe. Of het nu gaat om die Esbeekse koe, de Brabantsedag of het Zundertse bloemencorso: zonder verbeeldingskracht waren ze er nooit gekomen.”

AFSLUITENDE DISCUSSIE

Over loslaten en een gigantische koe

Genoeg stof voor een afsluitende discussie. Het programma Brabant Remembers, waarbij in 2019 /2020 wordt stilgestaan bij 75 jaar vrijheid in Europa, is volgens een van de aanwezigen exemplarisch voor de kloof tussen systeem- en leefwereld: herdenken zou bottom-up moeten gebeuren, maar inmiddels is het programma grotendeel ‘gekaapt’ door de provincie. Gerard herkent het fenomeen: “Ze gaan ermee lopen, waarna jij verweesd achterblijft: zonder plan en zonder subsidie. Het probleem is dat de systeemwereld graag ideeën ophaalt: overheden en marktpartijen zien eigenaarschap als het hoogste goed en zijn slecht in het delen en beheren. Terwijl eigenaarschap juist over het collectief gaat.”

Overheden bevinden zich vaak in een spagaat, erkent gedeputeerde Henri Swinkels (Leefbaarheid en Cultuur). “We proberen echt goed aan te sluiten bij wat er in de samenleving gebeurt. Zo willen we er met het programma Sociale Veerkracht voor zorgen dat meer mensen kunnen bijdragen aan een goede kwaliteit van leven in Brabant. Onze rol is daarbij vooral kijken naar wat er in die samenleving gebeurt en die initiatieven waar nodig vérder helpen. Niet overnemen, maar meedoen: dat is ons motto. Dat gaat nog niet altijd goed, maar we doen ons best. Ik vraag ook om een klein beetje begrip van de gemeenschap: gun ons de tijd om die omslag goed te maken.”

Volgens Gerard zouden bestuurders mensen (of commons) inderdaad meer in hun kracht moeten zetten en hen onder meer kunnen helpen door hun netwerk in te zetten. “Van de andere kant moeten lokale gemeenschappen ook zelfbewuster worden; wees je bewust van je eigenwaarde. En, misschien wel het belangrijkste: gebruik je verbeeldingskracht! In Esbeek bouwden vrijwilligers van 12.000 eikenhouten latjes een gigantische koe. Of het nu gaat om die Esbeekse koe, de Brabantsedag of het Zundertse bloemencorso: zonder verbeeldingskracht waren ze er nooit gekomen.”

Top